print vriendelijke versie zonder foto's





Een meer met een oppervlak van
1000 vierkantenkilometer




















Tussen de eilandjes kijk je
tot aan de einder van het meer,
zo'n 80 km verder op



Het aantal zoetwater krokodillen
in het meer wordt
geschat op 25.000 exemplaren



Bergtoppen die nog net boven
het water uitsteken
na een gigantische zondvloed



Aan de hand van de kaart
vertelde hij ons dat we
minder dan een tiende deel van Lake
Argyle hadden gezien


















De Ord Rivier is op dit punt breed,
ondiep, ligt vol stenen



De Great Northern Highway
richting Wyndham



De ideale stek met erg
veel schaduw onder de bomen ...



... en tegenover ons een boom
met een weelde aan bloemen


































Wat een grandioos uitzicht had
je vandaar af, maar ...



... zelfs van boven af gezien
was het heel moeilijk ...



... om de loop van
de vijf verschillende rivieren
te onderscheiden



Wij reden van Wyndham, met
een tussenstop in Turkey Creek,
naar Purnululu National park
De blauwe stippellijn onderaan
de routekaart
geeft aan hoe
Mirjam en Coen daar naartoe
kwamen
vanuit Alice Springs

 















































Op nog geen 600 meter van
de benzine pompen kroop het vuur
tergend langzaam omhoog












De Spring Creek Track volgt 53 km lang
een moeilijk begaanbaar pad...


... maar wel door een wisselend, ruig en ...


... ongerept mooi landschap































































Bij deze gigantisch
hoge domes voel je je klein


de Cathedral, een immens
door de natuur gevormd gewelf


De Dome Trail volgt de smalle
kronkelpaadjes tussen
de hoog optorende domes





































































































Vertrek Mirjam en Coen uit Alice Springs
over de Tanami Road,
tot Halls Creek
nog 1032 km


Overnachten bij Tilmouth Roadhouse


De Tanami Road
was
soms behoorlijk slecht


Rabbit Flat. De enige plek in een straal
van honderden kilometers waar
benzine en drankjes te verkrijgen zijn


Overnachten op een landingsbaan,
een airstrip waarschijnlijk
voor aan- en afvoer t.b.v de mijnen

The land of the Aborigines, deel 4

Het grootste meer van Australië
Lake Argyle is het grootste kunstmatige zoetwatermeer van Australië en beslaat een oppervlak van onder normale omstandigheden 1000 vierkante kilometer, een en ander afhankelijk van de regenval, dat is qua oppervlak in vierkante kilometers ongeveer gelijk aan het wateroppervlak van de haven van Sydney, alleen Lake Argyle herbergt ongeveer 45 keer meer water.
Het meer werd gevormd door de afdamming van de 350 km lange Ord River met een dam van 335 meter lengte en een hoogte van 98 meter. De dam kan een watermassa tegenhouden van maximaal 10.763.000 megaliters. De gemiddelde waterinhoud is slechts 5,797,000 megaliters groot (ter verduidelijking 1 megaliter is een miljoen liter). De dam werd in 1972 voltooid en in gebruik genomen.
In een bergketen aan de westkant van het meer en vlak bij de dam zijn grote delen van de rotsen opgeblazen zodat er een overloop is ontstaan die voorkomt dat de dam bij een te grote wateraanvoer zou kunnen bezwijken. In het meer leven ongeveer 26 inheemse vissoorten. Het aantal zoetwater krokodillen in het meer wordt geschat op 25.000 exemplaren.

We moesten die maandagmorgen om 9 uur klaar staan voor de bus die ons naar de boot zou brengen. De afstand tot de aanlegsteiger van de boot stelt in kilometers niks voor. Met het busje klommen we een behoorlijk stuk omhoog door ongerept bergachtig terrein. In het begin stonden er nog wat verwaarloosde loodsen en kantoortjes langs de weg, veelal van mislukte bedrijfjes, en als ze nog niet mislukt waren dan leden de ondernemingen een armoedig bestaan. Toen we op het hoogste punt waren aangekomen konden we een eerste blik werpen op het meer. Halverwege die afdaling zagen we rechts van ons de ruige bedding van de Ord River stroomafwaarts van de dam. Heel ver onder ons zagen we het resultaat van een rivier die getemd is door mensen, ontdaan van zijn kracht stroomt zij gelaten tussen hoge rotswanden in de richting van de zee.


Een surrealistische ervaring
Het gezelschap dat aan boord stapte, kwam overal vandaan, en niet alleen uit verschillende staten van Australië maar ook van ver daar buiten. We werden met koffie en koekjes aan boord verwelkomd. De schipper en tevens onze gids ontpopte zich als een gezellige verteller en wilde graag zijn kennis over Lake Argyle, haar ontstaansgeschiedenis en haar dierenwereld met ons delen. We voeren weg vlak langs steile donkerrode wanden, hier en daar met een schamel groen boompje of toefje groen gedecoreerd, die hoog opreizen uit het water van het meer. Toen we dichterbij kwamen bleken er rock kangaroe's tegen de steile hellingen te leven.
Terwijl pelikanen neerstreken als watervliegtuigen op dit gigantische meer voeren we langs krokodillen die lagen te zonnen op strandjes met afgebrokkelde rotsblokken, steenslag en wat schamel gras. Deze prehistorische dieren lagen daar bewegingloos, sommigen met hun bek wijd open, bewegingloos als grote opblaasbeesten. Maar als je goed blijft opletten dan zag je er soms wel even een bewegen. Aan een nat spoor op de stenen konden we zien dat een enkeling zojuist nog uit het water de wal op was gekropen. Hoger tegen de wallenkant begraven deze zoetwater krokodillen, als de tijd daar rijp voor is, hun eieren om ze daar door de zon te laten uitbroeden.
We namen afscheid van de krokodillen en voeren in de richting van enkele eilandjes die nog juist boven de waterspiegel uitstaken. In de dode bomen die daar omheen uit het water omhoogsteken, hing een wirwar van draden. Ze bleken gesponnen door een spinnensoort die alleen hier leeft. De bijzonderheid van de draden is dat ze onverwoestbaar sterk zouden zijn. Zo sterk, vertelde onze schipper, dat de mensen van NASA hier waren komen kijken om uit te vinden of men deze draden kunstmatig zou kunnen namaken.

