print vriendelijke versie zonder foto's








Kaart van Australië
door John Rapkin (London ca.1855)
uit het boek Hoogtepunten
uit de wereld van de cartografie



























































Dit café-restaurant hangt
vol met trofeeën
en spectaculaire foto's van
autosport evenementen







































































Midden in deze verlatenheid
ligt Ebenezer Roadhouse



Meer info over de
Mount Ebenezer / Impala Art Gallery
kunt u vinden op
www.ebenezergallery.com.au






















































































Het toegangsbewijs tot
het Uluru Kata Tjuta National Park
Voor meer info zie:
www.ea.gov.au/parks/uluru


Kata Tjuta, hier
maken
we een wandeling
door de Valley of the Winds












































































Een paar impressies
van de wandeling rondom Uluru,
zie photo gallery




Een stel Aboriginal kinderen
aan de voet van Uluru




















Heel anders dan dat
men zich een woestijn voorstelt



















Watarrka (Kings Canyon)
National Park



Diep in een spectaculaire
kloof ligt de
Garden of Eden verscholen


Hoog daarboven Lost City







Slechte weg, band weg


Glen Helen Gorge


Een rock wallabie op
een plateautje in de rotswand


Ormiston Gorge


Ochre Pits


Ellery Creek Big Hole


Standley Casm











Ken onze gid
s bij Wallace Rockhole


plateau met rots gravures























Voor Robyn is dit het mooiste
plekje van de wereld
Als ik een portret van haar wilde
maken dan moest het hier


Mpulungkinya (Palm Valley) ...


... een immens grote oase

in de woestijn













Terug in Alice Springs,
hier op de Todd Mall

From the land of the Kangaroo, deel 3

Dedicated to Robyn Adams, our Happy Tour Guide

Wat wetenswaardigheden
Australië is het kleinste continent, maar wel het grootste eiland van de wereld met een landmassa van iets meer dan 7,5 miljoen
km2 .
Totaal aantal inwoners is 18 miljoen, bestaande uit 160 nationaliteiten.
Dat betekent dat iedere inwoner in theorie over 0,41 km2
aan ruimte kan beschikken.
147.000 boeren zorgen voor een omzet van 12,7 miljard euro per jaar.
De Australische naam voor boerderij is station. Het grootste station is van de familie Kidman en ligt in the outback van South Australia. Dit is 31.000 km2 groot, dat is even groot als België.
Driekwart van de bewoners zegt te geloven maar slechts 22% gaat op een gemiddelde zondag naar de kerk.

Een paar afstanden hemelsbreed

(Bedenk daar wel bij dat deze afstanden over de weg een aanmerkelijk stuk langer uitvallen):
Van Alce Springs naar Brisbane is het 1944 km; van Alce Springs naar Cairns is het 1434 km; van Alce Springs naar Perth is het 2010 km en van Alice Springs naar Melbourne is het 1866 km.



Een vertrekhal vol mensen

We gingen de avond van 1 oktober om halfelf naar bed, want we moesten de volgende morgen om kwart over vijf opstaan. We zouden zachtjes doen zodat Jenny, Leigh en kleine Janey, waar we logeerden, konden uitslapen. Janey had voor koffie gezorgd en we waren om zes uur al onderweg naar de luchthaven.
Om halfzeven zetten Janey en Ian ons af bij de terminal voor binnenlandse vluchten. We vonden het onzin dat ze mee naar binnen gingen om ons uit te zwaaien. Zij hadden nog een lange rit voor zich en bovendien nog een heel programma af te werken voor The Greens.
Toen we binnen kwamen stond de immense vertrekhal bomvol mensen. Dit was abnormaal. Later bleek dat dit veroorzaakt werd door een storing in het transportbandsysteem voor koffers bij de incheckbalies. Als je vluchtnummer werd omgeroepen werd er van je verwacht dat je je per omgaande zou melden bij de incheckbalie.

Rieky schreef in haar reisdagboek:
Het was een heel gedoe voordat onze koffers op de band stonden, toen vlug naar gate 19. Ad kwam zonder problemen door de douane, ik moest mijn slippers uit doen. Na vier keer gecontroleerd te zijn, en verteld te hebben van mijn nieuwe heup, mocht ik gaan. Onderweg naar het vliegtuig moest Ad nog even plassen. Intussen werden mevrouw Hermsen en de heer van Tiel omgeroepen om zo snel mogelijk in te stappen. Ons vliegtuig vertrok een halfuur te laat.


Alice Springs

In 1817 werd hier een van de verbindingsstations (dit ligt nu 1,6 km ten noorden van het stadje) gevestigd voor de Overland Telegraph Line van Adelaide naar Darwin.
Het stadje dat hier verrees heette aanvankelijk Stuart. In 1933 werd de naam officieel veranderd in Alice Springs. Het stadje ligt in het Northern Territory en heeft op dit moment 22.000 inwoners. Alice was de vrouw van de hoofdopzichter van de Overland Telegraph Line in Adelaide. De naam van de hoofdopzichter was Charles Todd.
De Stuart Highway en de Central Australian Rialway maken beide, net als de telegraaflijn, gebruik van de natuurlijke doorgang bij Alice Springs tussen de imposante rotswanden van de MacDonnall Ranges.



Aankomst in Alice Springs

De vlucht met een groot passagiersstraalvliegtuig duurt 3 uur. Bovendien vlieg je een half uur terug in de tijd. Dus, moesten we voor de zoveelste keer onze horloges bijzetten. Je beseft op zo'n vlucht naar het centrum van dit continent pas goed hoe immens groot Australië is.
Ook al zaten we snel op een hoogte van ongeveer 10 km, we konden goed zien hoe smal de strook is langs de oostkust van Australië die wat dichter bevolkt is dan de rest. We kregen bovendien een aardig beeld van de verlatenheid en het ruige outback landschap.
Bij de nadering van Alice Springs kreeg het landschap meer diepte. De onbewoonde uitgestrektheid diende zich aan met daar midden in de imposante rotswanden van de MacDonnall Ranges. Dan ineens zie je onder je de bijna verlaten Stuart Highway. Deze highway verbindt Darwin in het Noorden met Port Augusta aan de zuidkust (een afstand van 2674 km over de weg).
Op de luchthaven stond een pendelbus gereed die ons voor een luttel bedrag naar ons hotel bracht. De bus deed zowat alle hotels in Alice Springs aan. Het Aurora Hotel waar wij naar toe moesten was de laatste plaats waar gestopt werd. De rit duurde ongeveer drie kwartier. We kregen op deze manier een aardige indruk van Alice Springs.
Bij het inchecken in het hotel regelden wij dat onze bagage, in de nachten dat wij onze outback tour zouden maken, in het hotel kon achterblijven. Dat bleek helemaal geen probleem. Wij wilden namelijk alleen maar onze twee kleine rugzakjes meenemen (met wat schone kleren, toiletartikelen, zonnecrème, muggenspray, etc.) op onze vijfdaagse Red Centre 4WD Camping Safari.
Er was alleen een klein probleempje, zei men. Onze kamer zou pas over een uur gereed zijn. Voor ons geen probleem. We lieten onze bagage in het hotel achter en gingen Alice Springs in. We liepen wat rond, maakten kennis met de vliegen die hier altijd zijn, we lunchten en dronken daarbij een paar heerlijke koude biertjes.
De plattegrond van het centrum is simpelweg op de tekentafel ontworpen. Alle straten staan volkomen haaks op elkaar. Aan een zijde ligt de droge bedding van Todd River. De hoofdstraat heet Todd Mall en hier vind je zowat alle restaurants, galeries, souvenirwinkels, een kerk en the pubs. Alle belangrijke faciliteiten (brandweer, politie, post en eerste hulp) zijn hier vlakbij gesitueerd.


