|

We wilde de nationale parken van
Lichfield en Kakadu bezoeken
met hun uitzonderlijke schoonheid en
rijkdommen aan Aboriginal RockArt

Wegenkaarten bestellen bij "à la carte" in
de Utrechtsestraat in Amsterdam en
het verzamelen van allerlei relevante informatie

Tickets, paspoorten, nationale
en internationale rijbewijzen
Alles wat nodig is om op reis te gaan

Theorieklasje van de cursus
terreinrijden van 4WD Auto-Magazine

De instructrice vertelt onderaan
de steile helling waar je op moet letten

en diep spoor in een zachte bodem
vraagt behendige stuurmanskunst

Steil omlaag, dan een bocht
waar je behoorlijk scheef hangt en
dan meteen weer steil omhoog
(foto's cursus terreinrijden Coen Barthels)

Het bewijs van opgedane ervaring

Mathilde Santing zingt het bruidspaar toe
(foto: Ian Richards)

In een feestelijke regen van confetti
(foto: Erik van den Boom)

Pas getrouwd en zo gelukkig
(foto: Erik van den Boom)

een
frisse duik
in het zwembad
van het
Mirambeena Resort


Onderweg
naar Lichfield National Park
over Wamgi Road

Een
bush fire aan de kant van de weg

Eindelijk
de rust en
de stilte die we zochten

Wangi Campsite

Wangi Falls

Waarschuwing voor estuarium krokodillen
|
The
land of the Aborigines, deel 1
Het
continent dat we nu Australië noemen is al minstens 50.000
jaar bewoond door verschillende Aboriginalvolkeren. Deze Aboriginalvolkeren
kennen geen persoonlijk, maar wel het collectieve bezit van
hun land, de grond van hun voorvaderen. Het hele continent
was het collectieve bezit van vele honderden Aboriginalvolkeren
tot het moment dat zo'n 200 jaar geleden de Engelsen kwamen
en het land van de Aboriginals in bezit namen in naam van
hun Queen.
Deze indringers vernietigden de rijke tradities en de eeuwenoude
cultuur van de oorspronkelijke bevolking in snel tempo, soms
bewust, maar soms ook onbewust omdat deze kolonisten niet
inzagen hoe hoogontwikkeld deze zogenaamde primitieve mensen
waren.
Een belangrijk overblijfsel van deze cultuur vind je overal
op het continent in de RockArt schilderingen terug. Maar je
vindt ook de delen van dit trotse volk terug in apathie aan
de zelfkant van de maatschappij. Soms onder erbarmelijke omstandigheden.
Gelukkig is er een nieuwe generatie jonge en goed opgeleide
Aboriginals aangetreden, waaronder schrijvers en kunstenaars,
die op zoek zijn naar hun cultuur die verloren is gegaan en
opkomen voor de rechten van hun volk en hun land.
De aanleiding van onze reis
Gedurende de overweldigende Adventure Camping Safari in september
2004 op Fraser Island (het 124 km lange eiland maakt deel
uit van The Great Sandy National Park en ligt voor de kust
van Queensland) vertelde Kevin, een voormalige agent van de
Australische narcoticabrigade, ons over het in zijn ogen mooiste
deel van Australië.
Kevin
kon het weten, hij was overal op het immense continent geweest
en was er gedropt op de meest verlaten uithoeken. Hij vertelde
ons tijdens een lunch in de buurt van Orchid Beach en 's avonds
aan de andere kant van het eiland op onze campsite
bij het kampvuur met passie over het lege land, nagenoeg onbewoond,
met vrijwel ongebaande wegen, maar gekenmerkt door een uitzonderlijke
en uitbundige schoonheid. The Kimberley. Onze interesse was
gewekt.
Plannen maken
Als we deze moeilijke reis nog wilden maken moest het in 2006
gaan gebeuren. Want het was ons vanaf het begin duidelijk
dat het fysiek geen gemakkelijke reis zou worden.
We begonnen met wegenkaarten bestellen bij "à la carte"
in de Utrechtsestraat in Amsterdam en het verzamelen van allerlei
relevante informatie. Ook het boek "Discover Australia, National
Parks" kwam weer van pas. Verder lazen we alles wat we over
het noordelijke deel van Australië te pakken konden krijgen.
Er moest
tussen Darwin en Broome een schat aan Aboriginal RockArt
te vinden zijn, veelal in de vrijwel aaneengesloten keten
van Nationale parken die tussen deze twee steden in liggen.
Maar ook Arnhemland trok om dezelfde reden. En misschien moesten
we wel verder rijden naar Perth en verder naar beneden, als
we toch al aan de westkust waren aangeland, omdat daar ook
heel veel interessants te zien is? Van groot nut bij onze
afwegingen waren ook deze keer weer adviezen en ideeën
van Ian Richards. Zo zagen we al snel in dat Arnhemland niet
haalbaar was vanwege uiteenlopende redenen en dat de optie
om langs de westkust naar het zuiden te rijden ons zou beperken
in de tijd die we konden besteden aan het door ons gekozen
hoofdreisdoel.
Langzamerhand
kreeg onze reis zijn vorm. We besloten al snel dat Darwin
in the Northern Territory ons beginpunt zou worden. We wilde
immers ook graag de nationale parken van Lichfield en Kakadu
bezoeken met hun uitzonderlijke schoonheid en rijkdommen aan
Aboriginal RockArt.

