|
 

Nog even genieten
van onze heerlijke daktent

De laatste reisverslagen schrijven

Verona

Verona, alles is keurig onderhouden

Hereniging met
Ad en Rieky in Fussen

Uit eten en bijpraten

Tanken in Nederland,
dat zijn hele andere bedragen

Welkom thuis staat er
op de vaantjes in Riethoven

Hereniging met Ineke, Huub en Belle

Land Rover

Toyota Landcruiser

Onze eigen Jeep, Izzy

Ad in zijn ontwerpstudio

Paul brengt het logo aan

De spuiter bij onze wielen

Goodyear Wrangler MT/R

Lekkende schokbreker
in Afrika

De bullbar komt van een sloopauto ...

... maar wordt weer als nieuw gemaakt

Coen monteert de Safari Snorkel en ...

Mirjam maakt een vlakke laadvloer

Ons roofrack en de daktent van Hannibal

De zelf ontworpen
waterzuiveringsinstallatie

Luchtvering op Izzy

'Jeep, the one and only jeep!'

De uiteindelijke route -
Into Africa by Jeep,
36.000 km door Afrika!
|
REISVERSLAG 20
THUISKOMST en TERUGBLIK
geschreven door: Mirjam, januari 2005
JEEP CHEROKEE
geschreven door: Coen, januari 2005
T H U I S K O M S T
Terug in Europa
Op 12 juni 2004 zetten we weer voet aan wal in Europa, in Genua,
Itali‘, welteverstaan. Meteen was het verschil met Afrika zichtbaar.
De kust was volgebouwd met prachtige huizen die op een decoratieve
manier waren beschilderd. De wegen en voetpaden waren keurig onderhouden
en daar waar de weg kapot was, was hij netjes afgezet. Mensen liepen
goed verzorgd rond, bewust van de mooie kleren die ze droegen en
onderweg om hun huishouden met nog meer gemaksvoorwerpen aan te
vullen. Het begin van de cultuurshock die me steeds dieper zou treffen,
had ingezet.
We belden Ineke, Coen's moeder, om te vertellen dat we in Europa
waren aangekomen. 'Eindelijk zijn jullie weg uit dat enge Afrika,'
kon ze niet nalaten te zeggen. Ze had vaak in de rats gezeten en
had het niet leuk gevonden dat we als laatste nog even naar dat
onbetrouwbare Libië gingen. Ze had ons gesteund en leefde met
ons mee, maar was opgelucht nu we weer in Europa waren aangekomen.
Aida
We reden in twee dagen door naar Verona waar we op de stadscamping
kampeerden. Het vakantieseizoen was nog niet begonnen maar er waren
al toeristen, waaronder veel Nederlanders.
Ik schreef elke dag aan de laatste reisverslagen omdat we dachten
dat het er niet meer van zou komen als we eenmaal thuis zouden zijn.
De medekampeerders keken verbaasd naar onze auto en daktent en kwamen
een praatje maken. Voor ons was dit al een jaar lang ons dagelijkse
leven maar voor deze mensen was het iets aparts en anders. Het voelde
weer even als het begin van onze reis, toen we in Zuidelijk Afrika
veel (Nederlandse) toeristen tegenkwamen die onder de indruk waren
van onze plannen en met bewondering naar de auto en de daktent hadden
gekeken.
Als verlaat verjaardagscadeau voor Coen bezochten we op 20 juni
de opera Aida in de arena van Verona - elke zomer vindt hier het
wereldberoemde operafestival plaats. Coen is een operafan, zoals
zijn vader. Het Faraonische decor met piramides en sfinxen was toepasselijk.
We waren twee maanden in Egypte geweest, en met Coen's verjaardag
waren we vanuit de woestijn Cairo binnengereden en waren we als
eerste gestopt bij de piramides van Giza. Ik ben geen operafan maar
de voorstelling in dit eeuwenoude amfitheater, die plaatsvond onder
de sterrenhemel met duizenden bezoekers die waren neergestreken
op de stenen trappen, had zelfs voor mij iets speciaals. Niet dat
ik deze keer wel werd meegesleept in het drama van het operaverhaal
of door het groots opgezette decor. Het bleef een decor voor mij,
en ook al vond ik bepaalde delen van de muziek mooi, op de een of
andere manier raakte het mij niet echt. Wat het voor mij speciaal
maakte was dat ik aan Coen zag hoe intens hij ervan genoot; de dirigent
die helemaal opging in het gebeuren en in zijn eentje een performance
leek te geven; de Italiaanse meneer die tijdens de pauze - zoals
gebruikelijk tijdens deze avonden - zijn meegenomen eten met ons
deelde, en de kaarsjes die iedereen ontstak en gebroederlijk omhoog
hield.
Onze mond viel open
Toen we de twee reisverslagen over Egypte af hadden braken we ons
kamp op en pakten de auto in. Mijn ouders zouden ons tegemoet reizen
en we spraken af ze in Fussen (Duitsland) te ontmoeten. Coen startte
de auto, maar er gebeurde niets. Hij probeerde het nogmaals, maar
weer niets. Coen en ik keken elkaar met grote ogen en open mond
aan. Een van de overwegingen aan het begin van de reis was geweest
om een extra accu mee te nemen, maar wij vonden dat te ver gaan.
We waren goed voorbereid maar ergens moesten we de grens trekken,
er was altijd wel weer iets waarvan men zei dat je daar echt niet
zonder kon.
Het laatste half jaar bevonden we ons, vaak met zijn tweeën
- dus met één auto - dagen verwijderd van een dorp,
midden in de woestijn. Als we opstonden deed ik vaak een schietgebedje,
terwijl Coen grappen maakte dat de Jeep niet zou starten en we dagen
zouden moeten lopen door de woestijn om de bewoonde wereld te kunnen
bereiken - maar hij startte altijd weer. We hadden zo'n rotsvast
vertouwen in de Jeep gekregen dat we nu de accu leeg was elkaar
met ongeloof aankeken en beseften hoeveel geluk we hadden gehad.
Hereniging
Twee dagen later stonden we op de camping in Fussen. Coen stond
onder de douche en ik was onderweg er naar toe toen ik mijn ouders
het pad van de camping op zag komen lopen. Van een kant was het
alsof ik ze kort geleden nog had gezien maar dit was toch iets heel
anders dan terugkomen van een lange vakantie.
Ik had voordat we vertrokken wel degelijk stilgestaan bij de mogelijkheid
dat de reis door dit onbekende continent verkeerd zou kunnen aflopen,
en dat ik mijn ouders misschien niet meer zou terug zien. Het leven
is per definitie vergankelijk en onvoorspelbaar maar juist bij het
plannen van zo'n avontuur kun je hier niet meer omheen. Als we belden
met het thuisfront of een e-mail stuurden was het voor dat moment
een geruststelling, een teken van leven, maar wat bracht het volgende
stuk dat we zouden bereizen?
Telkens bleef het onvoorspelbaar en onduidelijk hoe we ons zouden
gaan redden uit de situaties die we zouden tegenkomen. Ik was me
hiervan zeer bewust en wilde dat het contact met mijn familie goed