De enige juiste namen

Veel plaatsen die van de Aboriginals al eeuwen geleden hun naam hadden gekregen werden door de "nieuwkomers" in de voorbije twee eeuwen voorzien van nieuwe namen. Als voorbeeld noem ik Ayers Rock dat door de Aboriginals Uluru wordt genoemd, en The Olgas die bij hun oorspronkelijke naam Kata Tjuta behoren te worden genoemd. Ik zal in mijn reisverhaal zoveel mogelijk de Aboriginal namen gebruiken, met tussen haakjes de Engels/Australische namen
.


De komende vijf dagen is mijn naam Adam

De avond voor onze tour gingen we een hapje eten in het gezellige café-restaurant The Sport, hetzelfde café-restaurant waar we ook onze lunch hadden gebruikt. Dit café-restaurant hangt vol met trofeeën en spectaculaire foto's van 4 WD-rally's die daar in de omgeving worden verreden in de droge rivierbeddingen, of van Coast to Coast auto- of motorsport evenementen die Alice Springs aandoen.
Na een wat onrustige nacht, vanwege het lawaai van een interne wasserij, stonden we volgens afspraak 's ochtend om kwart voor zes, samen met Sharon en Stanley uit Sydney te wachten op de bus van Sahara Outback Tours.

Robyn (spreek uit Robin) reed voor. Zij stapte uit haar bus, stelde zich aan ons voor als onze gids, checkte onze namen op haar lijst en hielp ons met onze bagage in de aanhanger te zetten. Sinds deze kennismaking werd ik door Robyn aangesproken met mijn eigenlijke voornaam Adam. Ad bleek voor veel Australiërs, en in het bijzonder voor Robyn, te moeilijk om uit te spreken. De andere deelnemers van onze groep moesten allemaal op andere plaatsen in Alice Springs worden opgehaald. We vertrokken uit Alice Springs met een groep van 14 personen, waaronder twee Ieren, twee Engelse dames, 7 Australiërs en een jongeman uit Zwitserland. In de buurt van Yulara zouden we later op de dag nog 4 mensen oppikken. Dat bleken twee Nieuw-Zeelander's (van origine Zuid-Afrikaanders) en een verliefd Duits/Australisch stel te zijn die via de kleinere luchthaven Connellan Airport waren gereisd.


Een goede groep

We lieten Alice Springs achter ons en reden over the Stuart highway in zuidwestelijke richting. We hadden ruim 130 km te gaan voor we bij Stuarts Well zouden aankomen. Daar bezochten we een Outback Camel Farm. In de farm was een kleine foto-expositie over de geschiedenis van de camels - zijn dat nou kamelen of zijn het eigenlijk dromedarissen - in Australië. De dromedarissen werden in Australië ingevoerd om ingezet te worden bij het openleggen van het continent. Nadat de dieren vanwege de aangelegde infrastructuur van wegen en spoorwegen overbodig waren geworden werden ze losgelaten en aan hun lot overgelaten.

Rieky schreef in haar reisdagboek:
In deze Outback Camel Farm kun je als je wilt een 'camel ride' maken. Maar dat leek ons helemaal niets. We hadden met dit fenomeen ooit al kennis gemaakt in Marokko. Die beesten stinken. Niemand van de groep liet zich verleiden tot een ritje. Sommige van ons dronken koffie, andere maakten wat uitgebreider kennis met elkaar, of bekeken de foto-expositie.


Twee stops

Onderweg bleek al snel dat we het goed hadden getroffen met de groep. Het klikte wonderwel. Voor in de bus konden we alle informatie over het Red Centre vinden. Een wegenkaart, en verschillende boeken over planten, dieren en de archeologische ontstaansgeschiedenis van dit landschap.

Er lag ook een fotoalbum, dat kennelijk al door vele handen was gegaan te oordelen aan het uiterlijk, met daarin prachtige zwartwitfoto's en portretten van Aboriginal mensen in hun natuurlijke omgeving. Later zou Robyn ons o.a. vertellen dat dit haar foto's waren; dat ze zich heel veel moeite had moeten getroosten om het vertrouwen te winnen van de stamoudsten alvorens ze deze foto's had kunnen maken en dat ze nog regelmatig bij de mensen van deze stammen op bezoek ging. Aan alles zouden we haar respect en liefde merken voor deze mensen en hoe begaan zij was met hun cultuur en hun lot.

We zouden, na een rit van een dikke 170 km, een tweede stop maken bij het Mount Ebenezer Roadhouse. Midden in de verlatenheid ligt deze nederzetting die word gedreven door en voor Aboriginals.
De Mount Ebenezer/ Impala Art Gallery die hier gevestigd is, toont een overvloed van originele Aboriginal en betaalbare kunst. Bijna niets is ingelijst of op raam gezet. Er zijn grotere en kleine doeken met intrigerende afbeeldingen. Op de achterkant van elk doek stond een afbeelding van de kunstenaar die het gemaakt had. De galerie heeft een aardeondergrond en houtenwanden en heeft meer weg van een boerenschuur dan een galerie. Verder is er een souvenirwinkel, een ruimte waar je iets kunt drinken en een camping.
Rieky kocht hier wat souvenirs, een mooie Aboriginal doek voor Yvette en een prachtig bedrukt T-shirt voor haar zelf. Zelfs hier kon je met Visa betalen. Alle personeelsleden droegen een uniform T-shirt, alleen door de week een andere kleur dan zondags.
Veel tijd was er niet, toch knoopte ik een gesprek aan met Brian, de Aboriginal manager van deze coöperatie. Hij vertelde dat ze de souvenirs allemaal zelf ontwerpen. Ik merkte op dat ik aan een van de prachtig bedrukte doeken een labeltje had gezien met: made in Hongkong. Hij zei daarop, dat ze binnenkort alle stoffen zelf konden bedrukken. Het was geen goede zaak, vond Brian, dat er op Aboriginal sjaals, thee- en zakdoeken e.d. een aanduiding stond die aangaf dat deze in Hongkong waren gedrukt.


