|

Kaart van Australië
door John Rapkin (London ca.1855)
uit het boek Hoogtepunten
uit de wereld van de cartografie

Dit café-restaurant hangt
vol met trofeeën
en spectaculaire foto's van
autosport evenementen

Midden
in deze verlatenheid
ligt Ebenezer Roadhouse

Meer info over de
Mount Ebenezer / Impala Art Gallery
kunt u vinden op
www.ebenezergallery.com.au

Het toegangsbewijs tot
het Uluru Kata Tjuta National Park
Voor meer info zie:
www.ea.gov.au/parks/uluru

Kata Tjuta, hier
maken
we een wandeling
door
de Valley of the Winds

Een paar impressies
van de wandeling rondom Uluru,
zie photo gallery


Een
stel Aboriginal kinderen
aan de voet van Uluru

Heel
anders dan dat
men
zich een woestijn voorstelt

Watarrka
(Kings Canyon)
National Park

Diep in een spectaculaire
kloof ligt de
Garden of Eden verscholen

Hoog daarboven Lost City

Slechte weg, band weg

Glen Helen Gorge

Een
rock wallabie op
een plateautje in de rotswand

Ormiston
Gorge

Ochre Pits

Ellery Creek Big Hole

Standley Casm

Ken onze gids
bij
Wallace Rockhole

plateau
met rots gravures

Voor Robyn is dit het mooiste
plekje van de wereld
Als ik een portret van haar wilde
maken dan moest het hier

Mpulungkinya
(Palm Valley) ...