was en dat ze wisten wat ik voor ze voelde.
Deze hereniging met mijn ouders was er voor mij dan ook een van
een viering: wouw, we hebben het gedaan, we hebben een continent
doorkruist en alle moeilijkheden die we zijn tegengekomen getrotseerd.
Het voelde fantastisch. Het zien van mijn ouders voelde als een
echte thuiskomst. Mijn ouders vonden het vooral bewonderingwaardig
dat we ons hart volgden en deze reis maakten en hadden zich geloof
ik niet zo veel zorgen gemaakt. Twee dagen trokken we met hen op.
Ze namen ons mee uit eten en we wandelden in de omgeving. We praatten
en we lachten, we lachten veel en met overgave. Voordat we konden
vertrekken moesten we een nieuwe accu voor Izzy kopen omdat we anders
Nederland niet zouden halen. Daarna reden mijn ouders door voor
een korte vakantie en wij reden richting Brabant. De eerste paar
weken zouden we bij Coen's ouders gaan doorbrengen voordat mijn
woning in Amsterdam weer vrij zou zijn.
Terug in Nederland
Bij Venlo kwamen we Nederland binnengereden. We wisten niet goed
wat we ervan moesten vinden. Waren we blij om thuis te komen? We
hadden nog wel langer weg willen blijven, maar omdat Coen's vader
ziek was en we vonden dat we het zijn moeder niet aan konden doen
om nog langer weg te blijven, keerden we terug naar huis. En trouwens,
het was ook volgens planning. We zouden een jaar weg gaan, onder
andere omdat we dachten dat een jaar werkonderbreking nog wel uit
te leggen was, langer zou misschien lastig worden. Maar dat was
vooraf, tijdens het reizen bekijk je het op een hele andere manier,
wat maakt een half jaar langer nou uit?
Voordat we naar zijn ouders zouden gaan dronken we nog wat in Eersel.
We wilden even acclimatiseren. We zaten op een terrasje en keken
naar de mensen die voorbij liepen. Ouders met kinderen aan de hand,
dagjesmensen op bezoek in dit schattige dorp - we vonden het maar
niks. Jakkes, moeten we nu ook weer zo'n leven gaan leiden? Wat
burgerlijk! We konden ons er niets bij voorstellen. Een jaar geleden
was dit ook voor ons normaal geweest maar nu leek het alsof een
onzichtbare muur ons afscheidde van het rustig voortkabbelende leven
van de mensen in dit dorp, ergens in Nederland.
We stapten op en reden naar het huis van Coen's ouders in Riethoven.
'Welkom thuis Coen, Mir en Izzy' stond er geschreven op velgekleurde
vaantjes die door Edo en Kim tussen de bomen waren opgehangen. Ik
deed het hek open en Coen reed met Izzy het erf op. Zijn moeder
duwde zijn vader in de rolstoel voor zich uit over het gras. Ze
zag er zielsgelukkig uit. Zijn vader toverde ook een glimlach op
zijn gezicht. Zijn vader was al lange tijd ziek, hij leed aan de
ziekte van Parkinson en als gevolg daarvan was ook zijn geheugen
aangetast. De vraag was of hij Coen zou herkennen. We omhelsden
en kusten ze en werden op het terras getrakteerd op vlaai. Ineke
vertelde dat ze Huub (Coen's vader) niet had verteld over onze terugkomst,
ze was bang dat hij er verward door zou raken. Toen wij het erf
op kwamen rijden had hij uit zichzelf gezegd: 'Coen, Zuid-Afrika.'
Hij had dus toch geweten dat we weg waren. Coen vertelde dat Huub
'welkom thuis' tegen hem had gezegd toen hij hem omhelsde. Wat is
er mooier dan zo'n thuiskomst! Zijn moeder zorgde al jaren voor
hem en had het zwaar gehad tijdens de afgelopen winter toen hij
boven op alles ook nog een longontsteking kreeg. De hele verzorging
koste haar veel energie en ze had zich extra ingezet om ervoor te
zorgen dat Huub Coen weer zou terugzien - en dat was haar gelukt.
We waren er heel gelukkig mee dat hij net deze dag zo goed was.
Een half jaar later, op 16 januari 2005, is Huub thuis overleden.
Ineke heeft jarenlang met veel liefde, toewijding en inzet voor
Huub gezorgd en het was haar grote wens dat hij in zijn eigen huis,
omringd door zijn familie, vredig kon sterven. Ineke is dankbaar
dat het uiteindelijk ook zo is gegaan. Ik vond het erg bijzonder
om te ervaren hoe liefdevol het gezin van Coen met het sterfbed
en de uitvaart is omgegaan.
Vervreemding
Achteraf gezien was het terugkomen een van de moeilijkste momenten
van de reis. We kwamen thuis van een avontuur waar we waarschijnlijk
ons hele leven dagelijks met veel plezier aan zouden terugdenken,
terwijl het leven van iedereen in Nederland zijn gangetje ging,
en er niet echt plaats was voor de verbijstering die wij voelden.
Wij konden ons wel inleven in de levens van anderen en snapten dat
alles doorging maar het leek of wij er niet in pasten.
Vrienden en familie hadden hun eigen bezigheden en grote of kleinere
zorgen. We hoorden overal hoe slecht het ging met Nederland en dat
de economie nog steeds niet was aangetrokken, maar het enige wat
wij zagen waren alle nieuwe auto's waar iedereen in rond reed en
hoe goed men het had. Zelfs de mensen op tv die klaagde over armoede
hadden een huis met heel veel spullen erin. Het was z'n enorm contrast
met wat we gezien hadden in Afrika. We hadden door een heel continent
gereden, van zuid naar noord, en nergens hadden mensen meer bezit
dan noodzakelijk. Natuurlijk waren er uitzonderingen, en in steden
was het anders, maar onderweg woonden de mensen in hutten van leem
en stro, hadden een oud gescheurd T-shirt aan, een oude wieldop
waar ze in kookten, hopelijk een paar geiten en als ze het heel
goed hadden een ezel, maar verder niets.
Hier in Nederland klaagden mensen terwijl het hun aan niets leek
te ontbreken. Hoe langer we terug waren hoe meer begrip we weer
kregen voor hoe de verhoudingen hier lagen, het een was niet echt
te vergelijken met het andere. Maar het is toch wel goed om te weten
hoe het er in andere delen van de wereld aan toe gaat en dat we
hoe dan ook gezegend zijn met alles wat we hier hebben.
Armoede
Vaak als ik vertelde over hoe weinig mensen in Afrika bezaten leek
men mij niet goed te begrijpen. 'O, wat vreselijk toch,' werd er
meteen gezegd. 'Armoede' leek synoniem te staan voor 'ellende'.
Ik wilde alleen maar illustreren wat een overvloed er in het westen
is en de afwezigheid daarvan in Afrika. Maar dat begreep men vaak
niet meteen.
Voordat ik in Afrika was geweest associeerde ook ik de mensen daar
met alle filmpjes over honger en ellende die ik op tv had gezien
en met de foto's in de kranten waar grote treurige kinderogen je