Ons reisplan
In grote lijnen zouden we van Darwin naar Katherine rijden,
dan via Victoria River Crossing, Timber Creek naar Kununurra
in West Australië. Vanaf hier zouden we afslaan naar
het zuiden in de richting van Turkey Creek om het Purnululu
National Park te bezoeken. Daarna zouden we terugrijden naar
Wyndham aan de West Arm of the Cambridge Gulf.
Hiervandaan zouden we verder rijden over de beruchte Gibb
River Road naar El Questro. Halverwege The Gibb River Road
zouden we afslaan richting het Mitchel Plateau en verder naar
Kalumburu gaan. En vandaar weer terug naar The Gibb River
Road en via Mount Barnett Road House, Imintji Store, King
Leopold Ranges naar de afslag Fairfield-Leopold Road om via
Windjana Gorge, Tunnel Creek en Leopold Downs naar Fitzroy
Crossing te rijden. Het laatste stuk van de reis zou ons voeren
over the Great Northern Highway naar Broome. En vandaar zouden
we naar onze vrienden in Toogoom aan de Oostkust vliegen voor
een korte rustige vakantie.
Noodzakelijke boekingen
Ons plan was nu definitief, we wisten precies wat we wilden
gaan doen, wat we wilden gaan zien, we hadden ons grondig
voorbereid, we hadden gekozen voor de winterperiode omdat
het dan niet zo erg heet en vochtig was in dit tropische deel
van Australië. We namen op de koop toe dat de dagen dus
kort zouden zijn.
Het was nu zaak om de vliegreis te boeken, om te beslissen
wat voor 4WD-camper we wilden huren, waar we zouden
logeren als we straks midden in de nacht aankwamen in Darwin
en als we na een avontuurlijke reis, voordat we naar Brisbane
vlogen, aankwamen in Broome. En ook waar we zouden slapen
als we midden in de nacht in Brisbane aankwamen voor we naar
onze vrienden in Toogoom zouden rijden.
Voor 30 januari 2006 maakten we een afspraak met Mw Tryntje
Jaspers van Barron Travel om alles definitief te regelen.
Onze vluchten, onze hotels, onze 4WD-camper, onze auto,
etc. Al onze vluchten konden zonder probleem geboekt worden
zoals we die zelf al gepland hadden. Ook het boeken van de
hotels leverden geen enkel probleem op.
Via internet hadden we ons vooraf georiënteerd over de
keuzemogelijkheden die er waren op het gebied van 4WD-motorhomes.
Onze oorspronkelijke keuze was gevallen op een 4WD-motorhome
van Birtz, maar onze adviseur Mw Tryntje Jaspers was van mening
dat de Apollo organisatie een beter en safer aanbod aan ons
te bieden had. Dus lieten we ons ompraten en kozen uiteindelijk
voor de Apollo 4WD Aventure Camper, wat achteraf een
foute beslissing bleek te zijn. Daarover later. Binnen enkele
dagen hadden we alles geregeld wat geregeld moest worden en
was ons reisplan definitief.
Terreinrijden
Dus deze keer geen reisorganisaties, geen gezelschappen, geen
georganiseerde trips, geen safari's. Deze reis zouden mijn
vrouw en ik samen gaan maken. Dus moesten we nadenken of we
die reis wel tot een goed einde konden brengen zonder enige
ervaring met in een 4WD-auto en met het vooruitzicht
van niet al te beste wegcondities.
De Great
Highways in het noorden van Australië zijn niet breder
dan onze ouderwetse provinciale wegen, twee rijstroken, soms
met ... maar vaak ook zonder belijning, en als er al een vluchtstrook
naast ligt, dan bestaat die uit gravel, grof steenslag en
zand. We hadden informatie dat de meeste "wegen"
in The Kimberley niet geasfalteerd waren, gravelwegen dus,
"dust roads", zoals de Aussies zeggen. Wegen die
in veel gevallen in een erg slechte staat van onderhoud verkeren.
Een 4WD-auto is daar ter plaatse geen luxe, zoals in
de Amsterdamse P.C Hooftstraat, maar een bittere noodzaak.
Wij hadden allebei geen enkele ervaring met terreinrijden.
Alleen Rieky had ooit een slipcursus gedaan, en zij heeft
echt iets met auto's. Bovendien is zij niet zo bedreven in
het lezen van wegenkaarten. Oriëntatie vermogen is niet
haar sterkste punt. Dus de keus was snel gemaakt. Rieky zou
een cursus terreinrijden gaan doen. Maar hoe en waar?
Cursussen genoeg, maar dan wordt er van je verwacht dat je
zelf een 4WD of SUV tot je beschikking hebt.
Nou een 4WD, noch een SUV hebben we niet, en
die heb je hier in Nederland ook niet nodig.