... een immens grote oase
in de woestijn

Terug in Alice Springs,
hier op de Todd Mall
|
From
the land of the Kangaroo, deel 3
Dedicated
to Robyn Adams, our Happy Tour Guide
Wat
wetenswaardigheden
Australië is het kleinste continent, maar wel het grootste
eiland van de wereld met een landmassa van iets meer dan 7,5
miljoen km2
.
Totaal aantal inwoners is 18 miljoen, bestaande uit 160 nationaliteiten.
Dat betekent dat iedere inwoner in theorie over 0,41 km2
aan ruimte
kan beschikken.
147.000 boeren zorgen voor een omzet van 12,7 miljard euro
per jaar.
De Australische naam voor boerderij is station. Het grootste
station is van de familie Kidman en ligt in the outback van
South Australia. Dit is 31.000 km2 groot, dat is even groot
als België.
Driekwart van de bewoners zegt te geloven maar slechts 22%
gaat op een gemiddelde zondag naar de kerk.
Een paar afstanden hemelsbreed
(Bedenk daar wel bij dat deze afstanden over de weg een aanmerkelijk
stuk langer uitvallen):
Van Alce Springs naar Brisbane is het 1944 km; van Alce Springs
naar Cairns is het 1434 km; van Alce Springs naar Perth is
het 2010 km en van Alice Springs naar Melbourne is het 1866
km.
Een vertrekhal vol mensen
We gingen de avond van 1 oktober om halfelf naar bed, want
we moesten de volgende morgen om kwart over vijf opstaan.
We zouden zachtjes doen zodat Jenny, Leigh en kleine Janey,
waar we logeerden, konden uitslapen. Janey had voor koffie
gezorgd en we waren om zes uur al onderweg naar de luchthaven.
Om halfzeven zetten Janey en Ian ons af bij de terminal
voor binnenlandse vluchten. We vonden het onzin dat ze
mee naar binnen gingen om ons uit te zwaaien. Zij hadden nog
een lange rit voor zich en bovendien nog een heel programma
af te werken voor The Greens.
Toen we binnen kwamen stond de immense vertrekhal bomvol mensen.
Dit was abnormaal. Later bleek dat dit veroorzaakt werd door
een storing in het transportbandsysteem voor koffers bij de
incheckbalies. Als je vluchtnummer werd omgeroepen werd er
van je verwacht dat je je per omgaande zou melden bij de incheckbalie.
Rieky schreef in haar reisdagboek:
Het
was een heel gedoe voordat onze koffers op de band stonden,
toen vlug naar gate 19. Ad kwam zonder problemen door de douane,
ik moest mijn slippers uit doen. Na vier keer gecontroleerd
te zijn, en verteld te hebben van mijn nieuwe heup, mocht
ik gaan. Onderweg naar het vliegtuig moest Ad nog even plassen.
Intussen werden mevrouw Hermsen en de heer van Tiel omgeroepen
om zo snel mogelijk in te stappen. Ons vliegtuig vertrok een
halfuur te laat.
Alice Springs
In 1817 werd hier een van de verbindingsstations (dit ligt
nu 1,6 km ten noorden van het stadje) gevestigd voor de Overland
Telegraph Line van Adelaide naar Darwin.
Het stadje dat hier verrees heette aanvankelijk Stuart. In
1933 werd de naam officieel veranderd in Alice Springs. Het
stadje ligt in het Northern Territory en heeft op dit moment
22.000 inwoners. Alice was de vrouw van de hoofdopzichter
van de Overland Telegraph Line in Adelaide. De naam van de
hoofdopzichter was Charles Todd.
De Stuart Highway en de Central Australian Rialway maken beide,
net als de telegraaflijn, gebruik van de natuurlijke doorgang
bij Alice Springs tussen de imposante rotswanden van de MacDonnall
Ranges.
Aankomst in Alice Springs
De vlucht met een groot passagiersstraalvliegtuig duurt 3
uur. Bovendien vlieg je een half uur terug in de tijd. Dus,
moesten we voor de zoveelste keer onze horloges bijzetten.
Je beseft op zo'n vlucht naar het centrum van dit continent
pas goed hoe immens groot Australië is.
Ook al zaten we snel op een hoogte van ongeveer 10 km, we
konden goed zien hoe smal de strook is langs de oostkust van
Australië die wat dichter bevolkt is dan de rest. We
kregen bovendien een aardig beeld van de verlatenheid en het
ruige outback landschap.
Bij de nadering van Alice Springs kreeg het landschap meer
diepte. De onbewoonde uitgestrektheid diende zich aan met
daar midden in de imposante rotswanden van de MacDonnall Ranges.
Dan ineens zie je onder je de bijna verlaten Stuart Highway.
Deze highway verbindt Darwin in het Noorden met Port
Augusta aan de zuidkust (een afstand van 2674 km over de weg).
Op de luchthaven stond een pendelbus gereed die ons voor een
luttel bedrag naar ons hotel bracht. De bus deed zowat alle
hotels in Alice Springs aan. Het Aurora Hotel waar wij naar
toe moesten was de laatste plaats waar gestopt werd. De rit
duurde ongeveer drie kwartier. We kregen op deze manier een
aardige indruk van Alice Springs.
Bij het inchecken in het hotel regelden wij dat onze bagage,
in de nachten dat wij onze outback tour zouden maken,
in het hotel kon achterblijven. Dat bleek helemaal geen probleem.
Wij wilden namelijk alleen maar onze twee kleine rugzakjes
meenemen (met wat schone kleren, toiletartikelen, zonnecrème,
muggenspray, etc.) op onze vijfdaagse Red Centre 4WD Camping
Safari.
Er was alleen een klein probleempje, zei men. Onze kamer zou
pas over een uur gereed zijn. Voor ons geen probleem. We lieten
onze bagage in het hotel achter en gingen Alice Springs in.
We liepen wat rond, maakten kennis met de vliegen die hier
altijd zijn, we lunchten en dronken daarbij een paar heerlijke
koude biertjes.
De plattegrond van het centrum is simpelweg op de tekentafel
ontworpen. Alle straten staan volkomen haaks op elkaar. Aan
een zijde ligt de droge bedding van Todd River. De hoofdstraat
heet Todd Mall en hier vind je zowat alle restaurants, galeries,
souvenirwinkels, een kerk en the pubs. Alle belangrijke faciliteiten
(brandweer, politie, post en eerste hulp) zijn hier vlakbij
gesitueerd.
De enige juiste namen
Veel plaatsen die van de Aboriginals al eeuwen geleden hun
naam hadden gekregen werden door de "nieuwkomers"
in de voorbije twee eeuwen voorzien van nieuwe namen. Als
voorbeeld noem ik Ayers Rock dat door de Aboriginals Uluru
wordt genoemd, en The Olgas die bij hun oorspronkelijke naam
Kata Tjuta behoren
te worden genoemd. Ik zal in mijn reisverhaal zoveel mogelijk
de Aboriginal namen gebruiken, met tussen haakjes de Engels/Australische
namen.
De komende vijf dagen is mijn naam Adam
De avond voor onze tour gingen we een hapje eten in het gezellige
café-restaurant The Sport, hetzelfde café-restaurant
waar we ook onze lunch hadden gebruikt. Dit café-restaurant
hangt vol met trofeeën en spectaculaire foto's van 4
WD-rally's die daar in de omgeving worden verreden in
de droge rivierbeddingen, of van Coast to Coast auto-