hulpeloos aanstaarden. Maar zo hadden we de zwarte bevolking van
Afrika helemaal niet leren kennen, de mensen die wij hadden gezien
waren helemaal niet ongelukkig, in ieder geval oogden ze niet ongelukkig
en ze waren zeker niet ongelukkiger dan de mensen in Nederland.
Ze lachten en zwaaiden naar ons. We zagen heel wat meer vrolijke
gezichten dan als we ons in Nederland op straat begaven, daar zagen
we toch vaak chagrijnige koppen.
Natuurlijk was er wel ellende, zoals de mensen die doodgingen aan
aids, maar die werden uit het zicht gehouden, net als in Nederland
waar de ellende zich toch meestal ook achter gesloten deuren afspeelt.
Amsterdam
Op 20 juli reden we naar Amsterdam om de verjaardag van mijn zus
te vieren. Zij en haar man namen ons mee met een bootje door de
grachten van Amsterdam. Wij hadden een heerlijke dag en werden verwend
door Yvette en Wim. Het was een van de eerste warme dagen en het
viel ons op hoe mooi Amsterdam was en hoe hard de mensen moesten
hebben gewerkt om dit alles op te bouwen. De zon scheen op de prachtige
gebouwen en waterwegen. Het deed ons denken aan het fotoboek over
Nederland dat de Libische familie ons had laten zien. Zij hadden
zich hardop afgevraagd waarom ze in Europa toch zoiets moois hadden
kunnen opbouwen terwijl dat bij hun niet gebeurde.
Wennen
Coen's oudste broer ging met zijn gezin naar Canada en we mochten
tijdens hun afwezigheid in hun huis verblijven. Het was prachtig
weer toen we daar zaten en we kwamen er tot rust. We kwamen er achter
dat we aan het afkicken waren van het reizen. We hadden zo intensief
gereisd, vooral het laatste halfjaar met als klap op de vuurpeil
de Arabische landen. We waren voortdurend op onze qui-vive geweest
en hadden in spanning gezeten of we door de road-blocks zouden
komen en wanneer er weer geheime politie zou opduiken. We leken
verslaafd te zijn geraakt aan de adrenaline stoten. Het weer verder
moeten leek al die tijd nog door ons bloed te jagen, we zaten nog
steeds in dat ritme.
Voordat we in mijn huis konden logeerde ik nog een week bij mijn
ouders in Landsmeer om het een en ander te kunnen regelen en Coen
verbleef nog een week bij zijn ouders. Het was niet makkelijk om
terug te keren naar het appartement in Amsterdam, na al die vrijheid
die we hadden gekend. Elke dag buiten, elke avond onder de sterrenhemel.
Voor Coen was het helemaal moeilijk, hij was het niet gewend om
in een appartement te wonen. Hij had altijd de ruimte gehad en de
natuur om zich heen en was niet gewend aan een stad als Amsterdam.
In mijn woning hoor je de buren die boven en onder je wonen en we
vonden pas een parkeerplaats nadat we drie keer rond hadden gereden,
terwijl we nota bene een parkeervergunning hadden.
Ineke bood aan dat we een week in hun vakantiehuisje in Zeeland
mochten. Daar kwamen we helemaal tot onszelf, heerlijk wandelen
langs de prachtige stranden van Walcheren en eens goed bedenken
wat we nu verder wilden. Toen we weer terug kwamen in Amsterdam
konden we voor het eerst oprecht zeggen dat we thuis waren gekomen,
we waren - drie maanden na onze terugkomst - weer bereid om in Nederland
te zijn en leken afgekickt van de woelige reisperikelen.
T E R U G B L I K
Verwachtingen
Wat hadden we verwacht van de reis? Naast de indrukken die we zouden
krijgen van al die Afrikaanse landen en volkeren, en het spannende
van het avontuur had ik niet veel verwachtingen. Ik kon me namelijk
niet echt voorstellen hoe het zou zijn om een jaar van huis te zijn
en te reizen door een exotisch continent. Ik hoopte maar dat ik
niet te bang zou zijn maar juist mijn angsten zou overwinnen en
zou kunnen genieten. Coen had al ervaring met het reizen door Afrikaanse
landen en wist daardoor een beetje wat hem te wachten stond, maar
hij had toen een maand met rugzak rondgereisd en dat was toch iets
heel anders. Hij had verwacht dat onze reis een jaar vakantie zou
zijn, maar daar vergiste hij zich in.
Hoe we het hebben ervaren
Het reizen door Afrika was fantastisch, met alles wat daarbij hoorde.
Het was geen vakantie, zoals Coen had gedacht. Voor mij was het
meer het verleggen van grenzen en overwinnen van angsten dan dat
het beangstigend was. We hebben allebei zoveel uit deze ervaring
gehaald. We zijn nog steeds vervuld van wat het ons allemaal heeft
gebracht. Het is een verrijking, een verbreding van ons blikveld.
We hebben culturen en levenswijzen gezien en kunnen ervaren die
we, als we alleen in westerse landen waren gebleven, nooit hadden
kunnen meemaken. Sommige belevenissen hadden ook puur te maken met
het buitenleven en niet eens zo veel met Afrika. Zoals het mooie
weer en het kunnen genieten van vierentwintig uur per dag buiten
zijn, in contact met de natuur, de mensen en de wilde dieren. En
de nadelige kanten daarvan, zoals het voordurend op je hoede moeten
zijn voor eventueel gevaar (van mens of dier) en het gek worden
van mensen die altijd iets van je willen en dat je je niet kan terugtrekken
om even tot rust te komen.
Wat wel met Afrika te maken had was het gevoel dat we hebben ervaren
in de uitgestrekte savannes en woestijnen, we waren niets meer dan
een nietig stipje in een overweldigend mooie woeste omgeving. Eindelijk
konden we opgaan in het landschap om ons heen, niet het benauwde
van Nederland waar altijd huizen, wegen en mensen zijn. Zelfs als
je in Nederland de stilte opzoekt heb je kans op tientallen of honderden
mensen die ook probeerden alleen te zijn met de natuur. Altijd hoor
je wel ergens een weg, vliegtuigen of iets anders dat is voortgebracht
door onze beschaving.
In Nederland ervaar ik de natuur alsof die zich onder een koepel
bevindt en kunstmatig in stand wordt gehouden - hij is altijd begrensd.
In Afrika hebben we kunnen ervaren dat wij geen controle hadden
over de omgeving. De natuur had hier de overhand, niet de mens.
Uren en dagen kun je rijden zonder een huis of een verharde weg
tegen te komen. Dit maakt ook dat je totaal tegenovergesteld in
het leven staat. In Nederland wordt er in je eerste levensbehoefte
voorzien, je strijd ligt op een heel ander vlak. Alles is voorhanden,
men heeft eigenlijk niets te klagen maar het kan altijd beter of
meer. Men heeft tijd en energie om te denken, te filosoferen, iets