Rondom woestijn

Het rode van de aarde, het olijfgroen van de planten en laag kreupelhout - die met heel weinig water toe kunnen - en het geel van het droge gras kleuren de uitgestrektheid van deze onherbergzame woestijn. Op grote afstand, midden in dit landschap zagen we de contouren van een groot afgeplat okerroodkleurig landmark. Even had ik de indruk dat dit Uluru (Ayers Rock) moest zijn, maar al snel hoorden we dat dit Mount Conner was. Een formatie die waarschijnlijk gevormd is in de ijstijd.

95 km verderop zouden we nog een keer stoppen bij een soort pub ergens in de middle of nowhere. Deze plek heet Curtis Springs en is de laatste plaats waar we voorlopig drank konden kopen. Als je het hier niet kocht dan moest je het zonder alcohol stellen de komende dagen, zei Robyn.


Een verkeerd beeld

In Aboriginal land is nergens drank te koop. Alcohol is voor Aboriginals een dodelijk vergif. Hun lijf verdraagt de drank eenvoudigweg niet. De verslaving slaat onherroepelijk toe. In Alice Springs en andere steden zie je de gevolgen van wat drank en drugs hebben aangericht bij de mensen van dit zeer oude cultuurvolk. Veel toeristen, maar ook veel Australiërs, krijgen alleen maar deze groep dronken outcasts te zien en vormen zich een totaal verkeerd beeld over Aboriginals.

Voor een beter begrip citeer ik een uitspraak van Cyril Havecker over het Aboriginal volk dat hij lief heeft en respecteert:

"Forget the drunk you see around Redfern and other cities. Look into their culture, their myths and legends, their paintings, that's where you will find the real Aborigine."
bron: Voorwoord door Yvonne Malykke in het boek "Understanding Aboriginal Culture"



Kennismaking met the Red Centre

Met nog 85 km te gaan reden we in een ruk door naar de Yulara Campsite, waar we ons kamp op zouden slaan en de eerste nacht zouden verblijven. Bij de nadering van Yulara zagen we in de verte dat Uluru (Ayers Rock) en Kata Tjuta (the Olgas) zich duidelijk aftekenden boven de uitgestrektheid van de woestijn. Dit is het land van de Anangu tripe die hier leeft.
In de taal van de Anangu betekent Kata = hoofd en Tjuta = veel, dus veel hoofden. Uluru is daarentegen een naam zoals Parijs, Berlijn of Rome.

Op het kampeerterrein stonden de tenten in een halve cirkel om de vuurplaats en de loods waarin gekookt en gegeten wordt. Onze gids ging naar het vliegveld om de laatste vier personen van ons gezelschap op te pikken. Intussen installeerden wij ons in de tenten. De tenten stonden op houten vlonders. In elke tent waren twee bedjes met matrassen aanwezig en een extra dikke slaapzak. Daar bovenop lagen schone lakenhoezen. De temperatuur was op het moment van aankomst ongeveer 35 graden. In de nachten schijnt een temperatuur van 4 à 5 graden heel gewoon te zijn.

Degene die klaar waren met het installeren van hun spullen in de tent, begonnen alvast met de voorbereidingen voor de lunch. Er waren verse groentes, fruit, brood, beleg, koffie en thee aanwezig om een lekkere salade en een rijke broodmaaltijd te maken. Zodra onze gids terug was gingen we gezamenlijk aan tafel. Op het namiddagprogramma stond een rit naar Kata Tjuta, een wandeling door The Valley of the Winds en het bekijken van de zonsondergang op Uluru.


Ananguku ngura nyangatja ka pukulpa pyjama

Het zinnetje hierboven betekent letterlijk: Dit is Aboriginalland en wij verwelkomen u.


De strijd van de Anangu voor hun rechten

The Aboriginal Land Rights Act in 1976 en de vorming van de interim Central Land Council in 1974 gaf aan de mensen van de Anangu stam voor het eerst een krachtige stem om hun heilige en spirituele plaatsen te beschermen.
Als resultaat van de Katiti Land Claim (1979) kregen de oorspronkelijke bewoners eindelijk het recht terug op Katiti Land North and East van het Park, met uitsluiting van Uluru en Kata Tjuta omdat dit land toebehoord aan de Kroon en is uitgeleend aan het Nationale Park.
In 1977 kwam Uluru (Kata Tjuta) National Park te vallen onder de National Park and Wildlife Conservation Act.
Uiteindelijk werd pas op 26 oktober 1985 aan de oorspronkelijke bewoners het recht overgedragen op Uluru Kata Tjuta land. In ruil daarvoor gingen de mensen van de Anangu stam akkoord met een lease-overeenkomst - looptijd 99 jaar - met de directeur van de Nationale parken. Sindsdien werken de staf van het park en de Anangu stamleden samen om het park goed te besturen, en is er intussen veel ten goede gekeerd.


Werelderfgoed

Uluru Kata Tjuta National Park was het tweede nationale park op de wereld dat op de werelderfgoed lijst werd geplaatst vanwege de culturele- en natuur waarden van dit gebied (1994).