Dus we probeerde of we ergens een jeep of zoiets konden huren
bij de aanbieders van 4WD cursussen. Huren kon wel,
maar dat koste een aardige duit centen.
Onze dochter Mirjam en haar vriend Coen hielpen ons uit de
brand met hun Jeep Cherokee. Dezelfde Jeep waarmee
zij van juli 2003 tot juni 2004 door Afrika hadden getrokken
(zie hun verhalen, ze staan op deze site onder de naam: "Into
Africa by Jeep"). Dus nu Rieky deze Jeep van
hen mocht lenen kon ze afspraken gaan maken om haar cursus
terreinrijden te gaan doen.
Een goede leerschool
Rieky's keus viel op de cursus terreinrijden van 4WD Auto-Magazine.
Zij schreef zich in voor de basiscursus. Mij had ze ingeschreven
als bijrijder. We werden op 14 mei 2006 al heel vroeg op een
autocrossterrein in Oss-Noord verwacht. Onze aanstaande schoonzoon
Coen Barthels zou vanuit Waalwijk naar Oss komen met de Jeep
Cherokee, zodat we daar van auto konden wisselen.
We werden in Oss door de mensen van het 4WD Auto-Magazine
vriendelijk ontvangen in de kantine van het autocrossterrein
met koffie. De groep voor de basiscursus was klein en bestond
uit 6 personen.
Onze vrouwelijke instructeur begon de cursus met een theoretische
inleiding die ons enig inzicht gaf in de techniek van de vierwiel
aangedreven auto en van de theorie van het rijden met zo'n
auto. Buiten werd aan de hand van de auto's het theoretische
deel nogmaals verduidelijkt. Daarna moesten we instappen en
begonnen de praktijk oefeningen.
Het autocrossterrein was hier en daar met de hulp van een
shovel zodanig bewerkt dat het soms meer weg had van aardverschuivingen.
Stapvoets moest mijn chauffeur zich door zo'n hindernis een
weg banen. Zij moest oppassen dat de auto aan de rechterzijde
niet met zijn wiel in een diepe gleuf terecht kwam en tegelijkertijd
niet aan de linkerkant tegen de aarde wal werd gekwakt. Maar
dat was niet alles. Er waren steile hellingen met los zand
die onder een stevige hoek beklommen en afgedaald moesten
worden. Het moest in een keer goed, anders haalde je het niet.
Als je er dan boven op stond kon je onmogelijk zien waar de
track verder naar beneden liep. Het was dus kunst om heel
voorzichtig, wiel voor wiel je weg naar beneden te zoeken
en via het zijraampjes te kijken of je zag waar het spoor
verder liep. Onderaan meteen weer een haakse bocht waar we
behoorlijk scheef kwam te hangen, ...en dan weer vanaf dat
punt door het rulle zand steil omhoog. Het laatste onderdeel
ging door een klein stukje bos waar tussen de bomen door gelaveerd
moest worden. Het manoeuvreren tussen bomen over de glibberige
ondergrond viel niet echt mee. Er werd van mij als bijrijder
verwacht uit te stappen en aanwijzingen te geven aan mijn
chauffeur. Dat ging me niet helemaal goed af. Het was dus
nodig dat we daarover samen goede afspraken zouden maken,
zei onze instructeur.
Zwaar terrein
De ondergrond tussen de bomen was nat en modderig. Zodanig
zelfs dat onze instructeur zich erop verkeek. Ze had ons eerder
al verteld dat je altijd eerst de situatie moest verkennen,
alvorens verder te rijden. Dat vergat ze even toen ze tegen
de chauffeur van de eerste auto die klaar was met de proef
in het glibberige stukje bos zei: "Rij maar alvast een
stukje door en wacht op ons aan het eind van het pad."
Gevolg dat de auto van die chauffeur op zijn bodemplaat vast
kwam te staan in de modder. Daar stond hij dan met zijn wielen
hulpeloos los van de grond. Met veel beleid, en zonder enige
schade, werd de auto van deze cursist uit zijn hachelijke
positie bevrijd.
Na een leerzame en vermoeiende dag gingen we naar de kantine
waar de beoordeling van de cursisten zou plaatsvinden door
onze instructeur. Met de gebruikelijke toespraak werd daar
aan de cursisten de Oorkonde Terreinrijden uitgereikt.
Op de oorkonde van Rieky stond vermeldt dat "Mevr. Van
Tiel-Hermsen op dynamische wijze gestalte gaf aan deze gedenkwaardige
dag en zich bekwaamde in terreinrijden."
Als we later die avond naar huis rijden is het met de zekerheid
dat de condities van de wegen in het noorden van Australië
hoogstwaarschijnlijk niet zo slecht zouden zijn als hindernissen