van het leven te maken of niets van het leven te maken. Je kunt
niet altijd bereiken wat jij wilt maar je kunt er over tobben zonder
je zorgen te maken of je genoeg eten hebt, een dak boven je hoofd
en een dokter in de buurt die je kan helpen als dat nodig is. Iedereen
is zeker gesteld van die eerste levensbehoeften en hierdoor hebben
we elkaar niet echt meer nodig. Iedereen is afzonderlijk bezig met
zijn frustraties, dromen en ontwikkeling, en die kunnen mijlenver
uit elkaar liggen.
In Afrika heeft de natuur de overhand, het ontbreekt er aan infrastructuur.
Iedereen - of je nu arm bent en in een Afrikaans dorpje woont of
dat je rondreist in een auto met alle luxe van een westerling -
heeft hetzelfde doel. Hoe kom ik vandaag aan mijn water en eten,
en ben ik vandaag veilig. Hierdoor staan de mensen veel dichter
bij het leven, en bij de dood. Het voelt heel fysiek, je bént
aan het leven. Coen en ik verlangden hiernaar, om heel basaal, het
leven te leven. De ironie is dat er vele Afrikaners juist verlangen
naar de luxe. Zij zien westerlingen die rijk zijn zonder er iets
voor hoeven te doen - zo lijkt het in ieder geval. Zij hebben geen
zin meer om elke dag uren te lopen om water te halen en met veel
moeite of door de hand op te houden aan eten te komen. Zij willen
naar het westen en leven als een prins, geen zorgen meer om de meest
basale behoeften om te overleven.
Al de indrukken die we onderweg hebben opgedaan zijn kostbaar voor
ons geworden en onvergetelijk. De vrouwen en kinderen met kruiken
op hun hoofd die op weg waren om water te halen, de eenvoud, de
aardige gezichten. Een wereld die zo anders was dan die ik kende.
De spannende momenten waar mensen iets van ons wilden en boos werden
omdat ze het niet kregen, soms met hun kalasjnikof al in
de aanslag. Het dagen rijden over hobbelige aarde wegen, het rijden
dwars door de woestijn zonder een spoor om te kunnen volgen. Het
was ook vaak vermoeiend, het moeten doorzetten om een visum te bemachtigen,
ons boos moeten maken bij de grensovergangen, de rust die we vaak
niet konden vinden. Het afwegen wat het beste was; als we in Zuid-Afrika
zouden worden bedreigd met pistolen zouden we onze bezittingen afgeven
om ons leven te redden maar op andere momenten in andere landen
was juist het tegenovergestelde hetgeen onze levens kon redden.
Als we geld hadden gegeven zou dat als zwakte gezien kunnen worden
en had dat verregaande consequenties voor ons bezit en onze veiligheid
kunnen hebben gehad. Het hoorde allemaal bij het reizen door Afrika
en we vierden onze overwinningen, bijvoorbeeld als we ergens goed
doorheen gekomen waren of angstige momenten hadden doorstaan.
Dit was onze eerste grote reis en we waren onervaren, we wisten
niet wat we nu wel weten. Maar toch is de vraag of we het zoveel
anders zouden doen nu we ervaren reizigers zijn geworden. Er waren
mensen die bij onze thuiskomst vroegen of we wel genoeg genoten
hadden, of het niet teveel gedoe was geweest. Ik was verbaasd dat
ze dat vroegen omdat het voor mij ondertussen een vaststaand feit
was: dit was reizen door Afrika, in ieder geval als je met eigen
auto was en wilde dat die ook weer mee terug kwam.
We waren andere reizigers tegen gekomen maar iedereen liep tegen
dezelfde dingen aan: mensen die je lastig vielen omdat ze geld van
je wilden, verhalen over vreselijke overvallen en car-jackings
en maar weinig plekken waar je even echt kon uitrusten. Maar iedereen
was ook gefascineerd door het continent, de natuur en de mensen,
de gevolgen die waren teweeggebracht door het koloniale tijdperk,
de moeizame verstrengelde relatie van Europa en Afrika en de hulpverlening
die maar niet leek aan te slaan. Maar bovenal was het voor iedereen
een enorme stoere ervaring om in je eigen auto juist dit continent
te doorkruizen.
De reizigers die ook naar andere continenten waren geweest zeiden
dat het reizen door Afrika vaak moeizaam was in vergelijking tot
het reizen in Azië, Zuid-Amerika en Australië, waar het
reizen meer werd ervaren als een vakantie. Maar juist deze reis
had mij ervan doordrongen dat ik alles aankon en overal naar toe
kon. Het was een overwinning, een bevrijding. Niet dat ik daarvoor
het idee had een gevangene te zijn maar door dit te ondernemen ontdekte
ik dat er nog veel meer mogelijk was. Ik ontdekte dat er een wereld
voor me open lag en dat als ik daar zin in had ik kon gaan en staan
waar ik wilde. Afrika had de boze buitenwereld geleken maar ik was
erachter gekomen dat ik door elke moeilijke situatie heen kon komen,
dat ik het lef en de wilskracht had. Ook kon ik zien dat mensen
in wezen overal hetzelfde zijn en hetzelfde willen, ook al zagen
we juist hoe verschillend volkeren zijn. Per land (of soms per stam)
zagen we de verschillen. Alsof elk volk van een land een eigen karakter
had, net als individuen. Reizigers omschreven hoe ze de mensen van
verschillende landen hadden ervaren en wij konden dat na ons eigen
bezoek aan die landen alleen maar bevestigen. Voor sommige landen
was dat niet zo uitgesproken maar voor andere landen zoals Ethiopië
klopte 'de vooroordelen' precies met wat wij meemaakten.
Onze reis dwars door Afrika is een verrijkende ervaring voor ons
geweest waar we ons hele leven uit kunnen putten.
Team
In de reisverslagen heb ik het niet vaak gehad over mijn relatie
met Coen en hoe het tussen ons ging. Ik denk dat het komt omdat
het zo goed ging tussen ons en dat we perfect op elkaar waren ingespeeld.
We vulden elkaar aan, vingen elkaar op en hadden veel plezier samen.
In de laatste paar maanden werd het ons soms allemaal even te veel
en dan schreeuweden we af en toe tegen elkaar en maakten we elkaar
uit voor van alles en nog wat, maar vijf minuten later waren we
het alweer vergeten. Ik denk dat het onmogelijk is om zo'n soort
reis te maken met iemand waar je niet heel gek op bent.
Mijn pink
In Dar es Salaam, Tanzania, waren Coen en ik aan de auto aan het
werken toen ik de stang van de high-jack uit mijn hand liet
schieten en de stang het topje van mijn linkerpink afsloeg. Een
deel van het topje was doorgesneden en de andere helft was verbrijzeld,
mijn nagel was eraf. Het topje werd gehecht in het ziekenhuisje