Kata Tjuta en The Valley of the Winds
Bij de ingang van het park zorgt Robyn voor de kaartjes. Als we door de controle gaan moeten we allemaal onze toegangsbewijzen tegen de raam houden. Er is maar een klein deel van Kata Tjuta toegankelijk. Het is voor de Aboriginals een van de heilige en spirituele plaatsen: een mannenplaats. Vrouwen mogen hier niet komen. We zullen later bij onze rondwandeling om Uluru zien dat deze regel ook omgekeerd van toepassing is.
Intussen werd boven Kata Tjuta de strak blauwe lucht langzaam verdrongen door een pikzwarte hemel die zich leek uit de verre horizon omhoog te worstelen en tergend langzaam in onze richting bewoog. Het zwart van de hemel werd met onregelmatige tussenposen doorkliefd met een ragfijn, grillig patroon van gouden lijnen die op je netvlies gegrift bleven staan. Het gerommel van de donder klonk van verre.
Toen Robyn de bus parkeerde voor de wandeling door de Valley of the Winds, die tussen een deel van de vele hoofden van Kata Tjuta doorloopt, brak het geweld van de tropische onweersbui in alle hevigheid los. De eerste grote druppels vielen op de voorruit van de bus. Door de regen zagen we Kata Tjuta nog dieper okerrood kleuren tegen een pikzwarte lucht.
Uiteindelijk besloten we regen, wind en bliksem te trotseren. Het was nog steeds warm. Nat werd je niet echt van de regen al viel er behoorlijk wat. We klommen langzaam omhoog tot we tussen de hoge ronde monolieten (in totaal zijn er 36 en de hoogste is 550 meter) van arkose zandsteen stonden.
In dit mysterieuze labyrint dat Kata Tjuta is weerkaatste de echo's van de donderslagen tegen de wanden van spleten en kloven.
De regen maakte de wandeling nog moeilijker dan hij al was. De stenen ondergrond werd glad, en dus was het uitkijken geblazen. Maar de regen bracht ook de extra's van de tientallen watervallen die naar beneden gutsten en vrijwel gelijktijdig met de regen weer ophielden. Een fenomeen wat je in dit hete droge gebied niet vaak zult zien.


Geen prentbriefkaart

Terug bij de bus bleek dat een van de Engelse dames niet was meegegaan omdat ze vanwege een heupoperatie niet zo goed vooruit kon. Dit euvel zou haar op deze tour nog vele malen parten spelen.
De onweersbui zag je langzaam aan de horizon verdwijnen. Het weer was toch wat van slag. Er bleven grote wolkenvelden langs de hemel drijven. Het was intussen zo laat geworden dat we ons in de richting van de Sunset Viewing Area moesten begeven om een goed plaatsje te bemachtigen. Het licht van de zonsondergang op Uluru dat moet elke toerist gezien hebben. Je moest het op de foto hebben, zei iedereen. Janick, de jongste van onze groep merkte op: "Dit 'prentbriefkaart Kodakmoment' hoeft voor mij niet zo nodigÓ. Nou, zo dachten Rieky en ik er ook over.
Het was dus een drukte van belang op de Sunset Viewing Area. Je kon niet begrijpen waar ineens al die luxe touringcars en 4 Wheel drives vandaan kwamen in dit verlaten landschap waar je anders bijna niemand zag. Er waren mensen bij die tafeltjes hadden neergezet, met daarop wijn en hapjes.
De lucht boven ons was een beetje meer opengetrokken, alleen de wolken aan de horizon bleven hardnekkig aan de westelijke hemel talmen. Op het moment suprème speelden de wolken voor spelbreker. Er viel zelf een miezerig regentje.
In het donker reden we terug naar onze campsite. Na de gezamenlijke maaltijd beloofde Robyn ons, dat ze ons om halfvijf zou wekken; ze zei dat we een half uurtje zouden hebben om te douchen en te ontbijten, en dat we daarna nogmaals naar Uluru zouden rijden nu voor de zonsopkomst. Intussen waren alle wolken verdwenen toen we richting tent gingen, en was de donkere hemel bezaaid met fonkelende lichtjes. Koud was het niet. De dikke slaapzak hadden we niet echt nodig.


Geen zonsondergang,
geen zonsopkomst,
geen prentbriefkaart van Uluru



Over Uluru

Uluru is een van de grootste monolieten ter wereld. Hij steekt maar 350 meter boven de woestijn uit. Het grootste deel van dit 600 miljoen jaar oude stuk zandsteen zit onder de grond. Geologen nemen aan dat er zelfs maar 10% van de steen boven het maaiveld uitsteekt.
Voor de Aboriginal people Uluru in vele opzichten een heilige plaats.



Een spectaculaire wandeling

Op de Sunrise Viewing Area is de drukte hetzelfde als gisteren. Zo om en nabij honderd mensen (misschien wel meer) staan met hun camera klaar om af te drukken als de zon Uluru in vuur en vlam zet. Maar ook vandaag lukte het niet omdat er nu aan de oostelijke horizon wolken hangen die de zonsopkomst afdekken. Een klein uurtje later schijnt de zon alweer uitbundig, en kleurde Uluru alsnog vlammend okerrood.

Vlakbij deze enorme steenklomp konden we goed de structuur van het gesteente zien. Toen we klaar stonden voor de wandeling rondom Uluru, brak er een klein conflict uit tussen onze gids en een lid van de groep. Het probleem was dat deze persoon overwoog om de rots te beklimmen. Voor die beklimming zijn er paaltjes op de rots aangebracht met een ketting. De Aboriginals geloven echter dat deze route langs de flank van Uluru omhoog, die de oudsten van de stam gingen bij speciale ceremoniën, het spirituele spoor volgt van de heilige rock wallaby Mala. Daarom ook hebben de Aboriginals liever niet dat je de rots beklimt. Om het conflict te beslechten zei Robyn ongeveer het volgende: "Zou je dat nou wel doen? Het getuigd van weinig respect voor de Aboriginals, hun wetten en hun geloof. Als jij ergens een kerk gaat bekijken dan neem je toch ook de stilte in acht, of ga je dan - gelovig of niet - in zo'n kerk hard staan schreeuwen?" Daarna draaide ze zich resoluut om en nodigde de groep uit haar te volgen voor wat uitleg op het eerste stuk van de 9 km lange wandeling.
Robyn vertelde ons dat Aboriginals zich altijd vestigen op plaatsen waar voldoende water is en wild om te jagen. In de woestijn vinden zij (bush foods) groenten, fruit en geneeskrachtige planten en kruiden. Als groente en fruit eet men de bush ui, de woestijn rozijn, de bush pruim, verschillende zaden en woollybutt gras. Honig wint men uit honey grevillea, en als lekkernij eet men de honingmier.
Ze gaf aan dat veel van de Aboriginal tekeningen die je rondom Uluru vindt wegwijzers zijn avant la lettre. De veel voorkomende cirkeltekeningen geven bijvoorbeeld aan dat er water in de buurt is. Zo heeft elk onderdeel van een rotstekening iets te betekenen, en soms vertellen ze ook een mythisch verhaal.
Ze liet ons een grote waterpoel (waterhole) zien, zoals er vele zijn te vinden tegen de rotswanden van Uluru. En ook een paar plaatsen waar de Aboriginals bijeenkwamen om verhalen te vertellen of beschutting te zoeken.
In de rotswanden vindt je veel heilige en spirituele plaatsen. Deze zijn aangegeven met borden waarop staat dat ze niet gefilmd of gefotografeerd mogen worden. Deze plaatsen zijn onderverdeeld in wat Robyn noemde: Men's Business en Women's Business. Mannen zullen altijd hun blik afwenden van een plek waar vrouwen bijeenkomen om hun "vrouwenzaken" te regelen omdat ze daarmee zo'n plaats voor altijd zouden ontheiligen. Hetzelfde geldt voor vrouwen ten opzichte van de plaatsen waar mannen hun zaken regelen. Vandaar ook dat film- en fotoverbod.