of motorsport evenementen die Alice Springs aandoen.
Na een wat onrustige nacht, vanwege het lawaai van een interne
wasserij, stonden we volgens afspraak 's ochtend om kwart
voor zes, samen met Sharon en Stanley uit Sydney te wachten
op de bus van Sahara Outback Tours.
Robyn (spreek uit Robin) reed voor. Zij stapte uit haar bus,
stelde zich aan ons voor als onze gids, checkte onze namen
op haar lijst en hielp ons met onze bagage in de aanhanger
te zetten. Sinds deze kennismaking werd ik door Robyn aangesproken
met mijn eigenlijke voornaam Adam. Ad bleek voor veel Australiërs,
en in het bijzonder voor Robyn, te moeilijk om uit te spreken.
De andere deelnemers van onze groep moesten allemaal op andere
plaatsen in Alice Springs worden opgehaald. We vertrokken
uit Alice Springs met een groep van 14 personen, waaronder
twee Ieren, twee Engelse dames, 7 Australiërs en een
jongeman uit Zwitserland. In de buurt van Yulara zouden we
later op de dag nog 4 mensen oppikken. Dat bleken twee Nieuw-Zeelander's
(van origine Zuid-Afrikaanders) en een verliefd Duits/Australisch
stel te zijn die via de kleinere luchthaven Connellan Airport
waren gereisd.
Een goede groep
We lieten Alice Springs achter ons en reden over the Stuart
highway in zuidwestelijke richting. We hadden ruim 130 km
te gaan voor we bij Stuarts Well zouden aankomen. Daar bezochten
we een Outback Camel Farm. In de farm was een kleine foto-expositie
over de geschiedenis van de camels - zijn dat nou kamelen
of zijn het eigenlijk dromedarissen - in Australië. De
dromedarissen werden in Australië ingevoerd om ingezet
te worden bij het openleggen van het continent. Nadat de dieren
vanwege de aangelegde infrastructuur van wegen en spoorwegen
overbodig waren geworden werden ze losgelaten en aan hun lot
overgelaten.
Rieky schreef in haar reisdagboek:
In
deze Outback Camel Farm kun je als je wilt een 'camel ride'
maken. Maar dat leek ons helemaal niets. We hadden met dit
fenomeen ooit al kennis gemaakt in Marokko. Die beesten stinken.
Niemand van de groep liet zich verleiden tot een ritje. Sommige
van ons dronken koffie, andere maakten wat uitgebreider kennis
met elkaar, of bekeken de foto-expositie.
Twee stops
Onderweg bleek al snel dat we het goed hadden getroffen met
de groep. Het klikte wonderwel. Voor in de bus konden we alle
informatie over het Red Centre vinden. Een wegenkaart, en
verschillende boeken over planten, dieren en de archeologische
ontstaansgeschiedenis van dit landschap.
Er lag ook een fotoalbum, dat kennelijk al door vele handen
was gegaan te oordelen aan het uiterlijk, met daarin prachtige
zwartwitfoto's en portretten van Aboriginal mensen in hun
natuurlijke omgeving. Later zou Robyn ons o.a. vertellen dat
dit haar foto's waren; dat ze zich heel veel moeite had moeten
getroosten om het vertrouwen te winnen van de stamoudsten
alvorens ze deze foto's had kunnen maken en dat ze nog regelmatig
bij de mensen van deze stammen op bezoek ging. Aan alles zouden
we haar respect en liefde merken voor deze mensen en hoe begaan
zij was met hun cultuur en hun lot.
We zouden, na een rit van een dikke 170 km, een tweede stop
maken bij het Mount Ebenezer Roadhouse. Midden in de verlatenheid
ligt deze nederzetting die word gedreven door en voor Aboriginals.
De Mount Ebenezer/ Impala Art Gallery die hier gevestigd is,
toont een overvloed van originele Aboriginal en betaalbare
kunst. Bijna niets is ingelijst of op raam gezet. Er zijn
grotere en kleine doeken met intrigerende afbeeldingen. Op
de achterkant van elk doek stond een afbeelding van de kunstenaar
die het gemaakt had. De galerie heeft een aardeondergrond
en houtenwanden en heeft meer weg van een boerenschuur dan
een galerie. Verder is er een souvenirwinkel, een ruimte waar
je iets kunt drinken en een camping.
Rieky kocht hier wat souvenirs, een mooie Aboriginal doek
voor Yvette en een prachtig bedrukt T-shirt voor haar zelf.
Zelfs hier kon je met Visa betalen. Alle personeelsleden droegen
een uniform T-shirt, alleen door de week een andere kleur
dan zondags.
Veel tijd was er niet, toch knoopte ik een gesprek aan met
Brian, de Aboriginal manager van deze coöperatie. Hij
vertelde dat ze de souvenirs allemaal zelf ontwerpen. Ik merkte
op dat ik aan een van de prachtig bedrukte doeken een labeltje
had gezien met: made in Hongkong. Hij zei daarop, dat
ze binnenkort alle stoffen zelf konden bedrukken. Het was
geen goede zaak, vond Brian, dat er op Aboriginal sjaals,
thee- en zakdoeken e.d. een aanduiding stond die aangaf dat
deze in Hongkong waren gedrukt.
Rondom woestijn
Het rode van de aarde, het olijfgroen van de planten en laag
kreupelhout - die met heel weinig water toe kunnen - en het
geel van het droge gras kleuren de uitgestrektheid van deze
onherbergzame woestijn. Op grote afstand, midden in dit landschap
zagen we de contouren van een groot afgeplat okerroodkleurig
landmark. Even had ik de indruk dat dit Uluru
(Ayers Rock) moest zijn, maar al snel hoorden we dat dit Mount
Conner was. Een formatie die waarschijnlijk gevormd is in
de ijstijd.
95 km verderop zouden we nog een keer stoppen bij een soort
pub ergens in de middle of nowhere. Deze plek heet
Curtis Springs en is de laatste plaats waar we voorlopig drank
konden kopen. Als je het hier niet kocht dan moest je het
zonder alcohol stellen de komende dagen, zei Robyn.
Een verkeerd beeld
In Aboriginal land is nergens drank te koop. Alcohol is voor
Aboriginals een dodelijk vergif. Hun lijf verdraagt de drank
eenvoudigweg niet. De verslaving slaat onherroepelijk toe.
In Alice Springs en andere steden zie je de gevolgen van wat
drank en drugs hebben aangericht bij de mensen van dit zeer
oude cultuurvolk. Veel toeristen, maar ook veel Australiërs,
krijgen alleen maar deze groep dronken outcasts te zien en
vormen zich een totaal verkeerd beeld over Aboriginals.
Voor een beter begrip citeer ik een uitspraak van Cyril Havecker
over het Aboriginal volk dat hij lief heeft en respecteert:
"Forget the drunk you see around
Redfern and other cities. Look into their culture, their myths
and legends, their paintings, that's where you will find the
real Aborigine."
bron: Voorwoord door Yvonne Malykke in het boek "Understanding
Aboriginal Culture"
Kennismaking met the Red Centre
Met nog 85 km te gaan reden we in een ruk door naar de Yulara
Campsite, waar we ons kamp op zouden slaan en de eerste
nacht zouden verblijven. Bij de nadering van Yulara zagen
we in de verte dat Uluru (Ayers Rock) en Kata Tjuta