die de organisator van deze cursus had gecreëerd op het
autocrossterrein in Oss-Noord.
We kwamen al snel tot de conclusie dat we in het noorden van
Australië waarschijnlijk niet al te veel problemen tegen
zouden komen die we niet aankonden. En dat gaf ons het gevoel
dat deze cursus zin had gehad.
Eerst nog even een bruiloft
Voor dat we op 17 juni konden vertrekken zouden we nog bezoek
krijgen van Janey en Ian Richards uit Australië. Zij
zouden voorafgaand aan hun reis door Europa nog een klein
weekje bij ons logeren. Een van de redenen daarvoor was dat
zij in die korte periode dat zij bij ons zouden zijn, ook
het huwelijksfeest van onze dochter Mirjam met Coen Barthels
konden meemaken. Mirjam had Janey, haar nicht, gevraagd om
een van haar getuigen te zijn bij haar huwelijk. En Janey
vond dat een hele eer.
Door omstandigheden moesten Mirjam en Coen de huwelijksplechtigheid
en het feest een dag naar voren schuiven naar vrijdagmiddag
9 juni. We werden uiterlijk om half drie in Riethoven verwacht
voor de plechtigheid. Janey en Ian zouden 9 juni om 10.00
in de ochtend landen op Schiphol. Dus moesten we hen ophalen
en meteen doorrijden naar het zuiden. We hadden Janey en Ian
per mail gepolst of zij daar geen probleem mee hadden na zo'n
lange vlucht van Brisbane naar Amsterdam. Geen probleem was
het resolute antwoord.
Om precies 10 uur stonden we dus op Schiphol International
Airport in de aankomsthal om onze vrienden te verwelkomen.
Het was een geweldig weerzien. Na de innige omhelzingen zorgden
we er voor dat we snel in de auto zaten en zoefden we naar
Brabant waar we in Eersel een hotel hadden geboekt, zodat
onze gasten nog even konden bijkomen van hun reis en samen
met ons de lunch konden gebruiken. Het huwelijksfeest, in
de tuin van Coen's ouderlijk huis, was grandioos. Het weer
was stralend, de gasten genoten, en de bruid en de bruidegom
waren tevreden en gelukkig. Na het diner was het tijd voor
de cadeaus en de sketches, maar tegen een uur of halfelf haakte
Janey en Ian doodmoe af en gingen terug naar het hotel, samen
met Rieky's broer en schoonzus.
Nog precies 6 dagen
Twee dagen hadden Janey en Ian de tijd gehad om bij te slapen
en een beetje uit te rusten. Voordat zij aan hun reis door
Europa zouden beginnen hadden wij op zaterdag nog een klein
tuinfeestje georganiseerd met wat vrienden van ons. We wisten
dat Janey en Ian dat erg op prijs zouden stellen.
We maakten met onze gasten nog wat tochtjes, we gingen samen
eten in het Herenhuis in Wijdewormer en we brachten onze vrienden
op 14 juni in de ochtend weg naar het garagebedrijf waar zij
hun auto moesten ophalen. We namen afscheid in de wetenschap
dat we hen 28 juli weer in Toogoom, aan de andere kant van
de aardbol, zouden zien.
Het werd nu echt de hoogste tijd om te gaan pakken en alles
te checken. Te kijken of we niets vergeten waren, zoals tickets,
vouchers, wegenkaarten, paspoorten, verzekeringspapieren,
reisplan, kleding, medicijnen, etc.
Klaar voor vertrek
Op Zaterdagmiddag 17 juni 2006 werden wij door een taxi opgehaald
die ons naar Schiphol zou brengen. Om 19.25 uur vertrokken
wij met Lufthansa richting Frankfurt. We moesten hier anderhalf
uur wachten op de aansluitende vlucht van Quantas naar Singapore,
en dat was precies genoeg tijd voor een paar heerlijke Duitse
pilsjes. In Singapore moesten we voor de tweede keer overstappen
op een ander vlucht voor het laatste traject naar Darwin.
Lange afstand reizen met een vliegtuig vinden wij vreselijk
vermoeiend. Nee, vliegen is niet leuk meer. Vliegen wordt
ook nog eens extra gefrustreerd door wat wij "de terroristencontroles"
noemen.
Je moet tegenwoordig op elke luchthaven waar je overstapt
je schoenen uit, je wordt gefouilleerd, je wordt besnuffeld
door hasjhonden, enz, enz. Nee leuk is anders.
Om kwart over vier 's nachts, plaatselijke tijd, zette de
crew van Australian Airlines ons veilig in Darwin aan de grond.
Vanaf de luchthaven werden we met een speciale shuttlebus
naar het Mirambeena Resort gebracht, waar we doodmoe op ons
bed in een diepe slaap zijn gevallen. Natuurlijk versliepen