De wandeling van 4 uur die wij maakten voerde ons langs een aaneengeregen monumentale beeldpracht. De littekens en de kleur van Uluru zijn ontstaan door miljoenen jaren van erosie. Je vindt er prachtige vormen door de natuur gemaakt als krachtige sculpturen, maar ook plekken zo sereen, sacraal en fragiel als middeleeuwse kathedralen. Op vele plaatsen bewonderden we rotstekeningen die vele duizenden jaren oud moeten zijn en die gemaakt zijn met natuurlijke witte, rode en gele okers.
Op een bepaald moment, we liepen met drie personen naar een waterpoel door een stuk bush dat door een gecontroleerde brand was zwart geblakerd, kwamen er als uit het niets een stel Aboriginal kinderen aangerend om te gaan zwemmen. Vanuit het water klommen er een paar behendig tegen de rotswand omhoog. Ineens zagen we een klein onderdeel van het dagelijkse leven zoals zich dat door de eeuwen heen rond deze monoliet moet hebben afgespeeld.
Maar bekijk de foto's maar van de wandeling rondom Uluru, want die vertellen u meer dan wat ik met woorden kan beschrijven.


A traditional "camp oven" dinner

Na de wandeling gingen we terug naar onze campsite voor de lunch en om in te pakken. Robyn liet ons weten dat we onze lakenhoezen mee moesten nemen naar de volgende campsite en dat we onze tent netjes en schoon moesten opleveren.
Na de lunch reden we via Curtis Springs terug en stoppen daar om drank in te kopen. Na een kort gesprek met twee medereizigers vormden we gedrieën een dranksyndicaat, zoals een van hen het noemde. Zes blikjes bier kopen is hier duur. Gezamenlijk twee dozen met 36 blikjes kopen is aanzienlijk voordeliger. We konden het koel houden in de koelboxen achterin de aanhanger.
Van hieruit zouden we pas weer stoppen bij het uitkijkpunt van Mount Conner. De lucht was zo helder als glas. We hadden een prachtig uitzicht op de ijstijdformatie die Mount Conner waarschijnlijk is. Verderop sprokkelden we een heleboel dor hout voor het "oven"-kampvuur dat Robyn vanavond zou ontsteken om te koken en er later met zijn allen gezellig omheen te gaan zitten. We reden zo ongeveer 170 km door de levendige, groen en rood kleurige woestijn in de richting van Kings Creek Cattle Station. De meeste sliepen onderweg om achterstallige slaap in te halen. Maar Rieky en ik konden onze ogen niet afhouden van dit door de zon geteisterde landschap dat doorlopend in kleine details veranderde. Het leek erop alsof we de wolkenformaties nooit zouden inhalen. Ze waren zo ver weg dat ze geen schaduw gaven en toch leken ze heel dichtbij.

Hoera, want in Kings Creek Cattle Station was een zwembad. Niet zo erg groot. Maar zodra iedereen zijn tent op orde had gemaakt werd er gezwommen. Rieky wilde voor we gingen zwemmen eerst haar reisdagboek bijwerken, want er was al dagen niets van gekomen. Ik pakte mijn boek om wat te lezen. We werden echter gestoord door een prachtig getekende lizard die zichzelf verraadde door het geritsel dat hij precies achter onze tent maakte. Een beest van ongeveer een meter lang.

Rieky schreef vandaag:
De zwempartij was heerlijk verfrissend na een warme en inspannende dag. Ik heb wat van het rode zand in een doosje (dat Mirjam mij voor dit doel had meegegeven) geschept om als souvenir mee te nemen naar Landsmeer. Daarna hielpen we Robyn met wat voorbereidingen voor de maaltijd, maar het meeste wilde ze zelf doen.

De traditionele "camp oven" maaltijd bestond uit speciale broden die in een grote pan in het vuur gebakken werden, plus een grote kookpot met honingkip en een andere met kip en tomaat. Rond het kampvuur, met een hemelkoepel boven ons die bezaaid was met de schittering van duizenden sterren, deden we ons tegoed aan een overvloed van overheerlijk eten.


Watarrka (Kings Canyon) National Park
Na heerlijk geslapen te hebben vertrokken we op 5 oktober vroeg naar Watarrka (Kings Canyon) National Park. We gingen heel vroeg op weg want we moesten onze wandeling naar boven en door Kings Canyon beslist voor het heetst van de dag voltooid hebben. Al om zeven uur parkeerde Robyn onze bus aan de voet van een 360 meter hoge, uit ongelijke delen opgebouwde, rotstrap.
De klim naar boven werd beloond met een majestueus uitzicht over de woestijn die doorloopt tot aan de einder. Maar dat was pas het begin van de schoonheid van Kings Canyon.
Deze woestijn-canyon was tot 1990 zeer moeilijk te bereiken. Via een ruwe track vol rotsblokken en grote stenen kon je het proberen. Ook voorzieningen (zoals water, de trap etc.) waren er in die tijd niet.
De tocht vergde 3,5 tot 4 uur, koste veel transpiratie en liters drinkwater, en ging door een doolhof van nauwe doorgangen, over hoge rotsplateaus en langs spectaculaire dieptes. De zandsteenstructuren worden nu Lost City genoemd. In een van die spectaculaire kloven zijn houtconstructies gebouwd zodat we via een trap naar beneden konden en via een burg over de Garden of Eden liepen. Dit is een prachtig plekje met palmbomen en water tussen de immense rotswanden. Aan de andere kant bracht de trap ons weer op het niveau van het plateau. Robyn had voor iedereen een lekker stuk vruchtencake. We konden hier even uitpuffen en genoten van het uitzicht. We liepen nu bovenlangs naar de andere kant van het grote ravijn.
De canyon-wanden zijn stijl en glad, alsof er mensenhanden aan te pas zijn gekomen. Op de wanden zitten intrigerende grote cirkelvormige patronen die door de wind zijn gevormd. We liepen nu echt op de rand van een 95 meter diep ravijn. Scheuren in de grond geven aan dat het geheel instabiel is en waar een volgende breuk zich zal voordoen. Dat is ook de reden dan men de wandeling die beneden door het ravijn liep heeft gesloten.
We liepen nu door een landschap dat ons langzaan naar beneden zal brengen. Het pad kronkelde zich als een guirlande tussen de geërodeerde okerrode rotsformaties door. Dit landschap heeft veel weg van reusachtige, zich steeds repeterende, wratten met daartussen de okerrode grond met het groen van de schrale vegetatie. Maar als het hier regent dan staan er wel zo'n 600 soorten planten gelijktijdig in volle bloei.