(the Olgas) zich duidelijk aftekenden boven de uitgestrektheid
van de woestijn. Dit is het land van de Anangu tripe
die hier leeft.
In de taal van de Anangu betekent Kata = hoofd en Tjuta
= veel, dus veel hoofden. Uluru is daarentegen een
naam zoals Parijs, Berlijn of Rome.
Op het kampeerterrein stonden de tenten in een halve cirkel
om de vuurplaats en de loods waarin gekookt en gegeten wordt.
Onze gids ging naar het vliegveld om de laatste vier personen
van ons gezelschap op te pikken. Intussen installeerden wij
ons in de tenten. De tenten stonden op houten vlonders. In
elke tent waren twee bedjes met matrassen aanwezig en een
extra dikke slaapzak. Daar bovenop lagen schone lakenhoezen.
De temperatuur was op het moment van aankomst ongeveer 35
graden. In de nachten schijnt een temperatuur van 4 à
5 graden heel gewoon te zijn.
Degene die klaar waren met het installeren van hun spullen
in de tent, begonnen alvast met de voorbereidingen voor de
lunch. Er waren verse groentes, fruit, brood, beleg, koffie
en thee aanwezig om een lekkere salade en een rijke broodmaaltijd
te maken. Zodra onze gids terug was gingen we gezamenlijk
aan tafel. Op het namiddagprogramma stond een rit naar Kata
Tjuta, een wandeling door The Valley of the Winds en
het bekijken van de zonsondergang op Uluru.
Ananguku ngura nyangatja ka pukulpa pyjama
Het zinnetje hierboven betekent letterlijk: Dit is Aboriginalland
en wij verwelkomen u.
De strijd van de Anangu voor hun rechten
The Aboriginal Land Rights Act in 1976 en de vorming van de
interim Central Land Council in 1974 gaf aan de mensen van
de Anangu stam voor het eerst een krachtige stem om
hun heilige en spirituele plaatsen te beschermen.
Als resultaat van de Katiti Land Claim (1979) kregen de oorspronkelijke
bewoners eindelijk het recht terug op Katiti Land North and
East van het Park, met uitsluiting van Uluru en Kata
Tjuta omdat dit land toebehoord aan de Kroon en is
uitgeleend aan het Nationale Park.
In 1977 kwam Uluru (Kata Tjuta) National Park
te vallen onder de National Park and Wildlife Conservation
Act.
Uiteindelijk werd pas op 26 oktober 1985 aan de oorspronkelijke
bewoners het recht overgedragen op Uluru Kata Tjuta
land. In ruil daarvoor gingen de mensen van de Anangu
stam akkoord met een lease-overeenkomst - looptijd 99 jaar
- met de directeur van de Nationale parken. Sindsdien werken
de staf van het park en de Anangu stamleden samen om
het park goed te besturen, en is er intussen veel ten goede
gekeerd.
Werelderfgoed
Uluru Kata Tjuta National Park was het tweede
nationale park op de wereld dat op de werelderfgoed lijst
werd geplaatst vanwege de culturele- en natuur waarden van
dit gebied (1994).
Kata Tjuta en The Valley of the Winds
Bij de ingang van het park zorgt Robyn voor de kaartjes. Als
we door de controle gaan moeten we allemaal onze toegangsbewijzen
tegen de raam houden. Er is maar een klein deel van Kata Tjuta
toegankelijk. Het is voor de Aboriginals een van de heilige
en spirituele plaatsen: een mannenplaats. Vrouwen mogen hier
niet komen. We zullen later bij onze rondwandeling om Uluru
zien dat deze regel ook omgekeerd van toepassing is.
Intussen werd boven Kata Tjuta de strak blauwe lucht
langzaam verdrongen door een pikzwarte hemel die zich leek
uit de verre horizon omhoog te worstelen en tergend langzaam
in onze richting bewoog. Het zwart van de hemel werd met onregelmatige
tussenposen doorkliefd met een ragfijn, grillig patroon van
gouden lijnen die op je netvlies gegrift bleven staan. Het
gerommel van de donder klonk van verre.
Toen Robyn de bus parkeerde voor de wandeling door de Valley
of the Winds, die tussen een deel van de vele hoofden
van Kata Tjuta doorloopt, brak het geweld van de tropische
onweersbui in alle hevigheid los. De eerste grote druppels
vielen op de voorruit van de bus. Door de regen zagen we Kata
Tjuta nog dieper okerrood kleuren tegen een pikzwarte
lucht.
Uiteindelijk besloten we regen, wind en bliksem te trotseren.
Het was nog steeds warm. Nat werd je niet echt van de regen
al viel er behoorlijk wat. We klommen langzaam omhoog tot
we tussen de hoge ronde monolieten (in totaal zijn er 36 en
de hoogste is 550 meter) van arkose zandsteen stonden.
In dit mysterieuze labyrint dat Kata Tjuta is weerkaatste
de echo's van de donderslagen tegen de wanden van spleten
en kloven.
De regen maakte de wandeling nog moeilijker dan hij al was.
De stenen ondergrond werd glad, en dus was het uitkijken geblazen.
Maar de regen bracht ook de extra's van de tientallen watervallen
die naar beneden gutsten en vrijwel gelijktijdig met de regen
weer ophielden. Een fenomeen wat je in dit hete droge gebied
niet vaak zult zien.
Geen prentbriefkaart
Terug bij de bus bleek dat een van de Engelse dames niet was
meegegaan omdat ze vanwege een heupoperatie niet zo goed vooruit
kon. Dit euvel zou haar op deze tour nog vele malen parten
spelen.
De onweersbui zag je langzaam aan de horizon verdwijnen. Het
weer was toch wat van slag. Er bleven grote wolkenvelden langs
de hemel drijven. Het was intussen zo laat geworden dat we
ons in de richting van de Sunset Viewing Area moesten
begeven om een goed plaatsje te bemachtigen. Het licht van
de zonsondergang op Uluru dat moet elke toerist gezien
hebben. Je moest het op de foto hebben, zei iedereen. Janick,
de jongste van onze groep merkte op: "Dit 'prentbriefkaart
Kodakmoment' hoeft voor mij niet zo nodigÓ. Nou, zo dachten
Rieky en ik er ook over.
Het was dus een drukte van belang op de Sunset Viewing
Area. Je kon niet begrijpen waar ineens al die luxe touringcars
en 4 Wheel drives vandaan kwamen in dit verlaten landschap
waar je anders bijna niemand zag. Er waren mensen bij die
tafeltjes hadden neergezet, met daarop wijn en hapjes.
De lucht boven ons was een beetje meer opengetrokken, alleen
de wolken aan de horizon bleven hardnekkig aan de westelijke
hemel talmen. Op het moment suprème speelden de wolken
voor spelbreker. Er viel zelf een miezerig regentje.
In het donker reden we terug naar onze campsite. Na
de gezamenlijke maaltijd beloofde Robyn ons, dat ze ons om
halfvijf zou wekken; ze zei dat we een half uurtje zouden
hebben om te douchen en te ontbijten, en dat we daarna nogmaals
naar Uluru zouden rijden nu voor de zonsopkomst. Intussen
waren alle wolken verdwenen toen we richting tent gingen,
en was de donkere hemel bezaaid met fonkelende lichtjes. Koud
was het niet. De dikke slaapzak hadden we niet echt nodig.