Het was werkelijk een surrealistische ervaring om over dit meer te varen. Het ijle zonlicht droeg daar zeker aan bij. De oevers zijn duidelijk nog veel te kort in tijd de grens van het water om oever te mogen heten. De eilanden zijn daardoor meer bergtoppen die nog net boven het water uitsteken na een gigantische zondvloed. Dat alles droeg aan deze totale vervreemding bij. Op sommige plaatsen konden we tussen die eilandjes doorkijken tot aan de einder van het meer, zo'n 80 km verder op.

We maakten nog een stop voor een kunstje dat tot het repertoire van de schipper behoorde. Iedereen werd gevraagd een stukje oud brood op zo'n 50 à 60 cm boven het water te houden. Op het zelfde moment ontstond er tumult onder water en direct daarop sprongen er ettelijke tientallen vissen omhoog uit het water om het brood uit de handen van de mensen te grissen. De belangrijkste vis die zich hier liet zien was de catfish.
Maar ook de baramundi komt hier voor, deze soort werd hier zelfs gekweekt maar door een of andere wending van het lot werd dat een enorme mislukking. De vis was onverkoopbaar op de markten, omdat het vlees niet wit was zoals de consument gewend was, maar donkerder van kleur. De verlaten loodsen van de viskwekerij langs de weg vlakbij onze campsite getuigden er nog van.

Aan het einde van deze rondvaart stopte de schipper de motor en klapte, al drijvend midden op de plas, een bord met een kaart van Lake Argyle en zijn omgeving uit het plafond. Aan de hand van deze kaart vertelde hij ons dat we minder dan een-tiende deel van Lake Argyle hadden gezien, Hij vertelde veel details over het meer, over de geschiedenis van de veeboeren die hier leefden, en waarom ooit het plan werd bedacht om de rivier de Ord af te dammen. Hij vertelde dat de homestead waar de eerste plannen waren gemaakt was afgebroken voordat die onder water kwam te staan. De homestead is nu herbouwd in zijn oorspronkelijke staat en doet als museum dienst.
Hij zei dat we op de plek dreven waar de dam oorspronkelijk was gepland. Het leek ons een logische keuze gezien de nauwte van de doorgang, maar de schipper liet ons zien dat de rotsen instabiel waren door hun opbouw en structuur. Het fijne begrepen we er niet van, maar we konden ons er wel wat bij voorstellen.

We bedankten de schipper voor zijn uitleg en werden teruggebracht naar de campsite. Na de lunch kochten we in het restaurant dat ook als receptie van de campsite dienst doet, een exclusieve steen om mee te nemen voor onze oudste dochter Yvette. De steen is gedolven uit een berg die nu helemaal onder water ligt. De tekening van de steen was eerder grafisch dan natuurlijk, hij was zwart wit gestreept als een zebra.




Het gebied van de vijf rivieren
Op 5 juli reden we terug uit de bergen naar de vlakte. We staken bij de brug de Ord River over. De rivier is op dit punt breed, ondiep, ligt vol stenen, zit vol stroomversnellingen en heeft duidelijk haar vitaliteit weer terug. Van hier gingen we richting de Victoria Highway om in Kununurra onze voorraden aan te kunnen vullen en reden daarna verder naar onze bestemming Wyndham.
Aangekomen bij het einde van de Victoria Highway sloegen we af naar het noorden en vervolgden onze weg over de Great Northern Highway. We reden door het gebied waar de vijf grootste rivieren van het noorden bij elkaar komen om bij Wyndham via de Cambridge Gulf in zee te stromen.

We kwamen niet al te laat in Wyndham aan. Op de wegenkaart stond aangegeven dat men bij het pompstation over alle info beschikte die je voor dit gebied nodig had. De campsite was daarna snel gevonden, maar Dave was er niet. Dave is de beheerder. Hij had op een groot mededelingenbord aangegeven dat nieuwkomers zelf maar en plaatsje moesten uitzoeken, hij was met enkele gasten van de campsite de zee op om te vissen, en zou rond een uur of vijf in de middag pas terug zijn.
Nadat we even hadden rondgekeken hadden we de ideale stek gevonden met erg veel schaduw onder de bomen aan de rand van de campsite, vlak langs een drooggevallen moeras of rivierbedding. En tegenover ons een boom met een weelde aan bloemen.


Fish and Chips, kon het nog Engelser
Op de campsite stond een prachtige oude, hele dikke baobabboom. We kwamen met een oudere man, die op deze campsite permanent woonde in een caravan, in gesprek. Hij vertelde ons dat deze oude baobabs meestal van binnen hol zijn en dat ze in het begin van de Engelse overheersing vaak gebruikt werden als gevangenis om Aboriginals in op te sluiten als ze in de ogen van de Engelse kolonisators moeilijkheden maakten. Hij vertelde o.a. ook dat het binnenin zo'n holle baobab altijd heerlijk koel is en dat de Aboriginals de vruchten eten omdat die zeer eiwitrijk zijn. Hij maakte een kleine vrucht voor ons open en liet ons proeven. Niet vies, maar ook niet lekker, eigenlijk helemaal geen smaak.