we ons, omdat we onze wekker niet goed hadden gezet.
Wakker worden in Darwin
Op 20 juni, zo rond de klok van elf uur in de ochtend schrokken
we wakker. Ja, we hadden ons heerlijk verslapen. We waren
wel uitgeslapen en een heel klein beetje bijgekomen van de
lange en vermoeiende vliegreis.
Toen we de gordijnen open schoven keken uit over een tropische
tuin, die overgoten was door verblindend zonlicht. Ontbijten
in ons hotel kon niet meer, veel te laat. En aangezien we
voor twee nachten geboekt hadden besloten we onze bagage later
op dag op orde te brengen. We trokken snel wat schone kleding
uit onze koffers, douchten en kleedden ons snel aan om Darwin
te gaan verkennen, én om iets te eten te vinden. Een
warme brunch leek ons wel wat.
Het centrum van Darwin is klein, dus hadden we snel iets gevonden
waar we konden lunchen. In een overdekte galerij, met langs
de wanden allerlei winkeltjes, zaten ook een aantal eethuisjes
die in het midden een gezamenlijk terras exploiteerden. Bij
een Indische warong hadden ze heerlijke gerechten, we kozen
voor een maaltijd soep, die achteraf nog al pedis was, met
daarbij een heerlijke fris drankje. Daar kikkerden we helemaal
van op. Verdwenen was de vermoeidheid en ook de jet lag
zogoed als over.
De stad verkennen
Na de lunch trokken we er op uit om stad te verkennen. We
moesten ook een ATM-machine zien te vinden, dat is flappentap
op z'n Australisch, en kijken bij welke supermarkt we het
gemakkelijkst de volgende morgen onze camper konden bevoorraden.
Ook wilde we een goede indruk krijgen van Darwin zelf. In
het grootste deel van Australische steden en dorpen gaat de
geschiedenis niet verder terug dan 200 jaar. En zelfs dat
gaat voor Darwin niet op. In 1974 werd Darwin op kerstdag
bijna geheel door de orkaan Tracy weggevaagd. Tracy raasde
met snelheden van 290 km per uur over de stad. Ook werden
er "oude en historische" gebouwen platgebombardeerd
door een vloot van Japanse bommenwerpers in februari 1942.
Het moderne en welvarende Darwin heeft een plattegrond die
wordt gekenmerkt door een mathematisch straten patroon. Verdwalen
kun je er daarom ook niet.
Aan de zuidwestkant van het centrum, langs een park dat aan
zee grenst, ligt in een rechte lijn de Esplanade. De rotskust
is hier steil, en om even een kijkje te nemen op het strand
moet je een behoorlijk lange trap afdalen. Het uitzicht over
de baai is prachtig. Langs de Esplanade staan twee gerestaureerde
gebouwen die beide dateren uit de jaren twintig: The Admiralty
House en The Lyon's Cottage. En dat zijn dan meteen de oudste
gebouwen van Darwin.
Aan het zuideinde van de Esplanade is Fort Hill en om de hoek
ligt de open zeehaven. Een haven die qua omvang niet echt
veel voorstelt ware het niet dat deze voor de stadjes aan
de noordkust van levensbelang zijn in verband met hun bevoorrading.
We lopen nog even naar de noordoostelijke rand van de stad
om te kijken waar we morgenochtend onze vierwielaangedreven
camper moeten ophalen. De Apollo-vestiging blijkt twee straten
achter het Mirambeena Resort te liggen op ongeveer 7 minuten
loopafstand.
Zwemmen en dineren in een tropische sfeer
Nu wilde Rieky eerst voor een frisse duik naar het zwembad
van ons hotel. Daarna bestelden we een paar heerlijke koele
biertjes op het terras bij het zwembad. Volgens Rieky was
het water heerlijk. Het bier was ook heerlijk, maar omdat
we vroegen om glazen, zondigden we tegen het principe van
"landswijs landseer". Want "the rule of
the Australian mates" is dat je bier drinkt uit de
fles of uit een blikje.
We hadden voor het avondeten gereserveerd in het restaurant
van ons hotel. We kregen een plaats aan de balustrade van
het overdekte terras met uitzicht op de palmentuin. Het diner
was voortreffelijk en de witte Australische wijn smaakte heerlijk.
Nog een nachtje slapen en dan zou deze luxe weer voorbij zijn.
Aangezien we niet te laat onze Apollo-camper wilden ophalen
zouden we redelijk vroeg ontbijten. Ik maakte nogmaals de
fout met het zetten van de wekker, dus... de volgende ochtend