Op het warmst van de dag, na de picknicklunch, reden we via de Mereenie Loop Road naar de Glen Helen Resort Campsite dat ligt binnen de West Macdonnell Ranges. Robyn kondigde aan dat het voor haar een zware rit zou worden vanwege de afstand en de kwaliteit van de dirt road. Later zou blijken hoe zwaar.
Onderweg stopten we op de Tylers Pass Lookout in een totaal ander landschap, nog woestijn, maar veel lieflijker. Hier keken we uit op het Tnorala (Gosse Bluff) Conservation Reserve. In de verte zagen we de Tnolrala (Gosse Bluff) kraterinslag, van waarschijnlijk een komeet met een doorsnee van 600 meter, die meer dan 130 miljoen jaren geleden met ongelofelijke snelheid hier moet zijn ingeslagen. De krater is 23 km in doorsnee. Toen ontdekkingsreiziger Ernest Giles in 1872 de krater voor het eerst zag dacht hij te maken te hebben met een rij bergen. Hij vernoemde ze naar zijn vriend P.H.Gosse van The Royal Society en gaf Tnorala de naam: Gosse Bluff.


Slechte weg, band weg

Robyn had al aangekondigd dat de weg heel erg slecht zou zijn en dat deze rit geen pleziertje was en heel veel van haar zou vergen.
Niemand had iets gemerkt, maar Robyn maakte een noodstop op de dirt road die bezaaid lag met scherpe stenen. De band van de aanhangwagen was totaal aan flarden gereden, en er was bijna niets meer van over.
In een mum van tijd had Robyn in de bloedhitte een reservewiel, krik en ander gereedschap tevoorschijn gehaald en lag ze onder de aanhanger om de schade op te nemen. De flarden van band bleken het spatscherm van de aanhanger helemaal naar binnen omgebogen te hebben waardoor het onmogelijk was om er zomaar het reservewiel op te schuiven.
Voor de gehavende band werd een houtblok gelegd waarna ze de bus met aanhanger voorzichtig in de vooruit zette en het wiel op het houtblok reed. Ze kon nu zo de krik onder de aanhanger zetten en met een paar slingers de hele boel omhoog krikken om zo te kunnen werken. Het was nu zaak het verbogen scherm terug te buigen. Met een moker lukte het haar niet, maar onze Ierse medereiziger Thomas kreeg het na veel moeite voor elkaar. Nou konden Robyn en hij het reservewiel er zo opschuiven.
Eindelijk kon Robyn, na dit voor haar vervelende oponthoud, verder rijden naar Glen Helen. Hier zouden we afscheid nemen van dat deel van onze groep dat alleen maar op de driedaagse tour had ingetekend. Aangekomen bij het Glen Helen Resort was er een mogelijkheid een helikopter vlucht te maken, maar niemand had daar zin in. Alleen Jonathan, de sportarts uit Sydney, vond het wel interessant om met de helikopter terug te vliegen naar Alice Springs.
In het café van het resort dronken de meesten van ons wat, en namen we alvast afscheid van elkaar. Toen de 4 wheel drive bus arriveerde, die hen kwam ophalen, kreeg Robyn de instructie van aanhanger te wisselen. Ze had vreselijk de pest in op het management van de Sahara organisatie omdat ze nu alles moest overpakken in de kleinere aanhanger, en ze liet dat ook duidelijk blijken.
Robyn en wij, de zes overgebleven passagiers, zwaaiden de andere helft van onze groep uit en gingen kamp maken. We maakten een wandeling naar de Glen Helen Gorge door de droge rivierbedding en namen een heerlijk verkoelende duik en zwommen tussen de rotswanden. Zoals elke dag maakten we samen de maaltijd klaar en zaten tot laat, Robyn had namelijk aangekondigd dat we de volgende dag mochten uitslapen, onder de sterrenhemel bij een romantisch kampvuur. Toch moest haar van het hart dat het management van Sahara Tours niet zo verstandig bezig was en wilde bezuinigen op kwaliteit en know-how.


Gorges, okers en een smalle spleet

Glen Helen ligt in een landschap dat aan beide zijden omsloten wordt door een geplooid gebergte. De lange bergketens bestaan uit aaneengesloten lichtglooiende koepels die ontstaan zijn in een turbulent geologisch verleden.
Voor we vertrokken namen we nog even een duik in het water van de Glen Helen Gorge achter onze tent en daarna reden we naar de spectaculaire Ormiston Gorge. Voor we daar aankwamen stopte Robyn de bus en liet ons uitstappen. Dit was de beste mogelijkheid om rock wallabies in het wild te zien. De rotsen hebben hier dezelfde roodbruine kleur als rock wallabies. Je moest dus het oog hebben van een puzzelaar om ze te kunnen onderscheiden. We hadden geluk en ontdekten er een paar die op een plateautje in de rotswand zaten. Het was redelijk gemakkelijk om ze te fotograferen, want bang waren ze niet echt.

Even verder op parkeerde Robyn onze bus en we wandelde de Ormiston Gorge in tot aan een open plek aan het water. De hoge rotswanden omsloten ons op die plek. We hadden de keuze een lange wandeling te maken hoog boven de gorge langs, of op het strandje te blijven en daar te zwemmen, of over de rotsen een kleine verkenningstocht te maken. Ik klauterde over de rotsen de gorge in tot ik niet meer verder kon. Rieky bleef met Robyn op het strandje achter. De andere vier gingen onafhankelijk van elkaar bovenlangs.