van een missiepost, door een arts die enkel Swahili sprak.
De genezing verliep door het warme, tropische klimaat en de onhygiënische
omstandigheden niet voorspoedig. Maar gelukkig was André
er, een Zuid-Afrikaanse arts die we ontmoet hadden in Mozambique
en in Dar opnieuw waren tegengekomen. Hij verzorgde mijn pink en
hield het genezingsproces nauwkeurig in de gaten - waar we heel
blij mee waren. Mijn pink is weer helemaal genezen, alleen aan de
iets afwijkende vorm kun je nog zien wat er gebeurd is.
Ontwikkelingshulp
Onze kijk op ontwikkelingshulp is sinds het reizen totaal veranderd.
Het beeld dat je vanuit je woonkamer krijgt van hulpeloze Afrikaners
komt wat ons betreft niet overeen met hoe wij de bevolking van Afrika
zagen. Als mensen sterven van de honger of vermoord en verkracht
worden moet er hulp worden geboden, daar twijfelen we niet aan.
Maar wij zagen ook veel mensen die waren gaan rekenen op hulp en
zelf geen initiatief meer namen om te veranderen.
De vraag is ook of ze wel moeten (willen) veranderen. Het westen
komt vertellen hoe zij een rijker, beter leven kunnen gaan leiden,
maar er wordt niet gekeken naar hoe een volk in elkaar zit en waar
ze in hun ontwikkeling zijn. In plaats daarvan komen er blanken
langs die veel bezit hebben (ontwikkelingswerkers, toeristen / reizigers)
en dat is wat de bevolking te zien krijgt. Dat willen wij ook,
denken zij natuurlijk - ook hun is niets menselijks vreemd.
Op ons (en andere overlanders, rugzakreizigers en expats)
kwam het over dat er bij de zwarte bevolking een hardnekkig beeld
is ontstaan over blanken: de blanke stam is geboren met bezit, uit
het niets komen deze blanken opdagen en ze zijn altijd rijk. Geen
zwarte heeft ooit een blanke zien werken. Ze doen niets en hebben
alles en ze delen het ook nog uit.
Natuurlijk ben ik hier aan het generaliseren en chargeren. Het is
ons duidelijk geworden dat het hele ontwikkelingshulpvraagstuk en
de toestand van de bevolking van Afrika enorm ingewikkeld in elkaar
steekt. In dit continent hebben zich vreselijke tragedies afgespeeld
en natuurlijk willen we goedmaken wat onze voorouders verkeerd hebben
gedaan en natuurlijk willen vele mensen hun rijkom delen met de
minderbedeelden in de wereld, maar er is iets niet goed gegaan.
Ons geweten sussen door maar wat geld over te maken of pennen uit
te delen zonder stil te staan bij de consequenties daarvan is niet
erg behulpzaam (ook mijn eerst impuls was pennen uitdelen aan deze
kinderen die niets hebben, maar daar ben ik later anders over gaan
denken).
Coen en ik hebben in het eerste half jaar veel gepraat met elkaar
en anderen over deze onderwerpen maar een bevredigend antwoord over
hoe het dan wel zou moeten hebben we nog steeds niet. Moeten we
wel iets doen of moeten we (de Europeanen), zoals sommige blanke
ex-Rhodesiërs en Zuid-Afrikaners zeggen, massaal het continent
verlaten en Afrika over haar eigen lot laten beslissen. Volgens
hun is dit de enige manier voor Afrika om zich te ontdoen van alle
ingewikkelde- traumatische- hulpverslavende banden uit het (heden
en) verleden met het rijke westen en kan zij dan eindelijk haar
eigen verantwoordelijkheid nemen. Dit lijkt ons ook weer wat rigoureus,
maar wat is dan wel de oplossing? Wij zagen het verschil als we
mensen ontmoetten die onderwijs hadden genoten, dus wat ons betreft
is onderwijs in ieder geval een sleutel tot duurzame ontwikkeling.
Maar hoe dan ook, het lijkt me dat Nederland en Europa - en Amerika
niet te vergeten - zelf nog genoeg uit te zoeken hebben. Geweld,
mishandelingen, botsende culturen, (politieke)moorden, verkeersdoden
en eenzame depressieve mensen. Laten wij een (ver)lichtend voorbeeld
worden - verander de wereld begin bij jezelf.
Voor herhaling vatbaar?
Jazeker. Zuid-Amerika? West-Afrika? We hebben de smaak te pakken.
Ik denk dat we op het eind van de reis oververmoeid waren geraakt
maar we zijn ondertussen weer helemaal uitgerust. We zijn nu op
zoek naar leuke banen, maar als die zich op korte termijn niet aandienen
gaan we er misschien nog wel even tussenuit. De bedoeling was dat
we de Jeep meteen zouden verkopen maar Coen maakte er geen haast
mee. Toen ik hem ernaar vroeg bleek hij al aan het fantaseren te
zijn over een reis door West-Afrika. Een nieuwe baan kan ons overal
brengen; dan solliciteren we weer in Amsterdam, dan in Den Bosch
of Nijmegen maar ook zijn er mogelijkheden in Afrika. We zullen
wel zien waar we terecht komen, maar deze reis pakt niemand ons
meer af.
J E E P --C H E R O K E E
geschreven door: Coen Barthels, januari 2005
Land Rover versus Landcruiser
Toen we eenmaal hadden besloten dat we met een eigen auto een reis
dwars door Afrika zouden gaan maken, gingen we ons oriënteren
op een geschikte auto. We wisten inmiddels wel dat de meeste overlanders
verknocht waren aan de Land Rover, met zijn stoere, nostalgische
uitstraling. Maar we hadden inmiddels ook voldoende reisverhalen
gelezen om te weten dat ze niet zo degelijk zijn als ze eruit zien.
De grap, dat Land Rover eigenaars elkaar niet onderweg ontmoeten
maar in de werkplaats, is achteraf gezien beslist niet uit de lucht
gegrepen. Een bijkomend nadeel is de geringe afschrijving van deze
auto's waardoor ze op de tweedehands markt duur zijn in vergelijking
tot andere 4x4's. Het grote voordeel van een Land Rover is echter,
zeker als je besluit om een oudere 110 aan te schaffen, dat er vrijwel
overal in Afrika onderdelen te koop zijn. De Engelsen hebben ze
in Oostelijk- en Zuidelijk-Afrika geïntroduceerd en vele decennia
had Land Rover een monopolypositie op de ruige stoffige Afrikaanse
pistes. In de jaren zeventig van de vorige eeuw greep Toyota haar
kans schoon. Men "kopieerde" de Land Rover, verbeterde
alle zwakke punten en ging de Afrikaanse markt bestoken met de nieuwe
Toyota Landcruiser. En met succes, in korte tijd schakelden vele
regeringen, NGO's en het bedrijfsleven, denk bijvoorbeeld aan safari
reisorganisaties, over op de duurzame Landcruiser. Toyota werd marktleider
en Land Rover moest zich in de strijd gewonnen geven, de wet van
de remmende voorsprong. Het negatieve imago bleef Land Rover hardnekkig
achtervolgen, ondanks geweldige verbeteringen aan de Defender vanaf
het type TD-5. Zelfs op dit moment zijn de vooroordelen nog springlevend,