Toen Dave eindelijk terug was en wij ons wilden inschrijven had hij geen tijd. "Komt straks of morgen wel", zei hij. Het bleek dat hij naast de campsite ook nog een soort snackkraam op het terrein uitbaatte. Hij moest opschieten, vertelde hij, want zo direct kwamen al zijn gasten om eten te halen. Als we zin hadden in "Fish and Chips" of iets anders dan konden we dat met een uurtje bestellen.
Terwijl Dave druk bezig was in zijn snackkraam om gasflessen aan te sluiten, de patataardappels te snijden en een meelsausje maakte om de vis in te dopen, werd er op het middenterrein van de campsite een gigantisch kampvuur ontstoken. Wij genoten mee van het vuur op wat grotere afstand, en van de geanimeerde gesprekken van de vaste bewoners die daar omheen stonden.
Ik had intussen een fles opengetrokken en we genoten van een paar heerlijke glazen rode Australische wijn. Zo'n glas wijn was zowat het enige wat ons nog aan de luxe van de beschaafde wereld herinnerde.
Het was al flink donker toen er nog wat verlate campinggasten binnen kwamen vallen. En zoals gebruikelijk werd net zolang met de caravan of de camper op en neer gereden tot de boel waterpas stond want anders kan er niet gekookt worden door dat soort mensen. Ons fornuis zetten we meestal recht door er een leeg bierblikje onder te schuiven en dan stond het voor ons gevoel recht genoeg om te kunnen koken. En dan moest bij de laatkomers natuurlijk eerst nog de schotelantenne worden geïnstalleerd. Ja, er zijn ook hier mensen die niet zonder kunnen. Wij gelukkig wel, wij hielden het sinds onze aankomst zelfs al uit zonder radio en krant. Zo heerlijk relaxt was dat.

We kregen zo langzamerhand wel trek, dus liep ik naar Dave's Snackkraam en bestelde daar twee porties Fish and Chips. Dat kon, maar ik kreeg maar één portie, want dat was voor twee mensen meer dan genoeg, besliste Dave. En, zei hij, het was geen Fish and Chips, maar Baramundi and Chips en dat is echt vele malen lekkerder. Het werd aan de kraam steeds drukker en ik moest wachten want er waren mensen die al besteld hadden en die gingen voor.
Twee grote stukken Baramundi werden door Dave door het meelsausje gehaald, onder in een frituurmandje gelegd en daarbovenop de voorgebakken frites, en dat ging dan in de hete frituurolie. Intussen legde Dave een hele krant op de toonbank, daarover een groot stuk vetvrij papier. Hij pakte, nadat de vis en de patat goudbruin gebakken waren, het mandje uit het frituurolie en keerde het resoluut om op het klaargelegde vetvrije papier en vouwde dit vakkundig dicht en wenste ons smakelijk eten. Terug bij de camper opende ik het pakket en we vielen er op aan als hongerige wolven. Zo uit het papier smaakte Fish and Chips toch het lekkerst, en lekker was het. Dave had gelijk, een portie was meer dan voldoende.
We genoten van de mooie avond en hoorden in de verte geluiden van jongeren die liedjes aan het zingen waren. Waarschijnlijk was er verderop een jeugd- of een Wilderness Adventure kamp.
Even later zagen we hoog tegen de lucht lichtjes, toen we goed keken bleek het tegen de helling te zijn waar bovenop de Five River Lookout moest liggen. De lichtjes bewogen van hoog naar laag, en werden steeds groter. Het waren duidelijk geen auto's of mensen met zaklantaarns die beneden kwamen, daar was de afstand te groot voor en, bovendien, de lichtjes rolden langzaam bijna loodrecht naar omlaag. Toen we naar bed gingen hadden we pas door dat de lichtjes kleine brandhaarden moesten zijn omdat ze steeds doofden en dan weer opflikkerden.


Van bovenaf gezien
Onder het ontbijt realiseerden we ons dat vandaag onze pas getrouwde dochter Mirjam met haar man Coen zouden landen in het hartje van dit immense continent. Die twee waren van plan om in Alice Springs een splinternieuwe luxe 4WD Nissan X-Trail te huren. Samen gaan ze vanaf daar via de Tanami Road dwars door de woestijn jakkeren en via Hall Creek, in totaal 1224 km, om ons op 8 juli te kunnen ontmoeten in het hartje van Purnululu National Park, ook wel de Bungle Bungle Range genoemd.
Vandaar af zullen wij met hen samen door The Kimberley verder trekken. We keken nu al uit naar hun komst, maar we maakten ons enigszins zorgen of zij die afstand wel in zo'n korte tijd en over zulke ruige tracks konden overbruggen?

Wij betaalden bij Dave wat we schuldig waren voor een nachtje staan op zijn campsite en hij vertelde ons intussen honderd uit over de cycloon die een paar maanden geleden Wyndham had getroffen. Hij liet ons foto's zien van bomen die doorbogen tot aan de grond, en van de campsite die in zijn geheel anderhalve meter onder water stond. Het leven is hier hard buiten het seizoen, zei hij.
We namen vriendschappelijk afscheid van deze man die in een seizoen van maximaal drie maanden zijn kostje bij elkaar moet scharrelen, vandaar dat hij ging vissen met campinggasten, een snackkraam runde en nog allerlei andere klusjes aannam.

Eerst zouden we nog even Wyndham verkennen tot aan de baai, maar dan zie je pas hoe verlaten en dood dit stadje is. Veel oude vervallen huizen, de meesten zelfs onbewoond. Een hotel dat een marginaal bestaan schijnt te leiden, gezien de haveloze staat waarin het verkeert. Er is nog wel wat havenactiviteit, maar daarbij is Delfzijl een behoorlijke grote wereldhaven.