Geen
zonsondergang,
geen zonsopkomst,
geen prentbriefkaart van Uluru
Over Uluru
Uluru is een van de grootste monolieten ter wereld.
Hij steekt maar 350 meter boven de woestijn uit. Het grootste
deel van dit 600 miljoen jaar oude stuk zandsteen zit onder
de grond. Geologen nemen aan dat er zelfs maar 10% van de
steen boven het maaiveld uitsteekt.
Voor de Aboriginal people Uluru in vele opzichten een
heilige plaats.
Een spectaculaire wandeling
Op de Sunrise Viewing Area is de drukte hetzelfde als
gisteren. Zo om en nabij honderd mensen (misschien wel meer)
staan met hun camera klaar om af te drukken als de zon Uluru
in vuur en vlam zet. Maar ook vandaag lukte het niet omdat
er nu aan de oostelijke horizon wolken hangen die de zonsopkomst
afdekken. Een klein uurtje later schijnt de zon alweer uitbundig,
en kleurde Uluru alsnog vlammend okerrood.
Vlakbij deze enorme steenklomp konden we goed de structuur
van het gesteente zien. Toen we klaar stonden voor de wandeling
rondom Uluru, brak er een klein conflict uit tussen
onze gids en een lid van de groep. Het probleem was dat deze
persoon overwoog om de rots te beklimmen. Voor die beklimming
zijn er paaltjes op de rots aangebracht met een ketting. De
Aboriginals geloven echter dat deze route langs de flank van
Uluru omhoog, die de oudsten van de stam gingen bij
speciale ceremoniën, het spirituele spoor volgt van de
heilige rock wallaby Mala. Daarom ook hebben de Aboriginals
liever niet dat je de rots beklimt. Om het conflict te beslechten
zei Robyn ongeveer het volgende: "Zou je dat nou wel
doen? Het getuigd van weinig respect voor de Aboriginals,
hun wetten en hun geloof. Als jij ergens een kerk gaat bekijken
dan neem je toch ook de stilte in acht, of ga je dan - gelovig
of niet - in zo'n kerk hard staan schreeuwen?" Daarna
draaide ze zich resoluut om en nodigde de groep uit haar te
volgen voor wat uitleg op het eerste stuk van de 9 km lange
wandeling.
Robyn vertelde ons dat Aboriginals zich altijd vestigen op
plaatsen waar voldoende water is en wild om te jagen. In de
woestijn vinden zij (bush foods) groenten, fruit en geneeskrachtige
planten en kruiden. Als groente en fruit eet men de bush ui,
de woestijn rozijn, de bush pruim, verschillende zaden en
woollybutt gras. Honig wint men uit honey grevillea,
en als lekkernij eet men de honingmier.
Ze gaf aan dat veel van de Aboriginal tekeningen die je rondom
Uluru vindt wegwijzers zijn avant la lettre.
De veel voorkomende cirkeltekeningen geven bijvoorbeeld aan
dat er water in de buurt is. Zo heeft elk onderdeel van een
rotstekening iets te betekenen, en soms vertellen ze ook een
mythisch verhaal.
Ze liet ons een grote waterpoel (waterhole) zien, zoals
er vele zijn te vinden tegen de rotswanden van Uluru.
En ook een paar plaatsen waar de Aboriginals bijeenkwamen
om verhalen te vertellen of beschutting te zoeken.
In de rotswanden vindt je veel heilige en spirituele plaatsen.
Deze zijn aangegeven met borden waarop staat dat ze niet gefilmd
of gefotografeerd mogen worden. Deze plaatsen zijn onderverdeeld
in wat Robyn noemde: Men's Business en Women's Business.
Mannen zullen altijd hun blik afwenden van een plek waar vrouwen
bijeenkomen om hun "vrouwenzaken" te regelen omdat
ze daarmee zo'n plaats voor altijd zouden ontheiligen. Hetzelfde
geldt voor vrouwen ten opzichte van de plaatsen waar mannen
hun zaken regelen. Vandaar ook dat film- en fotoverbod.
De wandeling van 4 uur die wij maakten voerde ons langs een
aaneengeregen monumentale beeldpracht. De littekens en de
kleur van Uluru zijn ontstaan door miljoenen jaren
van erosie. Je vindt er prachtige vormen door de natuur gemaakt
als krachtige sculpturen, maar ook plekken zo sereen, sacraal
en fragiel als middeleeuwse kathedralen. Op vele plaatsen
bewonderden we rotstekeningen die vele duizenden jaren oud
moeten zijn en die gemaakt zijn met natuurlijke witte, rode
en gele okers.
Op een bepaald moment, we liepen met drie personen naar een
waterpoel door een stuk bush dat door een gecontroleerde brand
was zwart geblakerd, kwamen er als uit het niets een stel
Aboriginal kinderen aangerend om te gaan zwemmen. Vanuit het
water klommen er een paar behendig tegen de rotswand omhoog.
Ineens zagen we een klein onderdeel van het dagelijkse leven
zoals zich dat door de eeuwen heen rond deze monoliet moet
hebben afgespeeld.
Maar bekijk de foto's maar van de wandeling rondom Uluru,
want die vertellen u meer dan wat ik met woorden kan beschrijven.
A traditional "camp oven" dinner
Na de wandeling gingen we terug naar onze campsite
voor de lunch en om in te pakken. Robyn liet ons weten dat
we onze lakenhoezen mee moesten nemen naar de volgende campsite
en dat we onze tent netjes en schoon moesten opleveren.
Na de lunch reden we via Curtis Springs terug en stoppen daar
om drank in te kopen. Na een kort gesprek met twee medereizigers
vormden we gedrieën een dranksyndicaat, zoals een van
hen het noemde. Zes blikjes bier kopen is hier duur. Gezamenlijk
twee dozen met 36 blikjes kopen is aanzienlijk voordeliger.
We konden het koel houden in de koelboxen achterin de aanhanger.
Van hieruit zouden we pas weer stoppen bij het uitkijkpunt
van Mount Conner. De lucht was zo helder als glas. We hadden
een prachtig uitzicht op de ijstijdformatie die Mount Conner
waarschijnlijk is. Verderop sprokkelden we een heleboel dor
hout voor het "oven"-kampvuur dat Robyn vanavond
zou ontsteken om te koken en er later met zijn allen gezellig
omheen te gaan zitten. We reden zo ongeveer 170 km door de
levendige, groen en rood kleurige woestijn in de richting
van Kings Creek Cattle Station. De meeste sliepen onderweg
om achterstallige slaap in te halen. Maar Rieky en ik konden
onze ogen niet afhouden van dit door de zon geteisterde landschap
dat doorlopend in kleine details veranderde. Het leek erop
alsof we de wolkenformaties nooit zouden inhalen. Ze waren
zo ver weg dat ze geen schaduw gaven en toch leken ze heel
dichtbij.
Hoera, want in Kings Creek Cattle Station was een zwembad.
Niet zo erg groot. Maar zodra iedereen zijn tent op orde had
gemaakt werd er gezwommen. Rieky wilde voor we gingen zwemmen
eerst haar reisdagboek bijwerken, want er was al dagen niets
van gekomen. Ik pakte mijn boek om wat te lezen. We werden
echter gestoord door een prachtig getekende lizard
die zichzelf verraadde door het geritsel dat hij precies achter
onze tent maakte. Een beest van ongeveer een meter lang.
Rieky schreef vandaag:
De
zwempartij was heerlijk verfrissend na een warme en inspannende
dag. Ik heb wat van het rode zand in een doosje (dat Mirjam
mij voor dit doel had meegegeven) geschept om als souvenir