terwijl de Land Rover en de Landcruiser kwalitatief gezien gelijkwaardig
zijn.
Onze eigen Jeep, Izzy
Een jonge gebruikte Land Rover of Landcruiser paste niet in ons
budget. Een oude Land Rover was vragen om technische problemen en
een oude Landcruiser is per definitie "zo rot als een mispel"
als hij tenminste in het natte Europa zijn leven heeft gesleten.
We negeerden alle goed bedoelde adviezen en kozen voor een Jeep
Cherokee. In Amsterdam Oud Zuid geeft het de welgestelde burger
extra status om de kinderen in een Jeep naar school te brengen en
vervolgens in de PC Hoofdstraat te gaan winkelen.
"PC Hoofdtractoren" worden ze genoemd en je ziet ze op
elke hoek van de straat. Wij waren verknocht aan het klassieke model
van de Jeep Cherokee en we gingen dan ook regelmatig een blokje
om in Oud Zuid om ons te vergapen aan de Jeeps en te fantaseren
over hoe het zou zijn om er mee door Afrika te reizen. We zochten
op internet, maakten proefritjes en vonden een geschikte Jeep in
de buurt van Utrecht. Het was een witte handgeschakelde vier liter
zonder elektrische poespas en met een stoffen interieur. Onverkoopbaar
in ons calvinistische kikkerlandje, want Nederlanders willen qua
uiterlijk een grijze muis. De kleur van een auto moet vooral veilig
zijn in het verkeer en zeker niet te veel aandacht op je vestigen.
Het interieur daarentegen moet voorzien zijn van alle denkbare luxe,
liefst met airco en lederen bekleding. We konden de Jeep dan ook
enkele duizenden Euro's onder de dealerprijs kopen terwijl hij precies
voldeed aan ons verlanglijstje.
In Afrika is 99% van de auto's wit dus onze Jeep zou waarschijnlijk
minder opvallen. We prefereerden stoffen bekleding want het leek
ons geen pretje om bij 55 graden in een korte broek op leer plaats
te moeten nemen. Airco zou al helemaal onverstandig zijn, enerzijds
omdat je binnen de kortste keren ziek wordt van de enorme temperatuurverschillen
en anderzijds omdat de airco kostbare koellucht voor de motor wegneemt,
net als de oliekoeler van een automatische versnellingsbak. Verder
wilden we zo min mogelijk toeters en bellen omdat kapotte elektronica
alleen vervangen kan worden terwijl je bijvoorbeeld een kapot mechanisme
achter een raamzwengeltje nog wel in de bush kan repareren.
Preparatie van de Jeep voor Afrika
We waren erg blij met onze aankoop. De Jeep, we noemden haar Izzy,
was bijna 400 kg lichter dan de Land Rover en de Toyota, een stuk
goedkoper en we hadden veel meer vermogen. Na het verwijderen van
de katalysator was het vermogen circa 200 pk, ruim voldoende om
elke hindernis in Afrika met gemak te kunnen nemen zoals later bleek.
Ik ging aan de slag met een preparatieplan om Izzy geschikt te maken
voor de zwaarste omstandigheden in Afrika. Ik overlegde met Jos,
een ingenieur die in zijn vrije tijd met een Jeep racet, sprak met
Loek die verschillende keren Parijs - Dakar heeft gereden en speurde
op internet naar geschikte aanpassingen.
Ik kwam er al snel achter dat mijn plan budgettair niet haalbaar
was want alle aanpassingen zouden meer gaan kosten dan onze tweedehands
Jeep. Er moesten dus keuzes worden gemaakt. De ARB-bullbar met Warn-lier
kwam te vervallen en ook de verhogingset werd weggestreept, kostenbesparing
ruim Euro 3.000,=. Ik koos wel voor zes stalen wielen met nieuwe
terreinbanden. Onze lichtmetalen wielen werden verkocht en ik vond
op marktplaats de juiste, gebruikte, stalen wielen. Uiteraard moesten
ze nog "even" wit worden gespoten en bij B&S in Tiel werden
de banden gemonteerd. Goodyear Wranger MT/R, speciaal in Amerika
besteld en volgens mij, na alle testrapporten te hebben gelezen,
beter dan BF Goodrich AT. Het grote voordeel van stalen wielen is
dat je ze bij schade weer recht kunt slaan, terwijl lichtmetaal
breekt en in Afrika niet meer te repareren is, tenzij je iemand
weet te vinden met een argon-arc lasinstallatie in zijn hut, maar
dat is hoogst onwaarschijnlijk. Terugkijkend op onze reis waren
de stalen wielen niet echt noodzakelijk maar onze banden hebben
beter gepresteerd dan ik ooit had durven hopen. 36.000 km over wegen
met gaten en afgebrokkeld asfalt, over pistes van zand, modder en
vlijmscherp vulkanisch gesteente en we hebben niet één
lekke band gehad!
Autotechniek voor gevorderden
Ad, de vader van Mirjam, ontwierp het logo dat Paul van het bedrijf
Idemdito uit Arnhem met een computergestuurde machine uit vier verschillende
kleuren tropenbestendig folie sneed en met een speciale föhn
aanbracht op de voordeuren van Izzy. Op deze manier hoopten we een
NGO-uitstraling te krijgen waardoor we makkelijker grensovergangen
zouden kunnen passeren. Achteraf gezien bleken douanebeambten hier
niet gevoelig voor te zijn, maar ons logo gaf wel regelmatig aanleiding
voor een praatje met de lokale bevolking of met reizigers en we
hebben dan ook een jaar lang apetrots ons verhaal gedaan met ons
logo van Afrika ter illustratie.
Ik heb een deel van de preparatie uitbesteed aan Jos, de Jeepracer.
Het ging om de aandrijflijn en wielophanging. Zo heeft Jos de koppelingsplaat
vernieuwd en alle kruiskoppelingen in de aandrijfassen en vooras
vervangen voor versterkte types met smeernippels. Ook heeft hij
de bladveren aan de achterkant van de auto voorzien van een extra
blad zodat ze meer gewicht konden dragen en heeft hij een automatisch
differentieel lock gemonteerd in onze achteras. Zodra je gas geeft
koppelt dit Lock Right Powertrax Traxion System de steekas
van het linker en rechter achterwiel aan elkaar. Als je met een
4x4 met een gewoon "open" differentieel met de linker
of rechter wielen in de modder terecht komt zullen deze wielen gaan
spinnen, terwijl de wielen aan de andere kant van de auto stil blijven
staan en je dus niet meer weg komt. Dit komt omdat de differentieels
in de voor- en achteras er juist voor moeten zorgen dat de wielen
van een auto onafhankelijk van elkaar met verschillende snelheden
moeten kunnen draaien omdat een wiel in de binnenbocht een kleinere
afstand moet afleggen en dus langzamer moet kunnen draaien dan het
buitenwiel. Zodra je gas geeft met een automatisch diff-lock
vervalt de differentieelwerking en heb je dus veel meer vermogen
bij een gladde ondergrond. Maar..., 'elk voordeel heb zijn nadeel!'