De volgende stop was bij de Ochre Pits. Hier vonden de Aboriginals de kleuren om hun lijven, hun schilden, hun gereedschappen en hun muziekinstrumenten mee te beschilderen. Geel, wit rood, bruin en alle nuance er tussenin. Robyn demonstreerde op haar arm hoe je eenvoudig met wat water een tekening kan aanbrengen op je huid. Alleen droogde het mat op en verloor het snel zijn kleurkracht. De Aboriginals gebruiken dierlijke olie en vet om de kleuren sprekend te houden. Robyn ontmoette hier een voormalig collega; een beetje het type van een blanke Afrikaner Boer; hij moest snel wat leuke anekdotes vertellen voor hij verder moest met zijn groep. Commentaar van Robyn: "Leuke vent wel, maar op het randje van racistisch."

We zouden gaan zwemmen in een van de grootste, permanente waterpoelen - Ellery Creek Big Hole - op 90 km afstand van Alice Springs. Maar we kregen eerst een warme lunch. In alle parken vind je daarvoor tafels onder een zonneafdak, stromend drinkwater en elektrische barbecues. Het was er redelijk druk. Veel mensen die ook bedacht hadden om daar te lunchen. We veroverden een tafel voor ons kleine gezelschap en Robyn vond een barbecue - die werken op een muntstuk - en bakte voor ons hamburgers en dunne plakken vlees. Voor een man en vrouw met twee kinderen schikten we zodanig in dat zij ook bij ons aan de lange tafel konden zitten. We gebruikten in opperbeste stemming onze lunch en gingen daarna zwemmen in deze prachtige waterpoel. 3 groepsleden waarvan we de dag ervoor afscheid hadden genomen stapten daar tot onze verbazing uit een auto. Zij volgden een seminar in Alice Springs en waren dat ontvlucht vanwege de warmte.
Ellery Creek Big Hole wordt omzoomd door o.a. red gums, een Eucalyptus soort, die voor de nodige schaduw zorgden. En dat was nodig ook. Sinds ik op deze plek geweest ben, weet ik pas echt wat "brandend zand" is.
Heerlijk verfrist gaf Robyn ons de keus om naar onze campsite te gaan of vandaag een onderdeel van de volgende dag erbij te pakken, zodat we de laatste dag op ons gemak Mpulungkinya (Palm Valley) en Finke Gorge National Park konden bezoeken.
Onze voorkeur ging er naar uit om vandaag naar Standley Casm, in Iwupataka Aboriginal land, te bezoeken. De wandeling voerde door ruige natuur, over grote rotsblokken door piepkleine stroompjes water en over omgevallen bomen. De smalle rotsspleet is een nauwe doorgang in de bergketens van de Macdonnell Ranges. De torenhoge rotsmuren doen de doorgang smaller lijken dan deze is. Met twee mensen konden we de breedte van de kloof overbruggen.

Rieky tekende op in haar reisdagboek:
Op de terugweg uit de kloof naar het parkeerterrein zagen we heel veel kangoeroes, ook jonge en zelfs een jong mannetje.


Ken, en de Aboriginal Community van Wallace Rockhole

Langs een eindeloos lange weg, aan beide zijden glinsterend in de zon van de weggeworpen flesjes, reden we naar Wallace Rockhole.

Rieky schreef daarover:
We vragen aan Robyn wat later op de dag naar het waarom. We hebben dit nog nergens gezien. Volgens Robyn waren wij een van de weinigen die dit ooit hadden opgemerkt. De reden is simpel, vertelde ze ons. In Aboriginal communities is alcohol niet toegestaan. Als men dus toch een flesje bier drinkt onderweg dan kan men dat flesje niet mee naar huis nemen. Dus gooien ze het uit de raam van de auto.

De campsite ligt binnen de Aboriginal community van Wallace Rockhole, daarom vroeg Robyn ons dan ook om bierflesjes niet in de containers te gooien maar in een aparte zak die ze een dag later van de campsite zou meenemen naar Alice Springs. Maar nu loop ik op de dingen vooruit.
Toen we de dirt road opdraaiden naar Wallace Rockhole, vertelde Robyn dat ze ons af zou zetten bij Ken. Hij is getrouwd met een Aboriginal vrouw en leeft al zijn hele leven in deze community. Samen met zijn vrouw drijft hij er een winkel met boeken, Aboriginal kunst, archeologische vondsten, wat souvenirs en ook wat levensmiddelen.
We maakten kennis met Ken bij de waterpomp van de daar nog niet zo lang geleden geslagen bron. Ken zou onze gids zijn op een kleine rondgang door een aan beide zijden hoog omsloten vallei. Hij vertelde ons over speciale bomen, planten, bloemen, over de Aboriginal geschiedenis, over hun gebruiken, en liet ons ook speciale vondsten zien terplekke. Hij wees ons op een grot in de rotswand waarin tientallen handafdrukken staan, en op een uitgeholde steen die gebruikt werd om zaden te vermalen. Bij een plateau vol eeuwenoude tekeningen, legde hij uit dat de tekeningen die in de steen zijn gekerfd aan Aboriginals de weg wijzen door de omliggende woestijn; waar men waterholes kon vinden; maar ook welke tripes niet welkom waren in dit gebied. Hij liet ons Wallace Rockhole zien, waar het Aboriginal dorp naar is vernoemd, en vertelde ons de verhalen die daar bij horen.
In vroegere tijden maakten Aboriginals barre tochten om elkaar te ontmoeten op heilige plaatsen. De jonge Aboriginals doen dat nog steeds, vertelde Ken, maar nu gaan ze er naartoe met hun 4 wheel drives.

Tegen de tijd dat de zon onderging stond Robyn ons op te wachten bij de pompinstallatie waar onze tocht met Ken begonnen was. De wolken kleurden rood en paars in de donkerwordende blauwe lucht. We reden achter Ken aan met onze bus om eerst bij Ken's winkel langs te gaan. We ontmoetten in de winkel zijn vrouw en dochter toen we er rond liepen.

Rieky schrijft in haar reisdagboek:
Voor Mirjam heb ik bij Ken een boek gekocht over Aboriginal kunst. Het boekje met de titel: "Understanding Aboriginal Culture", dat we graag wilden hebben, wordt net voor onze neus door een van onze medereizigers weggekaapt.

De laatste avond dat we samen zouden eten wilden we graag aan Robyn onze erkentelijkheid laten zien voor al haar inspanningen, de prachtige verhalen en de gedegen achtergrondinformatie over het rode hart van Australië die we van haar kregen. Wat we vooral bijzonder vonden was de manier waarop zij met ons over Aboriginals sprak, over hun gebruiken vertelde en het respect dat ze ons bijbracht voor deze mensen, hun spirituele levenswijze en hun heilige plaatsen.
Met een kleine toespraak overhandigde Stanley onder de maaltijd onze materiële blijk van waardering om te besteden aan een helikopter vlucht. Wij hadden de indruk gekregen dat Robyn graag bij Glen Helen zo'n trip wilde maken. Dat was ook zo maar bij haar bedankje vroeg zij of wij het goed vonden als zij dit bedrag bij haar spaargeld voor de aanschaf van een groot Aboriginal kunstwerk mocht leggen.