mee te nemen naar Landsmeer. Daarna hielpen we Robyn met wat
voorbereidingen voor de maaltijd, maar het meeste wilde ze
zelf doen.
De traditionele "camp oven" maaltijd bestond uit
speciale broden die in een grote pan in het vuur gebakken
werden, plus een grote kookpot met honingkip en een andere
met kip en tomaat. Rond het kampvuur, met een hemelkoepel
boven ons die bezaaid was met de schittering van duizenden
sterren, deden we ons tegoed aan een overvloed van overheerlijk
eten.
Watarrka (Kings Canyon) National Park
Na heerlijk geslapen te hebben vertrokken we op 5 oktober
vroeg naar Watarrka (Kings Canyon) National Park. We gingen
heel vroeg op weg want we moesten onze wandeling naar boven
en door Kings Canyon beslist voor het heetst van de dag voltooid
hebben. Al om zeven uur parkeerde Robyn onze bus aan de voet
van een 360 meter hoge, uit ongelijke delen opgebouwde, rotstrap.
De klim naar boven werd beloond met een majestueus uitzicht
over de woestijn die doorloopt tot aan de einder. Maar dat
was pas het begin van de schoonheid van Kings Canyon.
Deze woestijn-canyon was tot 1990 zeer moeilijk te
bereiken. Via een ruwe track vol rotsblokken en grote stenen
kon je het proberen. Ook voorzieningen (zoals water, de trap
etc.) waren er in die tijd niet.
De tocht vergde 3,5 tot 4 uur, koste veel transpiratie en
liters drinkwater, en ging door een doolhof van nauwe doorgangen,
over hoge rotsplateaus en langs spectaculaire dieptes. De
zandsteenstructuren worden nu Lost City genoemd. In
een van die spectaculaire kloven zijn houtconstructies gebouwd
zodat we via een trap naar beneden konden en via een burg
over de Garden of Eden liepen. Dit is een prachtig
plekje met palmbomen en water tussen de immense rotswanden.
Aan de andere kant bracht de trap ons weer op het niveau van
het plateau. Robyn had voor iedereen een lekker stuk vruchtencake.
We konden hier even uitpuffen en genoten van het uitzicht.
We liepen nu bovenlangs naar de andere kant van het grote
ravijn.
De canyon-wanden zijn stijl en glad, alsof er mensenhanden
aan te pas zijn gekomen. Op de wanden zitten intrigerende
grote cirkelvormige patronen die door de wind zijn gevormd.
We liepen nu echt op de rand van een 95 meter diep ravijn.
Scheuren in de grond geven aan dat het geheel instabiel is
en waar een volgende breuk zich zal voordoen. Dat is ook de
reden dan men de wandeling die beneden door het ravijn liep
heeft gesloten.
We liepen nu door een landschap dat ons langzaan naar beneden
zal brengen. Het pad kronkelde zich als een guirlande tussen
de geërodeerde okerrode rotsformaties door. Dit landschap
heeft veel weg van reusachtige, zich steeds repeterende, wratten
met daartussen de okerrode grond met het groen van de schrale
vegetatie. Maar als het hier regent dan staan er wel zo'n
600 soorten planten gelijktijdig in volle bloei.
Op het warmst van de dag, na de picknicklunch, reden we via
de Mereenie Loop Road naar de Glen Helen Resort Campsite dat
ligt binnen de West Macdonnell Ranges. Robyn kondigde aan
dat het voor haar een zware rit zou worden vanwege de afstand
en de kwaliteit van de dirt road. Later zou blijken
hoe zwaar.
Onderweg stopten we op de Tylers Pass Lookout in een
totaal ander landschap, nog woestijn, maar veel lieflijker.
Hier keken we uit op het Tnorala (Gosse Bluff) Conservation
Reserve. In de verte zagen we de Tnolrala (Gosse Bluff) kraterinslag,
van waarschijnlijk een komeet met een doorsnee van 600 meter,
die meer dan 130 miljoen jaren geleden met ongelofelijke snelheid
hier moet zijn ingeslagen. De krater is 23 km in doorsnee.
Toen ontdekkingsreiziger Ernest Giles in 1872 de krater voor
het eerst zag dacht hij te maken te hebben met een rij bergen.
Hij vernoemde ze naar zijn vriend P.H.Gosse van The Royal
Society en gaf Tnorala de naam: Gosse Bluff.
Slechte weg, band weg
Robyn had al aangekondigd dat de weg heel erg slecht zou zijn
en dat deze rit geen pleziertje was en heel veel van haar
zou vergen.
Niemand had iets gemerkt, maar Robyn maakte een noodstop op
de dirt road die bezaaid lag met scherpe stenen. De
band van de aanhangwagen was totaal aan flarden gereden, en
er was bijna niets meer van over.
In een mum van tijd had Robyn in de bloedhitte een reservewiel,
krik en ander gereedschap tevoorschijn gehaald en lag ze onder
de aanhanger om de schade op te nemen. De flarden van band
bleken het spatscherm van de aanhanger helemaal naar binnen
omgebogen te hebben waardoor het onmogelijk was om er zomaar
het reservewiel op te schuiven.
Voor de gehavende band werd een houtblok gelegd waarna ze
de bus met aanhanger voorzichtig in de vooruit zette en het
wiel op het houtblok reed. Ze kon nu zo de krik onder de aanhanger
zetten en met een paar slingers de hele boel omhoog krikken
om zo te kunnen werken. Het was nu zaak het verbogen scherm
terug te buigen. Met een moker lukte het haar niet, maar onze
Ierse medereiziger Thomas kreeg het na veel moeite voor elkaar.
Nou konden Robyn en hij het reservewiel er zo opschuiven.
Eindelijk kon Robyn, na dit voor haar vervelende oponthoud,
verder rijden naar Glen Helen. Hier zouden we afscheid nemen
van dat deel van onze groep dat alleen maar op de driedaagse
tour had ingetekend. Aangekomen bij het Glen Helen Resort
was er een mogelijkheid een helikopter vlucht te maken, maar
niemand had daar zin in. Alleen Jonathan, de sportarts uit
Sydney, vond het wel interessant om met de helikopter terug
te vliegen naar Alice Springs.
In het café van het resort dronken de meesten
van ons wat, en namen we alvast afscheid van elkaar. Toen
de 4 wheel drive bus arriveerde, die hen kwam ophalen,
kreeg Robyn de instructie van aanhanger te wisselen. Ze had
vreselijk de pest in op het management van de Sahara organisatie
omdat ze nu alles moest overpakken in de kleinere aanhanger,
en ze liet dat ook duidelijk blijken.
Robyn en wij, de zes overgebleven passagiers, zwaaiden de
andere helft van onze groep uit en gingen kamp maken. We maakten
een wandeling naar de Glen Helen Gorge door de droge rivierbedding
en namen een heerlijk verkoelende duik en zwommen tussen de
rotswanden. Zoals elke dag maakten we samen de maaltijd klaar
en zaten tot laat, Robyn had namelijk aangekondigd dat we
de volgende dag mochten uitslapen, onder de sterrenhemel bij
een romantisch kampvuur. Toch moest haar van het hart dat
het management van Sahara Tours niet zo verstandig bezig was
en wilde bezuinigen op kwaliteit en know-how.
Gorges, okers en een smalle spleet
Glen Helen ligt in een landschap dat aan beide zijden omsloten
wordt door een geplooid gebergte. De lange bergketens bestaan
uit aaneengesloten lichtglooiende koepels die ontstaan zijn
in een turbulent geologisch verleden.