Vroeger was Wyndham wel een welvarend en bedrijvig stadje met o.a. een heel groot slachthuis. Het slachtafval verdween allemaal in de baai en dat zorgde voor een welvarende krokodillengemeenschap.
De veeboeren die land bezaten op de plek waar nu Lake Argyle ligt brachten hun vee hier in Wyndham naar het slachthuis. Het vee werd voornamelijk geslacht voor het leger, maar toen enerzijds de aanvoer van vee staakte door de aanleg van het meer en anderzijds het vervoer van het vlees voor het leger over heel grote afstanden te duur werd, was dat ook meteen het einde van deze bloederige industrie.

We besloten naar de Five River Lookout te rijden. Maar we moesten even onze weg naar boven vinden die dwars door een Aboriginals buurtschap liep en die ook nog eens slecht was aangegeven.
Aan het begin van de steile klim schakelde Rieky meteen naar een lagere versnelling. Halverwege kwamen we terecht tussen de rook van de smeulende begroeiing en flarden van de brand die we gisterenavond hadden gezien.
Rieky vond het maar eng en bovendien was ze bang dat onze camper de helling naar boven niet tot de top aan zou kunnen. Maar dat viel allemaal erg mee vonden we toen we, dwars door de brand, eindelijk helemaal boven hadden geparkeerd en op het uitkijkplatform stonden.
Wat een grandioos uitzicht had je vandaar af, maar zelfs van boven af gezien was het heel moeilijk om de loop van de vijf verschillende rivieren te onderscheiden; wat we wel echt zagen was de imposante zeearm, de Cambrige Gulf, en de uitgestrekte wetlands die aan de randen wit waren gekleurd van het door de zon opgedroogde zout. Aan de ander kant keek je ver The Kimberley in met zijn imposante tafelbergachtige bergketens.


Vlammen, rook en meer ongemakken
Het was tijd om verder te gaan. We daalden voorzichtig af en in elk van de vele haarspeldbochten kregen we keer op keer een andere prachtige kijk op de omgeving. Toen we naar boven gingen hadden we daar geen oog voor gehad vanwege de rook en de nog steeds smeulende brand. Bovendien moesten we ons toen goed concentreren op de weg en opletten dat er geen tegenliggers naar beneden kwamen.
Terug op de Great Northern Highway wilden we flink doorrijden want we hadden nog zo'n 230 à 320 km te gaan, afhankelijk van, of we meteen door zouden rijden naar Purnululu National Park of eerder zouden stoppen.

Na ongeveer 100 km maakten we een stop om te tanken, iets te drinken en te eten bij het Doon Doon Roadhouse. Dit roadhouse is een heel modern en nieuw service station met een campsite, een restaurant en een winkel, in the middle of nowhere, gerund door een stel Nederlandse emigranten, zoals ons later na een gesprek zou blijken. Dit servicestation is eigendom van de Aboriginal gemeenschappen die hier in de omgeving wonen. Deze Nederlands-Australische familie vertelde ons dat zij waren aangesteld om het hele complex te managen, en dat ze best tevreden waren over hun bazen. De koffie was hier ouderwets goed. De zaak zag er schoon en verzorgd uit. De broodjes smaakten ons uitstekend, en het was wel weer een keertje leuk om met Nederlanders in den vreemde te spreken.

Daarna vervolgden we onze weg die door het prachtige glooiende en roodgroene landschap van The Kimberley meanderde. Op een paar plaatsen langs de weg waren er gecontroleerde branden aangestoken met hoog oplaaiende vlammen. Branden die soms ook een enorme rookontwikkeling veroorzaakten en het landschap geblakerd achter lieten.

Er waren op deze highway niet overal bruggen over de talrijke rivieren, beekjes en kreekjes. En bij elke rivier, of er nu wel of geen brug was, werd al 500 meter tevoren aangegeven dat de highway zou versmallen tot een rijbaan. Indien er tegenliggers waren mocht men om beurten oprijden en men moest ter plaatse zijn snelheid terugbrengen tot maximaal 60 km per uur.

Deze highway was over het algemeen in goede conditie, alleen de belijning ontbrak op veel plaatsen, soms kilometers lang. Toch knalde ook op deze weg voor de zoveelste keer de linkerkoplamp van onze camper spontaan uit de lampkast. Hij bleef gelukkig bungelen aan de bedrading, maar we moesten wel stoppen. In armoede hebben we toen de lamp maar provisorisch terug op haar plaats geduwd en ingetapet met stevig, maar te smal plakband. Maar een definitieve oplossing was dit niet. Repareren was geen optie want, of men had geen onderdelen of er was geen reparatiewerkplaats aanwezig in deze uithoek.

Op deze weg begon ook de ellende met de rechterachteruitkijkspiegel die bij elke oneffenheid in de weg zichzelf vele centimeters verdraaide zodat mijn lieve chauffeur Rieky niet meer kon zien wat er achter haar op de weg gebeurde. Afstellen was onmogelijk geworden omdat de bevestigingsschroef lam gedraaid bleek te zijn.



Bermtoeristme
Zo kwamen we aan op Turkey Creek Roadhouse, waar we moesten concluderen dat het al te laat was om nog door te rijden naar Purnululu National Park. Daar naar toe was het zeker nog 100 km en we wisten dat de laatste 53 km van de track naar het park in buitengewoon slechte staat van onderhoud moest zijn.

Voordat wij uit Nederland vertrokken had Robyn Adams, onze gids en 4WD-chauffeur, waarmee we in 2004 door het Red Centre hadden getrokken, ons per e-mail gewaarschuwd voor de ongewoon slechte situatie van de 4WD-track die naar Purnululu National Park leidt. Zij raadde ons ten sterkste af om op eigen gelegenheid deze track op te gaan. Dit soort tracks was voorbehouden aan zeer ervaren rijders, meende zij. En Robin kon het weten.