Finke Gorge National Park en Mpulungkinya (Palm Valley)

Toen Rieky en ik de volgende ochtend een kwartier voor het reveil naar de douches liepen lag Robyn nog heerlijk te slapen, in de openlucht, bovenop de aanhanger. Toen we terugkwamen was in ons kamp iedereen ontwaakt. Er werd koffie en thee gezet. En wij dekten de tafel voor het ontbijt.
We zouden eerst naar het stadje Hermannsburg, een wat grotere Aboriginal Community, rijden om daar de aanhangwagen achter te laten. Het gebied dat we zouden ingaan is zo moeilijk begaanbaar, vertelde Robyn, dat zij daarom de aanhanger liever daar achterliet.
Nadat we de geasfalteerde weg verlaten hadden, kregen we eerst een dirt road maar al snel reden we door de bedding van de drooggevallen Finke River. Deze rivier is de langste rivier van Centraal Australië die zich na 400 km vertakt en in de Simpson Dessert in het niets verdwijnt.
Robyn vertelde, dat als het flink regende je hier erg snel weg moest wezen. Je kunt zien aan de meegesleurde takken, struiken en graspollen die rond sommige bomen zitten hoe hoog het snelstromende water kan komen.
Intussen werd Robyn vanwege de ruwe, soms zachte en soms rotsige, ondergrond gedwongen om erg langzaam te rijden. Af en toe zagen we hier een Aboriginal man lopen. Er waren hier opmerkelijk veel wilde paarden. Die paarden noemen ze hier Brownies. Deze zijn hier ooit losgelaten toen ze niet meer van nut waren. Het was erg opvallend dat in de gemengde kuddes de verschillende raskenmerken nog steeds heel herkenbaar waren.
Robyn parkeerde de bus aan de rand van een grillig massief, waar we naar boven wandelden tussen de rotsformaties door. Een prachtig landschap dat aan Arizona doet denken. Voor Robyn is dit het mooiste plekje van de wereld. Als ik een portret van haar wilde maken dan moest het hier.
We gingen nu verder naar Mpulungkinya (Palm Valley) waar we nog voorzichtiger moesten rijden dan in de Finke River. Robyn reed van de ene rotsplaat op de andere en dat moest soms echt langzamer dan stapvoets. Zodra we vlak bij de valei waren parkeerde ze de bus. "Denk er om dat je voldoende water meeneemt" waarschuwde ze ons. We moesten als de zon op zijn hoogst stond terug in de bus zijn, omdat we hier anders omkwamen van de hitte. Van hieraf wandelden we over rotsplateaus de, door hoge bergwanden omsloten, vallei in. Hoe verder we liepen hoe meer palmbomen er stonden en prachtige kleine waterpartijen met riet. Zo'n immense grote oase in deze woestijn is bijna ongelooflijk. De red cabbage palms die hier groeien krijgen hun water uit het poreuze Hermannzburg zandsteenbergkam. Deze palmen zijn ongeveer 300 jaar oud. Wetenschappers nemen aan dat hier al 20.000 jaren geleden palmen groeiden.
Het was allemaal van een imponerende schoonheid. Zelfs de rotsgrond waarover we liepen.


Terug in Alice Springs

Halverwege de terugweg gebruiken we de lunch op de picknickplaats in het park. Onze laatste lunch samen. Daarna zouden we naar Alice Springs terug rijden. Maar dat ging zomaar niet. Voor de lunch raakte Robyn met haar bus vast in het diepe zand. We moesten allemaal uitstappen. Wat ze ook deed ze werkte zich alleen maar dieper in de penarie. Uiteindelijk vroeg Robyn hulp aan een chauffeur van een 4 wheel drive. Die mopperde eerst iets in de zin, dat hij zojuist zelf nog had vastgezeten in het zand. Uiteindelijk trok hij ons met gemak vlot.
Bij de lunch zagen we dat er een grote ronde kei tussen de twee linkerachterbanden zat. Robyn probeerde de steen er tussenuit te wrikken, maar dat lukte niet. Uiteindelijk moest ze in de hitte het hele wiel demonteren.
Na deze pech reden we terug naar Alice Springs, en werden we door onze gids rond drie uur bij ons hotel afgezet.
Bij het afscheid gaf Robyn, die zich gedurende de reis altijd iets afstandelijk had opgesteld, ons een geweldige omhelzing. Toen zij bij het uitwisselen van mailadressen zich bekendmaakte als Robyn Adams, begreep ik meteen waarom ze mij steeds Adam was blijven noemen.
We hadden in de achterons liggende dagen 29 km gelopen en totaal 1800 km afgelegd door dit prachtige stuk van Australië. Meer info over Sahara Outback Tours vind u op: www.saharatours.com.au.

Wij gingen eerst douchen, onze spullen op orde brengen, en dan snel Alice Springs in om wat te drinken. Er flaneerden kleine groepen Aboriginals door het stadje. Mensen die allemaal op een of andere manier verslaafd zijn aan alcohol. Ze zijn outcast voor hun stam, maar ze zien er redelijk gekleed uit. Ze worden goed opgevangen door organisaties van hun eigen mensen.

's Avonds gingen we met Sharon en Stanley uit Sydney eten bij Bojangles. We konden kiezen uit de luidruchtige Saloon of het veel rustigere Restaurant. We kozen voor het laatste omdat we na deze trip wel weer een keertje geciviliseerd wilden eten met bestek, servetten, porseleinen borden en wijn uit echte glazen.


Onderweg naar Cairns

In de voormiddag van 8 oktober gingen we om souvenirs te kopen nog even de stad in. We slaagden en kochten T-shirts voor Coen en Willem. We moesten ook nog een aantal boekhandels af om te kijken of zij voor ons het boekje hadden, wat in de winkel bij Ken net voor onze neus werd weggekaapt. We lunchten nog even snel, want rond halfeen kwam de bus om ons naar de luchthaven van Alice Springs te brengen. Het vliegtuig vertrok, na de gebruikelijke veiligheidsrituelen, om 14.28 uur naar Cairns. Een vlucht van tweeëneenhalf uur.

Met dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties

Ad(am) van Tiel, Landsmeer, februari 2005

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder
voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Rieky & Ad van Tiel © 2004/2005