Als je met een diff-lock op asfalt in een bocht per ongeluk
gas geeft breekt de auto aan de achterkant direct uit waardoor er
levensgevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Ik heb een week met
de diff-lock rond gereden maar omdat autorijden voor mij
routine is kwam het regelmatig voor dat ik in een bocht per ongeluk
gas gaf, waardoor de Jeep uitbrak en ik al mijn stuurmanskunsten
moest aanwenden om niet te verongelukken. Ik heb dan ook, na goed
overleg, de diff-lock laten vervangen voor limited slip
differentieel, een systeem dat iets minder zwart-wit reageert. Als
laatste heeft Jos onze standaard schokbrekers vervangen voor rallyschokbrekers,
Rancho 5000. Achteraf gezien hadden we beter kunnen kiezen voor
gasgevulde schokbrekers in plaats van de types die met olie gevuld
zijn. De eerste schokbreker reden we in Zambia kapot op een wasbordpiste
van enkele honderden kilometers. Een schokbreker, de naam zegt het
al, heeft als taak het dempen van de klappen die oneffenheden in
het terrein aan de banden doorgeven zodat de banden zoveel mogelijk
in contact blijven met het terrein, want géén contact
betekent géén aandrijving en stuurloos. Het principe
van een schokbreker lijkt op een koffiezetapparaat waarbij je heet
water en losse koffie in een glazen pot doet en vervolgens een zeef
op een stok langzaam naar de boden drukt. Bij een schokbreker zit
er olie of gas in de pot en de zeef volgt de opwaartse bewegingen
van het wiel. Het bewegen van de zeef door de olie of het gas gaat
moeizaam en door de wrijving ontstaat er warmte. Onze schokbrekers
waren in Zambia roodgloeiend na een paar uur wasbordpiste met te
hoge snelheid en te harde banden. De stofhoezen waren gesmolten
en de keerringen verbrand met als gevolg, olielekkage en dus rijp
voor de vuilnisbak. In Tanzania heb ik alle schokbrekers vervangen
voor Old Man Emu met gasvulling, de absolute top volgens insiders.
Nog geen twee weken later reden we ook één van deze
schokbrekers kapot op de beruchte shifta-route naar Ethiopië.
Oefening baart kunst, daar zijn we door schade en schande wel achter
gekomen want vanaf Ethiopië hebben we nog zeker 20.000 km gereden
met een allegaartje aan schokbrekers en er is niets meer kapot gegaan.
Overall en werkhandschoenen
Om kosten te besparen heb ik een deel van de preparatie zelf uitgevoerd.
Via marktplaats vond ik een gebruikte bullbar. Geen showdingetje
wat je op de bumper schroeft, maar een degelijke stalen bullbar
die op het chassis wordt vastgeschroefd. Ik hielp mee met de démontage
want Nick, de verkoper, was vergeten te vertellen dat hij nog op
een sloopauto zat. Op de donorauto zaten ook nog twee originele
sleephaken die goed van pas zouden kunnen komen. Eenmaal thuis heb
ik alle roestplekken en beschadigingen zorgvuldig bijgewerkt en
een spuiter uit de buurt voorzag de bullbar van een nieuwe matzwarte
laklaag zodat hij er weer als nieuw uitzag, laat dat maar aan mij
over.
Ter bescherming van de stuurinrichting heb ik een (originele) steenplaat
onder de auto gemonteerd en tussen de gril en de radiateur heb ik
horregaas gespannen om insecten de toegang tot het koelsysteem te
ontnemen. De koplampen heb ik voorzien van peertjes die twee keer
zoveel licht geven en de katalysator heb ik vervangen door een speciale
tussenpijp. De jeep moest geschikt zijn voor alle soorten benzine,
maar een katalysator gaat kapot van het lood in super. In Europa
kun je je aan de pomp niet vergissen want super met lood is verboden,
in grote delen van Afrika is loodhoudende super vaak het enige dat
je kunt krijgen. Afgezien van de katalysator zou het rijden op superbenzine
invloed kunnen hebben op het elektronische motormanagement. Ik legde
het probleem voor aan Jeep-Nederland. De technisch specialist verzekerde
me dat het geen enkel probleem was, ik moest alleen wel een nieuwe
inspuit computer kopen voor het luttele bedrag van Euro 800,=. Daar
had ik dus geen zin in, ik ging het probleem verder analyseren en
kwam er achter dat het waarschijnlijk wel goed zou gaan, maar we
konden het pas in Afrika testen. Het moment dat we in Afrika alleen
nog maar super konden tanken kwam uiteraard onverwacht en de eerste
paar honderd kilometer daarna waren zenuwslopend! Bij elk geluidje
of trillinkje zat ik stijf van de stress rechtop in mijn stoel.
Maar Izzy reed perfect op superbenzine. Het enige waar we wel problemen
mee hebben gehad is de klopvastheid van de benzine in Ethiopië.
De klopvastheid, het getal van de codering 'Euro 93, 95, 98' zegt
iets over de zelfontbrandingstemperatuur van de brandstof. Moderne
auto's hebben minimaal 93 nodig maar onze vier liter motor is in
de jaren zeventig (van de vorige eeuw) ontworpen en heeft een lage
compressieverhouding waardoor het goed zou moeten gaan met Ethiopische
benzine (< 80!!), maar niet dus. De zelfontbranding werkte de
motor tegen zodat we zeker de helft van ons vermogen kwijt waren.
Daar kwam nog bij dat dit zogenaamde 'pingelen' de motor in korte
tijd onherstelbaar kan beschadigen, maar dit is gelukkig niet gebeurd.
Een benzinemotor is dus een nadeel in Ethiopië en Sudan maar
van de andere kant was het bij de dieselrijders schering in inslag
dat de diesel die men kocht was aangelengd met water, wat ook niet
echt lekker rijdt.
Sleutelen, sleutelen en nog eens sleutelen
Verder heb ik een Safarisnorkel op de Jeep gezet want als je bij
een rivierdoorwading water in de motor krijgt is alles in een klap
kapot omdat water niet samendrukbaar is. Een waterslot, zoals dit
heet, wilde ik kost wat kost voorkomen. We hebben de snorkel één
keer echt nodig gehad toen we een diepe rivier moesten oversteken
op weg naar een inheemse stam in Ethiopië, dus het was de investering
en moeite waard. Ik heb de achterramen met (aso)folie geblindeerd,
gordijnen achter de voorstoelen gemaakt en de GPS ingebouwd. Mirjam
heeft samen met de Edo, mijn broer, een vlakke laadvloer met kluis
in de Jeep gemaakt waar al onze bagage met spanbanden op vastgesnoerd
kon worden. De vloer met spanbanden heeft zich geweldig gehouden,
terwijl bij anderen de bagage door de auto's stuiterden bleef bij
ons, onder de meest extreme omstandigheden, alles op zijn plek staan.