We vroegen aan de mensen van het roadhouse of ze nog een plaatsje hadden op de campsite, maar die bleek hartstikke vol te staan.
Na wat gesoebat, want doorrijden was voor ons geen alternatief, kregen we een plaatsje achter het prefab kantoortje van de helikoptermaatschappij die vluchten over het Purnululu National Park en Lake Argyle aanbood.
Het kantoortje lag op het voorterrein van het servicestation, maar we waren allang blij dat we daar onze camper mochten neerzetten en stroom mochten aftappen. De mensen die Turkey Creek Roadhouse runden vroegen ons wel om bier en wijn zo onopvallend mogelijke te nuttigen, zodat de Aboriginals, die vanuit de naburige communities af en aan reden om te tanken of eten te kopen, daar geen aanstoot aan konden nemen. We stonden daar immers nog al in de kijker.

En dat klopte, we voelden ons voor het eerst na meer dan veertig jaar weer echte bermtoeristen. We zagen echt alles wat er op dit servicestation en op de wegen er naar toe gebeurde. Dat was voor deze keer best leuk, soms zelfs vermakelijk, en het was bovendien maar voor een nachtje.

Even voor dat het donker werd zagen we dat de onderkant van een hoge helling achter het servicestation in brand was gestoken. Op nog geen 600 meter van de benzine pompen kroop het vuur tergend langzaam omhoog.
Vlak bij het vuur stond een prachtig glimmende truck en 2 à 3 helikopters geparkeerd. Niemand keek er naar om of begon aanstalten te maken om maatregelen te nemen. Zelfs de mensen en bemanning van de helikoptervluchten stapten gewoon in de auto om naar huis te rijden. Toen de avond viel stond intussen de hele helling in de fik. Een bijzonder schouwspel van zo dichtbij, vooral toen het donkerder werd.


Dit was pas echt een avontuur
We hadden besloten het er op te wagen ondanks de welgemeende waarschuwing van Robin. Dus vertrokken we op 6 juli in de richting Purnululu National Park. De eerst 50 km reden we over de highway. Bij het bord "Purnululu
National Park 53 km (Bungle Bungle)" sloegen we af en stonden we eindelijk voor het hek van de beruchte Spring Creek Track.
Aangezien het hek dicht was namen we aan dat we moesten wachten. Waren we te vroeg? Of was de track gesloten?
Een paar minuten later kwamen er een paar Australiërs met spiksplinternieuwe en glimmende 4WD's die gewoon het hek openden en doorreden. Wij natuurlijk meteen achter hen aan. Een paar honderd meter verder op was een informatie punt met alles wat je hoorde te weten over de track: "alleen voor 4WD's toegankelijk" en info over het nationale park. Hier stond ook duidelijk aangegeven dat het hek gesloten moest blijven in verband met loslopend vee en omdat het privé terrein was.

De waarschuwing voor veel rotsen en rotsplaten in de bodem, afgewisseld met los zand of stenen op de weg, potholes en corrugation (wat wij wasbord noemen), smalle en nauwe doorgangen tussen rotsen of tussen bomen door, steile hellingen zonder enig zicht naar voren en even steile afdalingen gaven al aan wat ons te wachten stond.
Waarschuwingen voor scherpe bochten waren hier echt overbodig omdat er niet een enkel recht stuk weg in deze track was te herkennen. Ook de ontelbare crossings dwars door rivieren en kreken waren niet aangegeven en elke keer weer stonden we onverwacht voor een diepe of minder diepe rivier waar we doorheen moesten.
We ademden het wisselende, ruige en ongerepte landschap in, waar we maar een enkele keer een spoor van menselijk handelen zagen, met als enige uitzondering van de Spring Creek Track zelf waar we overheen reden. Hoe moeilijk de track ook was, we kwamen niet voor echt onoverkomelijke problemen te staan.

Of toch wel, vroegen we ons af toen er ineens om een bocht in de track een busje van een Wilderness Adventure Tour organisatie midden op de weg stond? Toen ik uitstapte zag ik pas dat het busje door iedereen verlaten was, zelfs de chauffeur was in geen velden of wegen te zien. Ik kwam tot de ontdekking dat de as onder het busje stond met maar aan een kant een stel wielen eraan. Hier was duidelijk sprake van een gebroken as.
Dit gaf maar weer eens aan hoe gevaarlijk dit weggetje was. Maar hoe nu verder? Ik kwam tot de ontdekking dat we over een tak waren heengereden die als signaal over de weg was gelegd. Bij nadere bestudering zag ik dat er een provisorische omleiding was gekapt door de bush aan de rechterkant van de track. Ik dirigeerde Rieky een flink stukje achteruit op dit uiterst smalle stuk van de track. De tak over de weg gaf inderdaad aan waar we omhoog konden via een steil talud van ongeveer 50 cm hoog om op de omleiding te komen. Ondanks dat de camper even flink scheef hing en heen en weer schommelde lukte het Rieky wonderwel op de provisorische omleiding te komen. Na ongeveer honderd meter konden we weer heel voorzichtig naar beneden waggelen.
Terug op de track gekomen kostte het nog een uurtje stuurmanskunst en goed opletten voor we aan het bord kwamen waar het park begon. Vanaf hier was het nog een klein stukje naar het Ranger Station and Visitors Centre. We parkeerden onze camper daar en we meldden ons bij de receptie. We hadden vier uur en een kwartier over de track gereden gerekend vanaf het hek.