kwamen we meer dan een half uur te laat aan het ontbijt. Niks
aan de hand volgens het bedienend personeel die het ontbijt
verzorgden. Na het ontbijt haalden we onze bagage van de kamer,
rekenden af en gingen richting de Apollo-vestiging. Het was
intussen negen uur geweest en al behoorlijk warm.
De Camper ophalen en bevoorrading
Nadat we ons gemeld hadden op het kantoor van Apollo moesten
we heel even wachten, maar daarna werden alle formaliteiten
door een employee snel met ons doorgenomen en de nodige financiële
zaken afgewikkeld. Buiten op het parkeerterrein werd onze
Apollo 4WD Aventure Camper voorgereden en werden we
heel summier van informatie voorzien over de werking van de
4WD en hoe het campergedeelte werkte.
We ontdekten gelukkig meteen dat de gril afgebroken was en
los onder de motorkap stond. "Niks aan de hand, dat
fiksen we wel even". Dat fiksen gebeurde met een
paar plastic bandjes. "Zo dat was weer gepiept."
Nog geen 5 minuten daarvoor had men ons verzekerd, op onze
vraag wat die tapesporen rond de rechter koplamp te betekenen
hadden, dat alles, maar dan ook alles tot in de details was
gecontroleerd en in orde was bevonden. We vroegen ons toen
al ernstig af of echt wel alles gecontroleerd was. Niet dus,
bleek later!.
We zullen u de details besparen, maar ons vertrouwen in Apollo
liep in Darwin al zijn eerste deuk op.
Nadat we de kampeertafel met twee stoelen een plaats hadden
gegeven in de camper, konden we vertrekken. Rieky reed nog
wat onwennig met deze grote bak de poort uit richting het
centrum. We parkeerden voor de supermarkt om voor de eerste
10 dagen voldoende eten in te slaan en andere benodigdheden
te kopen.
In Australische supermarkten is geen drank te koop, dat is
verboden bij wet, dus moesten we ook naar de bottle shop
om een paar dozen bier en wijn te kopen. Pas in Katherine
zouden we weer nieuwe voorraden kunnen inslaan. De koel/vries
unit aanboord van onze camper was niet zo groot. Een efficiënte
indeling was dus van belang om zoveel mogelijk vlees en ander
bederfelijke zaken gemakkelijk er in kwijt te kunnen. Alle
andere spullen zoals toiletpapier en keukenrollen borgen we
op in de vakken onder de bank en in de kastjes.
Onderweg naar Lichfield National Park
Voor dat we uit Darwin vertrokken, het was intussen tegen
twaalf uur, aten we aan de lunchcounter in de Supermarkt nog
even snel een broodje en dronken we een heerlijke cappuccino.
Daarna reden we Darwin uit en draaide de Stuart Highway op
in zuidelijke richting. Rond Darwin was er nog wel wat verkeer
op de weg, maar zodra we de afslagen van het vliegveld, Howard
Springs en Palmerston waren gepasseerd, werd het wel erg rustig
op deze weg.
Het was voor Rieky nog even wennen aan de zware pedalen van
deze auto, aan de pook om te schakelen die links in plaats
van rechts van je zit, en aan de grote bak die je achter je
aan hebt op de weg.
Aan de linkerkant van de weg rijden is voor Rieky nooit een
probleem geweest. Maar waar zij wel aan moest wennen was het
feit dat in auto's met het stuur aan de "verkeerde"
kant ook de handels om de ruitenwissers en de richtingaanwijzers
te bedienen verwisseld zijn. Dit was in het begin wel even
wennen voordat zij bij het afslaan de functie van de ruitenwisser
en de richtingaanwijzer niet meer verwisselde.
Na 35 km passeerden we aan de linkerkant de Arnhem Highway
richting Kakado National Park. Maar wij hadden besloten eerst
naar Lichfield National Park te gaan. We bleven op de Stuart
Hwy en na 12 km sloegen we rechtsaf en reden over de Cox Peninsula
Road de onbewoonde wereld in.
Na ongeveer 26 km volgde de afslag naar Lichfield National
Park. Hier begon de Wangi Road. Aan het begin van deze weg
stond een geïmproviseerd bord met daarop de aankondigingen
"Water over Road". Aan het officiële bord
waar opstaat dat de afstand naar Lichfield Park nog 42 km
is, zit ook een bord vastgemaakt met de waarschuwing: "BEWARE,
Loose Surface, Dust, Corrugation".
Hier hield het asfalt (even) op
Dus hier hield het asfalt voor de komende 42 km op. De kwaliteit
van de weg viel erg mee, er was wel veel stof en af en toe