Als laatste heb ik de accu nog vernieuwd, de benzinevulpijp groter
gemaakt, de voorruit laten vervangen, een doorgezakte stoel vervangen,
een aantal beschadigde delen uit het interieur vervangen, een pakket
met nieuwe en gebruikte onderdelen samengesteld en last but not
least de gereedschapset samengesteld waarbij de nieuwe high-jack
en ons vijf-tons-sleeplint niet ontbraken. De dag voor de verscheping
moesten we nog alle zeilen bijzetten om alles op tijd af te krijgen
en 's nachts om 2.00 uur gingen we moe maar voldaan naar bed. De
volgende morgen brachten we Izzy naar de haven en ik maakte de balans
op van de hele klus. Alles was gelukt met uitzondering van de waterzuiveringsinstallatie,
de grote beurt, de zandplaten en de reserve motorelektronica. Dit
laatste moest nog in Nederland gebeuren, al het andere kon ook in
Afrika.
Op een zomerse dag in juni ging ik naar België om de complete
motorelektronica uit een schadeauto te slopen. Het koste me een
volle dag om alle opnemers, de inspuitcomputer, de injectors en
delen van de kabelboom te démonteren. Mirjam heeft met de
securety van Schiphol overlegd op welke manier we dit pakket, dat
wel erg veel op een bom leek, in het vliegtuig mee konden nemen.
We hebben op dealerpapier een index gemaakt en alles in een stalen
koffer verpakt en hoefden het pakket op Schiphol niet eens open
te maken. Gelukkig hebben we op onze reis geen problemen gehad met
elektronica, maar ik zou niet graag zonder ons koffertje zijn gegaan
want Jeeps, laat staan onderdelen, zijn er niet in Afrika met uitzondering
van Zuid-Afrika en Egypte. Nu Izzy aan haar 'cruise' was begonnen
konden we het kenteken schorsen zodat we een jaar lang geen wegenbelasting
hoefden te betalen.
Klussen in Zuid-Afrika
In Kaapstad hebben we bij Hannibal ons aluminium roofrack, de daktent
en de jerrycanholders laten bouwen en monteren. Het scheelt meer
dan 50% in de kosten en het is absoluut topkwaliteit. We hebben
erg veel plezier gehad van deze spullen en afgezien van kleine probleempjes
met de tent is alles nog zo goed als nieuw. Ook hebben we in Kaapstad
een autoalarm met startonderbreker laten inbouwen. 's Nachts konden
we zo de auto op alarm zetten terwijl we zelf op het dak sliepen,
wel zo'n veilig gevoel. De startonderbreker hielden we gescheiden
van de autosleutels dus in geval van een car-jacking konden
de overvallers de auto niet makkelijk meenemen. Toen we op zoek
gingen naar zandplaten vertelde men ons dat we het wel konden schudden;
'zandplaten zijn voor Europese watjes' die niet kunnen rijden en
ze zijn niet te koop in Zuid-Afrika. We zijn er inderdaad achter
gekomen dat het rijden in diep zand een kwestie is van veel ervaring.
Als je eenmaal precies weet wat je wel en niet moet doen, kom je
nergens vast te zitten. Ik had alle onderdelen voor de waterzuiveringsinstallatie
uit Nederland meegenomen. Ik moest alleen nog de juiste filters
kopen en het geheel in elkaar zetten. Ik koos voor mechanische zuivering
want zuivering met chemicaliën is minder gezond en dus moet
je het weer extra filteren met actieve koolstof. Systemen die gebaseerd
zijn op UV-licht zijn technisch gezien ideaal, maar de vraag is
of de lampen voldoende schokbestendig zijn. Bij deze systemen worden
bacteriën, virussen, schimmels en cysten gedood door licht
van een bepaalde frequentie, maar zware metalen en chemicaliën
moeten apart gefilterd worden. Ons systeem bestaat uit een Doulton
keramisch filter dat alles wat groter is dan 0,2 micrometer tegen
houdt. Virussen zijn over het algemeen kleiner en worden dus niet
gefilterd, maar hier zijn we tegen ingeënt. Na het keramische
filter gaat ons water nog door een koolstofliter met KDF-toevoeging.
Op deze manier worden eventuele chemicaliën én zware
metalen verwijderd. Toen ik eenmaal de juiste pomp had gevonden
werkte het systeem perfect en gedurende onze reis hebben we er dan
ook veel plezier van gehad. Af en toe het filter schoonschuren en
af en toe de watertanks reinigen in verband met algenvorming is
het enige onderhoud, een aanrader voor elke overlander. Geen gedonder
met handpompjes van bijvoorbeeld Katadyn, maar gewoon een kraan
in de auto waar je (100 liter!) drinkwater uit kunt tappen. Toen
we Izzy gingen pakken om daadwerkelijk op reis te gaan bleken de
bladveren onze 700 kilo bagage niet te kunnen dragen. Ik koos voor
een oplossing met luchtveren die het, na de nodige problemen tijdens
de installatie, perfect hebben gedaan. Een systeem met luchtveren
is gevoelig voor storingen en blijft eigenlijk een noodoplossing,
dus een volgende keer zal ik toch op zoek gaan naar zwaardere bladveren
die het gewicht van onze bagage wel zelf kunnen dragen.
Hoezo; 'A Jeep, you will never make it!'
Al met al heeft Izzy het dus perfect gedaan. 36.000 km, onder de
meest extreme omstandigheden in Afrika en we hebben door ons eigen
toedoen alleen een paar schokbrekers kapot gereden. De Jeep Cherokee
Clasic is meer dan 20 jaar getest en doorontwikkeld en zijn kwaliteiten
zijn in een woord samen te vatten, oerdegelijk.
Ik heb het periodieke onderhoud altijd zelf uitgevoerd en uiteraard
is goed onderhoud, naast professioneel gebruik, een belangrijk ingrediënt
voor het behoud van de auto. Het was natuurlijk een groot voordeel
dat ik met mijn autotechnische achtergrond altijd van de hoed en
de rand wist, waardoor ik direct kon ingrijpen om erger te voorkomen,
want we hebben ze met bosjes zien staan de overlanders met
twee linker handen die alles aan gort hadden gereden.
Eenmaal thuis in Nederland heb ik de Jeep van boven tot onder nagekeken
voor de APK-keuring en de eventuele verkoop. Met vier nieuwe schokbrekers,
een nieuwe uitlaatdemper, een nieuwe stuurdemper en stuurkogel,
twee nieuwe koplampen en een grote beurt was Izzy weer tiptop in
orde en zouden we er zo weer een trans-Afrika expeditie mee durven
maken. Hoezo; 'A Jeep, you will never make it!' De term 'jeep'
wordt vaak (ten onrechte natuurlijk) als verzamelnaam voor terreinauto's
gebruikt, vandaar dat wij tegenwoordig zeggen; 'Jeep, the one
and only jeep!'

Mirjam en Coen, sterk team en ware liefde!
Niets uit bovenstaande tekst mag worden
gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Mirjam van Tiel & Coen Barthels ©
2004
|