De ontvangst was hartelijk, we kregen veel informatie mee en besloten om ons eerst voor twee nachten te settelen op Walardi Campsite waar ranger Bob de scepter zwaaide. Deze campsite lag vanaf de T-splitsing, vlakbij het Visitors Centre, 10 km verder op in zuidelijke richting, maar de tracks waren hier in goede conditie en perfect onderhouden. Onze komst was al aangekondigd door Bob's vrouw die ons had ontvangen aan de receptie. We zochten een bijzonder plekje uit met achter ons de brede drooggevallen kiezelbedding van de Bellburn Creek die verderop uitmondt in de Ord River. Daarachter lagen in de zon de typische afgeronde zandsteenbergen te schitteren waar Purnululu zijn faam aan te danken heeft. Die bergen zijn opgebouwd uit lichte en donkere lagen. Vanuit de verte lijken ze daardoor op vreemd gevormde koepels van spekkoek.
Ranger Bob kwam zich even voorstellen en een praatje maken. Hij vroeg ons meteen wat er aan de hand was met onze koplamp van onze camper. We vertelden hem het hele verhaal, en ook dat ondanks het plakband de lamp er toch steeds uitvloog. Hij beloofde ons, helemaal uit zichzelf, om te kijken of hij beter, breder en sterker tape kon vinden om het euvel te verhelpen. We zouden nog van hem horen. Hij was nieuwsgierig hoe lang wij over de 53 km gereden hadden en hij vond onze tijd helemaal niet slecht. Hij vertelde dat hij en zijn vrouw de track minstens een keer in de week reden en omdat zij het hele traject kenden deden zij er meestal 2 uur over.

De rust en de stilte voelde op deze bijzondere stek weldadig aan. En rust konden we goed gebruiken na die vermoeiende rit. We hadden niet erg veel campinggasten gezien toen we aankwamen, maar toen het omstreeks zes uur donker werd zagen we toch om ons heen zo'n tien lichtpuntjes. Kampvuren waren hier strikt verboden en dat is begrijpelijk als je zo ver van de bewoonde wereld af bent en een kostbaar natuurgebied in stand wilt houden. Onze buren, twee Australische families met kinderen, die heel laat aankwamen, probeerden toch een barbecue vuurtje aan te maken, maar dat moest snel worden gedoofd toen ranger Bob wat knorrig op de rook af kwam.

Het was nog geen 8 uur in de avond, maar het was zo donker dat het leek of het al middernacht was tot het moment dat de volle maan als een grote melkwitte spiegel tevoorschijn kwam en het landschap begon te kleuren met haar melkwitte stralen. Het hele gebied veranderde als bij toverslag en zag er uit alsof alles onder een dun laagje sneeuw lag, maar dat was schijn. En bovendien werd het nu snel frisser en te koud om nog buiten te blijven zitten. De hoogste tijd om naar bed te gaan want morgenochtend rond 6 uur zouden we wel weer gewekt worden door de eerste zonnestralen.


Het monumentale sprookje van Purnululu
Vandaag hadden we gereserveerd om langs Elephant Rock en via Cathedral Gorge het Amphitheatre te gaan bekijken en de Domes Trail te gaan lopen. Vroeg op dus, want de ochtenden zijn koel en op het midden van de dag is het meestal echt veel te warm om grote stukken te lopen.

Vanaf onze campsite naar de Cathedral Gorge was het 16,5 km rijden dwars door dit sprookjesachtige landschap. Een landschap dat steeds meer van zijn geheimen prijs gaf. Het eerste landmark dat we passeerden in dit gebied dat gekleurd werd door het dorre goudgeel van gedroogde grassen, het tere groen in vaak schriele boompjes en het rood, het roze, het wit en het geel van de bloeiende bloesems was Elephant Rock, een rots die grillig omhoog steekt uit de aarde en waarin de Japans rode wond overheerst in de overwegend roodgrijs spits gebeeldhouwde verweerde huid.
Hoe verder we kwamen, hoe meer het landschap haar monumentale karakter kreeg. We parkeerden de camper vlakbij de Domes Trail en het trail naar Cathedral Gorge.
Vanaf hier liepen we door de gorge naar de Cathedral, een immens door de natuur gevormd gewelf. De gorge werd steeds smaller hoe dieper wij er in doordrongen. Langs de trail die soms over de rechter en dan weer over de linker oever verder ging zagen we reusachtige grote rotsblokken die naar beneden waren gestort. Op sommige plaatsen vervolgde de trail z'n weg door de nu droge bedding van de rivier. Je kon hier zien hoe in het natte seizoen het snel en krachtig stromende water van de rivier met veel geweld enorme potholes had uitgesleten in de kalkstenen bodem. Potholes die zo diep en groot waren dat je er gemakkelijk met een paar mensen in kon verdwijnen.

Binnen onder het weidse gewelf van de Cathedral besef je pas hoe klein je werkelijk bent. De menselijke maat lijkt hier niet van toepassing. Je bent hier ten opzichte van de hoog boven je uittorende en aaneengesloten koepelvormige rotsoverkapping klein en nietig. Boven het gewelf torende een honderden meters hoge en tientallen meters brede ronde schoorsteen uit tot aan de blauwe hemel. Wat een majesteit. Ook hier toont de natuur haar monumentale vermogen op een onnavolgbare manier.

Terug uit deze majestueuze gorge vervolgden we onze wandeling via de Domes Trail. Deze trail voert tussen de reuze koepelvormige rotsformaties door. We liepen over hele smalle kronkelpaadjes tussen deze giganten tot we aan een open grot kwamen waar het lekkende water zijn ragfijne en delicate spel op had botgevierd en een prachtig patroon had geweven.
Zodra we uit deze doolhof van de Domes Trail kwamen was het landschap weer open, er waren weer waterplasjes tussen de grote rotsplaten die de bodem voor grote delen bedekken. De meeste rotsplaten liggen aan het begin van de Piccaninny Gorge Walk. Een wandeling die voor een groot gedeelte loopt over geërodeerde bedding van de Piccaninny. Maar ondanks dat deze wandeling zeer spectaculair moet zijn zien we af van deze tocht, die minstens twee dagen in beslag neemt en die veronderstelt dat je in de vrije natuur overnacht. Dat zat niet in onze planning.