een ook stukje wasbord, wat ze hier Corrugation noemen. Toch
was het vermoeiend rijden op zo'n ondergrond. De omgeving
was mooi en als je op een van de hoger gelegen stukken van
de weg reed keek je uit over de weidse omgeving. Geen huis
te zien. Soms zag je een 4WD die je tegemoet kwam of
je voorbij reed, vaak in volle snelheid, en die ons voor enkele
momenten achterliet in een rode stofwolk of ons bestookte
met rondspattende steentjes.
Ook de typisch Australische Bush Fires ontbraken niet
langs de kant van deze weg. Halverwege de Wangi Road stond
een heel stuk bush in brand. Ze noemen zo'n bush
fire hier een gecontroleerde brand, maar er was geen mens
te bekennen. Bij ons is een bosbrand een echte ramp, hier
niet. Brand zorgt ervoor dat het bos zich verjongt en binnen
een jaar is er al vaak niets meer van te zien. Of het moet
zijn de stam van een verbrande boom die zwartgeblakerd vrolijk
doorgroeit.
Het aangekondigde "Water on road" stelde niet veel
voor. Een modderpoeltje dat hoogstens 15 cm diep was. Niets
aan de hand dus.
Onverwacht probleem
Het einddoel voor deze dag was de campsite bij de Wangi
Falls binnen de grenzen van Lichfield National Park. Nadat
we de eerste 40 km van de weg zonder problemen hadden afgelegd
kwamen we aan een kreek waarover een heel smal bruggetje lag.
Langs de weg stond op een groot opvallend bord dat het verboden
was om verder te rijden. De boete bedroeg, als ik me goed
herinner, 10.000 of 15.000 AUS $ als je het bord zou negeren
en door zou rijden.
We stopten om de situatie te bekijken en om te overleggen
wat ons te doen stond. Juist op dat moment kwamen er uit de
tegenovergestelde richting twee glimmende 4WD over
het bruggetje aangereden. Zoals gebruikelijk stoppen de Australiërs
altijd als je langs de kant van de weg stil staat op dit soort
wegen om te vragen of alles in orde is. Ook de inzittenden
van beide auto's vroegen ons of we een probleem hadden. Ja
antwoordden wij, wijzend op het bord, en lieten er op volgen
dat we niet erg veel zin hadden om het hele stuk weer terug
te rijden. Na een kleine discussie begrepen we dat aan de
andere kant een zelfde soort bord stond, maar dat gaf aan
dat de weg open was voor "4WD's only". De
heren veronderstelden dat de wind het opklapbare bord aan
onze zijde van de brug had losgewrikt en dat het daardoor
was omgeklapt met als gevolg dat verbod om doorrijden tevoorschijn
was gekomen met het boete bedrag. Hun advies was gewoon door
te rijden. We bedankten hen voor hun advies en reden heel
voorzichtig over de, voor onze camper, wel erg smalle brug.
Nog meer problemen met Apollo
We kwamen even over vieren aan op de campsite van Wangi
Falls. Het eerste wat we deden was een goed plekje zoeken
om de nacht door te brengen. Nadat we dat gevonden hadden
voelden we pas hoe moe we waren. Nu eerst een pilsje, zeiden
we tegen elkaar.
Het eerste wat ons dus te doen stond was het tevoorschijn
halen van de kampeerstoeltjes en de tafel om even lekker rustig
te kunnen zitten en te genieten van de stilte en de natuur
om ons heen. Jammer maar de stoeltjes die we van Apollo hadden
meegekregen waren zo aftands dat lekker gaan zitten niet echt
een optie was. De kampeerstoeltjes waren meer geschikt voor
de vuilstort.
Verder kwamen we tot de ontdekking dat de luifel van de camper
half uit de opbergruimte hing. Bij verdere inspectie bleek
dan ook dat meer dan driekwart van de kantelaartjes, die het
afsluitzeil dat voor de luifel zit en het op zijn plaats moet
houden, afgebroken waren en dat de achterste van de drie clipsen
waarmee de luifel geborgd hoort te zijn in het geheel ontbrak.
Ook het horrengaas voor een van de raampjes in de camper was
aan flarden zodat we het niet open konden zetten zonder dat
er muggen e.d. naar binnen kwamen. Het drong toen al tot ons
door dat er waarschijnlijk weinig of niks was nagekeken aan
de camper die men ons had meegegeven. Dit was echt een schande.
Ondanks alle tegenslag smaakten de pilsjes ons best, de atmosfeer
op de campsite was relaxt, de natuur om ons heen overweldigend
en aangezien het 's avonds al om 6 uur in een klap donker