Voor we vertrokken namen we nog even een duik in het water
van de Glen Helen Gorge achter onze tent en daarna reden we
naar de spectaculaire Ormiston Gorge. Voor we daar aankwamen
stopte Robyn de bus en liet ons uitstappen. Dit was de beste
mogelijkheid om rock wallabies in het wild te zien.
De rotsen hebben hier dezelfde roodbruine kleur als rock
wallabies. Je moest dus het oog hebben van een puzzelaar
om ze te kunnen onderscheiden. We hadden geluk en ontdekten
er een paar die op een plateautje in de rotswand zaten. Het
was redelijk gemakkelijk om ze te fotograferen, want bang
waren ze niet echt.
Even verder op parkeerde Robyn onze bus en we wandelde de
Ormiston Gorge in tot aan een open plek aan het water. De
hoge rotswanden omsloten ons op die plek. We hadden de keuze
een lange wandeling te maken hoog boven de gorge langs, of
op het strandje te blijven en daar te zwemmen, of over de
rotsen een kleine verkenningstocht te maken. Ik klauterde
over de rotsen de gorge in tot ik niet meer verder kon. Rieky
bleef met Robyn op het strandje achter. De andere vier gingen
onafhankelijk van elkaar bovenlangs.
De volgende stop was bij de Ochre Pits. Hier vonden de Aboriginals
de kleuren om hun lijven, hun schilden, hun gereedschappen
en hun muziekinstrumenten mee te beschilderen. Geel, wit rood,
bruin en alle nuance er tussenin. Robyn demonstreerde op haar
arm hoe je eenvoudig met wat water een tekening kan aanbrengen
op je huid. Alleen droogde het mat op en verloor het snel
zijn kleurkracht. De Aboriginals gebruiken dierlijke olie
en vet om de kleuren sprekend te houden. Robyn ontmoette hier
een voormalig collega; een beetje het type van een blanke
Afrikaner Boer; hij moest snel wat leuke anekdotes vertellen
voor hij verder moest met zijn groep. Commentaar van Robyn:
"Leuke vent wel, maar op het randje van racistisch."
We
zouden gaan zwemmen in een van de grootste, permanente waterpoelen
- Ellery Creek Big Hole - op 90 km afstand van Alice Springs.
Maar we kregen eerst een warme lunch. In alle parken vind
je daarvoor tafels onder een zonneafdak, stromend drinkwater
en elektrische barbecues. Het was er redelijk druk. Veel mensen
die ook bedacht hadden om daar te lunchen. We veroverden een
tafel voor ons kleine gezelschap en Robyn vond een barbecue
- die werken op een muntstuk - en bakte voor ons hamburgers
en dunne plakken vlees. Voor een man en vrouw met twee kinderen
schikten we zodanig in dat zij ook bij ons aan de lange tafel
konden zitten. We gebruikten in opperbeste stemming onze lunch
en gingen daarna zwemmen in deze prachtige waterpoel. 3 groepsleden
waarvan we de dag ervoor afscheid hadden genomen stapten daar
tot onze verbazing uit een auto. Zij volgden een seminar
in Alice Springs en waren dat ontvlucht vanwege de warmte.
Ellery Creek Big Hole wordt omzoomd door o.a. red gums,
een Eucalyptus soort, die voor de nodige schaduw zorgden.
En dat was nodig ook. Sinds ik op deze plek geweest ben, weet
ik pas echt wat "brandend zand" is.
Heerlijk verfrist gaf Robyn ons de keus om naar onze campsite
te gaan of vandaag een onderdeel van de volgende dag erbij
te pakken, zodat we de laatste dag op ons gemak Mpulungkinya
(Palm Valley) en Finke Gorge National Park konden bezoeken.
Onze voorkeur ging er naar uit om vandaag naar Standley Casm,
in Iwupataka Aboriginal land, te bezoeken. De wandeling voerde
door ruige natuur, over grote rotsblokken door piepkleine
stroompjes water en over omgevallen bomen. De smalle rotsspleet
is een nauwe doorgang in de bergketens van de Macdonnell Ranges.
De torenhoge rotsmuren doen de doorgang smaller lijken dan
deze is. Met twee mensen konden we de breedte van de kloof
overbruggen.
Rieky tekende op in haar reisdagboek:
Op
de terugweg uit de kloof naar het parkeerterrein zagen we
heel veel kangoeroes, ook jonge en zelfs een jong mannetje.
Ken, en de Aboriginal Community van Wallace Rockhole
Langs een eindeloos lange weg, aan beide zijden glinsterend
in de zon van de weggeworpen flesjes, reden we naar Wallace
Rockhole.
Rieky schreef daarover:
We
vragen aan Robyn wat later op de dag naar het waarom. We hebben
dit nog nergens gezien. Volgens Robyn waren wij een van de
weinigen die dit ooit hadden opgemerkt. De reden is simpel,
vertelde ze ons. In Aboriginal communities is alcohol niet
toegestaan. Als men dus toch een flesje bier drinkt onderweg
dan kan men dat flesje niet mee naar huis nemen. Dus gooien
ze het uit de raam van de auto.
De campsite ligt binnen de Aboriginal community van
Wallace Rockhole, daarom vroeg Robyn ons dan ook om bierflesjes
niet in de containers te gooien maar in een aparte zak die
ze een dag later van de campsite zou meenemen naar
Alice Springs. Maar nu loop ik op de dingen vooruit.
Toen we de dirt road opdraaiden naar Wallace Rockhole,
vertelde Robyn dat ze ons af zou zetten bij Ken. Hij is getrouwd
met een Aboriginal vrouw en leeft al zijn hele leven in deze
community. Samen met zijn vrouw drijft hij er een winkel met
boeken, Aboriginal kunst, archeologische vondsten, wat souvenirs
en ook wat levensmiddelen.
We maakten kennis met Ken bij de waterpomp van de daar nog
niet zo lang geleden geslagen bron. Ken zou onze gids zijn
op een kleine rondgang door een aan beide zijden hoog omsloten
vallei. Hij vertelde ons over speciale bomen, planten, bloemen,
over de Aboriginal geschiedenis, over hun gebruiken, en liet
ons ook speciale vondsten zien terplekke. Hij wees ons op
een grot in de rotswand waarin tientallen handafdrukken staan,
en op een uitgeholde steen die gebruikt werd om zaden te vermalen.
Bij een plateau vol eeuwenoude tekeningen, legde hij uit dat
de tekeningen die in de steen zijn gekerfd aan Aboriginals
de weg wijzen door de omliggende woestijn; waar men waterholes
kon vinden; maar ook welke tripes niet welkom waren
in dit gebied. Hij liet ons Wallace Rockhole zien, waar het
Aboriginal dorp naar is vernoemd, en vertelde ons de verhalen
die daar bij horen.
In vroegere tijden maakten Aboriginals barre tochten om elkaar
te ontmoeten op heilige plaatsen. De jonge Aboriginals doen
dat nog steeds, vertelde Ken, maar nu gaan ze er naartoe met
hun 4 wheel drives.
Tegen de tijd dat de zon onderging stond Robyn ons op te wachten
bij de pompinstallatie waar onze tocht met Ken begonnen was.
De wolken kleurden rood en paars in de donkerwordende blauwe
lucht. We reden achter Ken aan met onze bus om eerst bij Ken's
winkel langs te gaan. We ontmoetten in de winkel zijn vrouw
en dochter toen we er rond liepen.
Rieky schrijft in haar reisdagboek:
Voor
Mirjam heb ik bij Ken een boek gekocht over Aboriginal kunst.
Het boekje met de titel: "Understanding Aboriginal Culture",