Vrijwilligers werk, en een hulpverlener
Toen we nog maar net terug waren van Cathedral Gorge op de Walardi Campsite kregen we bezoek van een mede kampeerder, een meneer uit Sydney. Hij had van Bob gehoord van onze problemen met de koplamp en had Bob aangeboden om ons uit de nood te helpen. Hij had een grote rol zilverkleurig breed isolatietape bij zich en bood ons aan de lamp stevig af te plakken. Dankzij deze aardige meneer was het probleem met de lamp voor de rest van onze reis verholpen. Bedankt Bob, bedankt aardige meneer uit Sydney.
Vanaf ons plaatsje aan de droge rivierbedding genoten we van het prachtige uitzicht en een heerlijk rustige namiddag met een boek. Nog één nachtje slapen en dan zouden we hier in het park Mirjam en Coen ontmoeten. We hadden met hen afgesproken dat ze ons op de Karrajong Campsite konden vinden en zouden daarom de volgende ochtend verkassen.

Door de koude nachten staat mijn horloge, als ik het af doe tenminste, regelmatig stil. De batterij is kennelijk aan het eind van zijn Latijn. En als ik mij 's morgens was met het koude water uit de kraan dan heb ik onmiddellijk dooie vingers. Maar na het ontbijt liep mijn horloge weer en waren mijn vingers weer normaal warm.
We reden nu eerst op ons gemak terug naar het Ranger Station and Visitors Centre. Daar moest ik bellen met Apollo om toestemming te vragen om over 2 à 3 dagen de Gibb River Road op te gaan en de wegen die naar het noorden leiden. Een en ander hing af van de gesteldheid van de wegen en de weersvooruitzichten. Ik moest even aan de telefoon wachten, maar we kregen de toestemming zonder enig probleem, dat was dus geregeld.
We zouden ook nog even kijken naar wat er bij de receptie allemaal te koop was. We kochten voor Johan, Rieky's broer, een T-shirts van Purnululu National Park met een afbeelding van het schilderij er op dat in 1992 geschilderd werd door de Aboriginal kunstenares Donna Brown. Voor mij zelf kocht ik er ook zo een. En Rieky kocht nog wat kaarten om aan vrienden te sturen met een groet.
We hadden een heel lang gesprek met de vrouw van Bob die ons o.a. vertelde dat zij hier een betaalde baan had als receptioniste, maar dat haar man als ranger vrijwilligerswerk deed. Zij wisselde haar werk af met de vrouw van de ranger van de andere campsite.
We vertelden haar ook, dat wij hoopten, dat we vandaag onze dochter Mirjam en onze schoonzoon Coen zouden ontmoeten. En zij vertelde ons weer over hun dochter. Zij werkten hier voor enkele maanden en dan gingen ze weer terug naar de andere kant van dit continent. Het was van twee kanten een zeer geanimeerd en interessant gesprek.


Halen ze het of halen ze het niet?
Vanaf het centrum reden we terug naar de T-splitsing en gingen nu niet rechtsaf waar we vandaan kwamen, maar linksaf naar de Karrajong Campsite die nog 5 km verder naar het noorden lag. We zochten een leuk plekje waar we samen konden staan, maar met voldoende ruimte om ons heen zodat we elkaar niet zouden storen. We zagen er van af om nog iets te gaan ondernemen, want we hadden geen idee hoe laat dat stel kon arriveren. Het zou zeker niet vroeg worden, maar je wist het natuurlijk maar nooit, en we wilden wel aanwezig zijn als het pasgetrouwde paar zou aankomen.

We kozen dus voor een rustdag. We tekenden een welkomsttekst op een stuk karton van een lege bierverpakking en hingen dat op aan een waslijn tussen de camper en een boom. Hè, lekker even tijd om te lezen en te luieren, maar we hadden nu ook wat extra tijd om te zorgen dat we vanavond met z'n vieren iets behoorlijks te eten hadden. Na 1224 km, voor het grootste deel over stoffige tracks, zouden die twee wel een stevige trek hebben.

Officieel gaat de receptie van het park om vier uur dicht. Om kwart over vier in de middag kwamen ze de campsite oprijden. Ze hadden dus nog net die aardige mevrouw aan de receptie getroffen en Mirjam had gevraagd of haar ouders hier al waren gearriveerd, want hoe dichter ze bij de parkingang kwamen en de moeilijkheidsgraad van de Spring Creek Track ervoeren waren Mirjam en Coen steeds meer gaan twijfelen of "die twee oudjes" van 70 en 72 deze track wel hadden bedwongen. Nou, de vrouw van Bob had ze gerust kunnen stellen, en Mirjam had gezegd dat ze trots was op haar moeder. Rieky was nu gekwalificeerd en volleerde off-road driver.

We waren heel blij Mirjam en Coen te zien. En omgekeerd was dat ook zo. Die twee waren uitgehongerd na die lange stoffige rit en zij wilden eerst graag wat drinken. De één koffie, de andere thee, allebei een boterham, en intussen moesten wij vertellen over wat we allemaal al hadden gedaan en meegemaakt. Zij zouden eerst hun tent opzetten en daarna hadden zij tijd om te vertellen, en wij om te luisteren. Mirjam en Coen popelden om los te branden over de tocht van Alice Springs, dwars door de woestijn naar hier en dat met een splinternieuwe auto. Al te nieuw zag die auto er niet meer uit en de achterruit, de trots van Coen, was met een dikke laag rode aarde bedekt.