werd maakten we snel onze eerste bush-maaltijd klaar.
We besloten
om zo niet verder te gaan, maar de andere dag de 172 km terug
te rijden naar de Apollo-vestiging in Darwin voor nieuwe kampeerstoeltjes
en reparaties aan het horrengaas en de luifel.
Het lag in de bedoeling om dan maar meteen vandaar uit ons
ongenoegen over Apollo door te bellen aan Mw Tryntje Jaspers
van Barron Travel toen we tot de ontdekking kwamen dat het
tijdsverschil ons daartoe niet in staat zou stellen. Gewoon
even wat geduld oefenen.
Onzin vonden ze het allemaal maar
Teruggaan naar Darwin zou ons een dag van onze vakantie kosten,
maar dat moest dan maar. Ondanks alles sliepen we de nacht
in ons nieuwe onderkomen best aardig. Om 6 uur in de morgen
werden we wakker van het daglicht. We besloten meteen maar
op te staan en aan de terugtocht te beginnen.
We reden dwars door het National Park via Batchelor terug
naar de Stuart Hwy. Vanaf hier konden we met 90 km per uur
redelijk snel opschieten. Langs deze highway liggen verscheidene
startbanen die in de Tweede Wereldoorlog gebruikt zijn om
aanvallen van de Japanners op Darwin af te slaan en bombardementen
uit te voeren op Japanse stellingen.
Rond kwart over elf, half twaalf kwamen we aan bij de vestiging
van Apollo waar we ons melden met onze klachten. We maakte
hen duidelijk dat we niet erg veel vertrouwen meer hadden
in de manier waarop zij in ieder geval onze camper hadden
nagekeken. Zo kon je mensen toch niet op pad sturen, vonden
wij.
De heren die ons te woord stonden vonden het maar onzin dat
we teruggekomen waren. Bovendien kregen ze uit Europa geen
onderdelen aangeleverd, klaagden ze, zodat zij het niet konden
helpen dat veel onderdelen aan de camper niet te repareren
waren. Maar ze zouden wel even kijken wat ze voor ons konden
doen. Wij deelden hen mede dat we met een uurtje terug zouden
zijn en in de stad gingen lunchen.
Toen we terug kwamen was er alleen een nieuwe clip aan de
luifel gezet en het horrengaas was provisorisch en slordig
dichtgeplakt met brede witte tape. Wel kregen we twee "nieuwe"
huurstoeltjes mee, maar werd ons toegevoegd, we hadden zelf
toch ook nieuwe kunnen kopen. Waar dan? Midden in de bush?
De behandeling was beslist klant onvriendelijk te noemen en
onprofessioneel voor een gerenommeerde organisatie als Apollo.
Terug naar Wangi Falls Campsite
We reden langs de zelfde weg terug naar Wangi Falls Campsite
aangezien we nog niets van dat deel van het park hadden gezien.
De trubbels met Apollo had ons een hele dag van onze vakantie
gekost, plus 344 km aan dieselbrandstof.
We parkeerden onze camper op een van de mooiste plekjes van
de Wangi Falls Campsite en installeerden ons daar zo
comfortabel mogelijk. De stoeltjes die we voor "nieuw"
hadden meegekregen waren verre van nieuw, maar we konden er
op zitten. En dat was dan ook alles.
Een pilsje zou smaken zo tegen het eind van een vermoeiende
en verloren dag. Er was een voordeel: Rieky had intussen veel
rijervaring opgedaan met onze 4WD-camper. Maar nu,
geen woord meer over Apollo. We konden dat woord even niet
meer horen.
Toen de avond viel werden er op enkele plekken om ons heen
grote kampvuren ontstoken. De vogels werden stil, zo ook de
natuur. Hier geen geluid van snelwegen, alleen af en toe wat
geritsel van een of ander dier vlak naast ons in het struikgewas.
En als je heel goed luisterde kon je het geluid van de waterval
horen, of was dat inbeelding. In Lichfield National Park is
de hemel echt pikzwart. Tussen de bladeren van de bomen door
twinkelen miljarden diamantjes aan het uitspansel, helder
te zien omdat men in dit deel van Australië nog nooit
van lichtvervuiling heeft gehoord. Waar ter wereld vind je
dat nog. Ons humeur knapte zienderogen op. Eindelijk de rust
en de stilte die we zochten.
Met
dank aan Rieky en Johan Hermsen voor het kritisch lezen van
de teksten,
het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties
Ad
van Tiel, Landsmeer,
6 juni 2007
Niets
uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande
toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky
& Ad van Tiel © 2007
|