dat we graag wilden hebben, wordt net voor onze neus door
een van onze medereizigers weggekaapt.
De laatste avond dat we samen zouden eten wilden we graag
aan Robyn onze erkentelijkheid laten zien voor al haar inspanningen,
de prachtige verhalen en de gedegen achtergrondinformatie
over het rode hart van Australië die we van haar kregen.
Wat we vooral bijzonder vonden was de manier waarop zij met
ons over Aboriginals sprak, over hun gebruiken vertelde en
het respect dat ze ons bijbracht voor deze mensen, hun spirituele
levenswijze en hun heilige plaatsen.
Met een kleine toespraak overhandigde Stanley onder de maaltijd
onze materiële blijk van waardering om te besteden aan
een helikopter vlucht. Wij hadden de indruk gekregen dat Robyn
graag bij Glen Helen zo'n trip wilde maken. Dat was ook zo
maar bij haar bedankje vroeg zij of wij het goed vonden als
zij dit bedrag bij haar spaargeld voor de aanschaf van een
groot Aboriginal kunstwerk mocht leggen.
Finke Gorge National Park en Mpulungkinya (Palm Valley)
Toen Rieky en ik de volgende ochtend een kwartier voor het
reveil naar de douches liepen lag Robyn nog heerlijk te slapen,
in de openlucht, bovenop de aanhanger. Toen we terugkwamen
was in ons kamp iedereen ontwaakt. Er werd koffie en thee
gezet. En wij dekten de tafel voor het ontbijt.
We zouden eerst naar het stadje Hermannsburg, een wat grotere
Aboriginal Community, rijden om daar de aanhangwagen achter
te laten. Het gebied dat we zouden ingaan is zo moeilijk begaanbaar,
vertelde Robyn, dat zij daarom de aanhanger liever daar achterliet.
Nadat we de geasfalteerde weg verlaten hadden, kregen we eerst
een dirt road maar al snel reden we door de bedding
van de drooggevallen Finke River. Deze rivier is de langste
rivier van Centraal Australië die zich na 400 km vertakt
en in de Simpson Dessert in het niets verdwijnt.
Robyn vertelde, dat als het flink regende je hier erg snel
weg moest wezen. Je kunt zien aan de meegesleurde takken,
struiken en graspollen die rond sommige bomen zitten hoe hoog
het snelstromende water kan komen.
Intussen werd Robyn vanwege de ruwe, soms zachte en soms rotsige,
ondergrond gedwongen om erg langzaam te rijden. Af en toe
zagen we hier een Aboriginal man lopen. Er waren hier opmerkelijk
veel wilde paarden. Die paarden noemen ze hier Brownies.
Deze zijn hier ooit losgelaten toen ze niet meer van nut waren.
Het was erg opvallend dat in de gemengde kuddes de verschillende
raskenmerken nog steeds heel herkenbaar waren.
Robyn parkeerde de bus aan de rand van een grillig massief,
waar we naar boven wandelden tussen de rotsformaties door.
Een prachtig landschap dat aan Arizona doet denken. Voor Robyn
is dit het mooiste plekje van de wereld. Als ik een portret
van haar wilde maken dan moest het hier.
We gingen nu verder naar Mpulungkinya (Palm Valley) waar we
nog voorzichtiger moesten rijden dan in de Finke River. Robyn
reed van de ene rotsplaat op de andere en dat moest soms echt
langzamer dan stapvoets. Zodra we vlak bij de valei waren
parkeerde ze de bus. "Denk er om dat je voldoende water
meeneemt" waarschuwde ze ons. We moesten als de zon op
zijn hoogst stond terug in de bus zijn, omdat we hier anders
omkwamen van de hitte. Van hieraf wandelden we over rotsplateaus
de, door hoge bergwanden omsloten, vallei in. Hoe verder we
liepen hoe meer palmbomen er stonden en prachtige kleine waterpartijen
met riet. Zo'n immense grote oase in deze woestijn is bijna
ongelooflijk. De red cabbage palms die hier groeien
krijgen hun water uit het poreuze Hermannzburg zandsteenbergkam.
Deze palmen zijn ongeveer 300 jaar oud. Wetenschappers nemen
aan dat hier al 20.000 jaren geleden palmen groeiden.
Het was allemaal van een imponerende schoonheid. Zelfs de
rotsgrond waarover we liepen.
Terug in Alice Springs
Halverwege de terugweg gebruiken we de lunch op de picknickplaats
in het park. Onze laatste lunch samen. Daarna zouden we naar
Alice Springs terug rijden. Maar dat ging zomaar niet. Voor
de lunch raakte Robyn met haar bus vast in het diepe zand.
We moesten allemaal uitstappen. Wat ze ook deed ze werkte
zich alleen maar dieper in de penarie. Uiteindelijk vroeg
Robyn hulp aan een chauffeur van een 4 wheel drive.
Die mopperde eerst iets in de zin, dat hij zojuist zelf nog
had vastgezeten in het zand. Uiteindelijk trok hij ons met
gemak vlot.
Bij de lunch zagen we dat er een grote ronde kei tussen de
twee linkerachterbanden zat. Robyn probeerde de steen er tussenuit
te wrikken, maar dat lukte niet. Uiteindelijk moest ze in
de hitte het hele wiel demonteren.
Na deze pech reden we terug naar Alice Springs, en werden
we door onze gids rond drie uur bij ons hotel afgezet.
Bij het afscheid gaf Robyn, die zich gedurende de reis altijd
iets afstandelijk had opgesteld, ons een geweldige omhelzing.
Toen zij bij het uitwisselen van mailadressen zich bekendmaakte
als Robyn Adams, begreep ik meteen waarom ze mij steeds Adam
was blijven noemen.
We hadden in de achterons liggende dagen 29 km gelopen en
totaal 1800 km afgelegd door dit prachtige stuk van Australië.
Meer info over Sahara Outback Tours vind u op: www.saharatours.com.au.
Wij gingen eerst douchen, onze spullen op orde brengen, en
dan snel Alice Springs in om wat te drinken. Er flaneerden
kleine groepen Aboriginals door het stadje. Mensen die allemaal
op een of andere manier verslaafd zijn aan alcohol. Ze zijn
outcast voor hun stam, maar ze zien er redelijk gekleed uit.
Ze worden goed opgevangen door organisaties van hun eigen
mensen.
's Avonds gingen we met Sharon en Stanley uit Sydney eten
bij Bojangles. We konden kiezen uit de luidruchtige Saloon
of het veel rustigere Restaurant. We kozen voor het laatste
omdat we na deze trip wel weer een keertje geciviliseerd wilden
eten met bestek, servetten, porseleinen borden en wijn uit
echte glazen.
Onderweg naar Cairns
In de voormiddag van 8 oktober gingen we om souvenirs te kopen
nog even de stad in. We slaagden en kochten T-shirts voor
Coen en Willem. We moesten ook nog een aantal boekhandels
af om te kijken of zij voor ons het boekje hadden, wat in
de winkel bij Ken net voor onze neus werd weggekaapt. We lunchten
nog even snel, want rond halfeen kwam de bus om ons naar de
luchthaven van Alice Springs te brengen. Het vliegtuig vertrok,
na de gebruikelijke veiligheidsrituelen, om 14.28 uur naar
Cairns. Een vlucht van tweeëneenhalf uur.
Met
dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch
lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en
het aanbrengen van tekstcorrecties
Ad(am)
van Tiel, Landsmeer,
februari 2005
Niets uit bovenstaande
tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky & Ad van
Tiel © 2004/2005
|