Dwars door de Tanami woestijn
Een samenvatting, en hoe hun huwelijksreis Down Under begon, opgeschreven door Mirjam van Tiel

Na een vliegreis van 30 uur kwamen we rond de middag aan in Alice Springs. We stonden van vermoeidheid te tollen op onze benen. Het was niet alleen de reis die vermoeiend was geweest, we hadden er beiden ons eerste jaar op zitten met een nieuwe baan. Mirjam als directeur van het Centrum voor de Kunsten in Waalwijk en Coen was een eigen bedrijf begonnen als consultant aansluiting onderwijs arbeidsmarkt op het gebied van techniek.
Onze bruiloft op 9 juni was een geslaagde prachtige dag maar de voorbereidingen hadden ons ook veel energie gekost. Nu was het dan eindelijk vakantie.

Alice Springs deed ons denken aan stadjes in Zuidelijk Afrika, heerlijk vinden we dat, de Outback sprak ons meteen aan. Op het vliegveld stond een gloednieuwe Nissan X-Trail 4WD (2,5L benzine Automaat) voor ons klaar. Verlekkerd keken we naar de echte 4WD's, maar we hadden gekozen voor deze PC Hoofdtractor omdat het aanzienlijk in de kosten scheelde. We vroegen ons wel af of we met deze auto overal doorheen zouden komen.
We deden inkopen in het centrum van Alice Springs. We hadden onze eigen uitrusting natuurlijk niet mee kunnen nemen en moesten hier dus het broodnodige voor onze survival aanschaffen. Naast campingstoelen en een cooker kochten we eten, drinken, jerrycans voor benzine en water, een luchtpomp voor de banden en een sleepkabel. We overnachtten op een camping in Alice Springs.



Op 6 juli vertrokken we over de Tanami Track dwars door de Tanami woestijn om uit te komen in Halls Creek vanwaar we door zouden rijden naar Purnululu NP.
We reden langs de West MacDonnall Ranges en kampeerden bij Tilmouth Roadhouse. We hadden pas 170 km gereden, maar dat maakte we goed door de volgende dag 415 km te rijden. We genoten van de weidsheid van het landschap en voelden ons er thuis. Bij Rabbit Flat gooiden we de tank vol. De enige plek in een straal van honderden kilometers waar benzine en drankjes te verkrijgen zijn. Bruce Farrands, die met zijn Franse vrouw hier in 1969 was neergestreken, kwam uit zijn huis. Hij pakte zijn fiets en wees ons de twee pompen die midden op een open veld stonden. We maakten een praatje en foto's en vervolgden onze weg.

We reden het track dat soms behoorlijk slecht was, spinifex (taaie bollen gras die kenmerkend zijn voor Australië) stonden rechts en links van ons. We kwamen deze dag maar vier auto's tegen.
Aan het eind van de dag zochten we een kampeerplekje maar het was hier niet zo makkelijk als in Afrika om van het track af te rijden. De woestijn is begroeid met lage stekelige struiken die het haast onmogelijk maken om je eigen pad te kiezen.
Toen we een zandverstuiving zagen reden we daar dan ook meteen op maar kwamen vast te zitten omdat de autobanden nog keihard waren opgepompt. Met alle Afrika ervaring hadden we dit probleem gelukkig zo weer opgelost. We schepten het zand weg en lieten de auto rustig optrekken, het diepe zand weer uit. We vonden de plek te dicht bij het track en reden nog een stuk door. Het werd al snel donker, aardedonker. Vlak voor de grens met Western Australia zagen we een zijtrack. We reden er in en kwamen op een aarden landingsbaan, waarschijnlijk voor aan- en afvoer voor de mijnen die hier in de buurt zijn.
Onder een prachtige sterrenhemel zetten we de tent neer en aten een soepje voordat we gingen slapen. In de wijde omtrek was er geen mens te bekennen. We horen ook geen wild, dat was in Afrika wel anders.

Op 8 juli hadden we een afspraak met Ad en Rieky en we moesten nog een flink stuk afleggen, gas op de plank dus. We hadden nog nooit zo hard gereden over pistes. Het was dan ook niet onze eigen auto waar we nog een heel continent mee moesten doorkruisen.
Aan het eind van de Tanami Track kwamen we weer op asfalt uit dat ons naar Halls Creek bracht, een klein stoffig stadje. Daar deden we inkopen in een klein supermarktje en gooide de tank weer vol. We reden naar de afslag die naar Purnululu NP leidde, daar zouden we Ad en Rieky treffen. Een groot bord gaf aan dat dit track alleen toegankelijk was voor 4WD's voertuigen. We waren nog maar net op het track of de eerste rivier doemde voor ons op. Wauw, een rivier met water erin, dat hadden we in Afrika maar een enkele keer meegemaakt. Om de paar kilometer kwam er een rivierdoorwading waarvan sommigen best diep met steile oevers. Coen plakte de gril dicht met vuilniszakken, bang dat er anders water in de motor zou komen.
Het was maar goed dat Rieky de 4WD cursus had gevolgd, want dit was zeker niet voor beginners. We genoten van het off-roadrijden.
Nog even en dan zouden we aan de borrel zitten met Ad en Rieky, aan de andere kant van de wereldbol. We hadden vanaf Alice Springs 1224 km gereden in drie dagen, waarvan 1000 km off-road
.

We besloten de avond met een goed glas wijn en nadat we onze plannen voor de volgende dag hadden uitgestippeld gingen we slapen.


Met
dank aan Rieky en Johan Hermsen voor het kritisch lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties

Ad van Tiel, Landsmeer, 7 juli 2007

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Rieky & Ad van Tiel © 2007