print vriendelijke versie zonder foto's






Bay Village Tropical Retreat


Bayleaf, in Cairns, is een
perfect restaurant met
een onvervalste Balinese keuken


Wat heerlijk
























Het regenseizoen kondigt zich al aan









Eenzame wandelaar


Zondagsmarkt in Port Douglas


Langs Four Mile Beach
terug naar de picknickplaats















Snel, en
echt levensgevaarlijk








 

 

 

 

 

 

 
















































Walu Wugirriga Outlook
met uitzicht op de monding van
Daintree River


Minder dan 10% van
het licht bereikt de bodem


Over het plankier
hangen vuistdikke lianen










De baai bij Cape Tribulation










Late middagzon
boven de Daintree River






 























Het logo op de trein


Gereserveerde plaatsen
in de oude houten treinwagons


De lange trein op
de spoorbrug over het ravijn











In de SkyRail
hoog boven het rainforest









In de ontvangshal van Tjapukai
hangen tableaus met Aboriginal kunst
Wilt u meer weten over Tjapukai kijk dan op:
www.tjapukai.com.au


Op traditionele manier
vuur maken




















Onderweg naar de
Atherton Tableland, lage
bewolking en motregen


Bosbranden tasten
bomen niet wezenlijk aan







De steiger in Mission Beach
waar vandaan de boten naar
Dunk Island vertrokken


In een zee met golven
van wel twee meter hoog ligt
in de verte Dunk Island





































Suikerrietvelden met op
de achtergrond de bergen van
het Lumholtz National Park




























Paluma Range National Park
met zijn immens grote rotsblokken


Azuurblauwe baaien van
Magnetic Island


Natuurlijke poort tussen
rotblokken door,
naar een van de baaien

































De Mexicaanse keuken van
Man Friday is uitmuntend
Man Friday, Nelly Bay, Magnetic Island












Daydream Island
een van de
Whitsunday Islands


Een eiland dat lijkt op
een liggende halve apenkop


Het zand van
Whitehaven Beach is als
zijde zo zacht...


... maar de zon doet je
verlangen naar verkoeling


The Whitsunday Islands,
een creatie van een airbrush artist
Meer info over de FantaSea Cruises:
www.fantasea.com.au

From the land of the Kangaroo, deel 4


Aankomst Cairns

In de late namiddagzon van 8 oktober zagen we Cairns liggen, ingebed tussen de bergen en de Pacific Oceaan. Het vliegtuig draaide over de stad en maakte een perfecte landing. Nadat we onze bagage hadden opgehaald moesten we eerst, in de hal van de luchthaven, de free phone van het Bay Village Tropical Retreat bellen voor hun busservice. Zo gezegd zo gedaan. Beslist binnen 10 minuten zouden we worden opgehaald, alleen moesten we zelf opletten of het witte busje met het groene logo van het hotel voorreed.
Intussen werden we aangesproken door twee Franse dametjes uit Nantes. Een van de twee sprak echt niet meer dan enkele woordjes Engels. Dat was niet genoeg voor hen om te begrijpen hoe de free phone werkte, laat staan om te kunnen verstaan wat er aan de andere kant van de lijn gezegd werd. Ze waren dan ook erg blij dat ik voldoende Frans sprak om hen te helpen. Het bleek dat zij naar het zelfde hotel moesten als wij. Dus kon ik de dames vertellen dat het busje van ons hotel onderweg was.
Binnen 20 minuten waren we ingecheckt en hadden we ons geïnstalleerd in kamer 124, met uitzicht op een tropische zwembad omringd door palmen en veel groen. Dezelfde avond aten we voor het eerst in het restaurant van het hotel. Bayleaf is een perfect restaurant met een onvervalste Balinese keuken. Het wordt gedreven door twee Balinese koks. Het diner dat we voorgeschoteld kregen was meer dan voortreffelijk. Evenals de ambiance. Om lekker te eten hoefden we Cairns dus niet in.

Zaterdag 9 oktober schreef Rieky in haar reisdagboek:
Na lekker uitgeslapen te hebben, liepen we in de ochtend zon naar het strand. Via de strandboulevard gingen we naar het centrum. Cairns is een stad met veel winkels en een groot winkelcentrum, dat ze hier een mall noemen. Ad heeft een nieuwe hoed gekocht met een brede rand, een CD en een flessendrager. Ik heb zelf een nieuw rugzakje gekocht, want de oude scheurde af.

Intussen hadden we behoorlijke trek gekregen en gingen we op zoek naar een leuk plekje om te eten. Het was zaak om iets te vinden waar ze ook een dranklicentie hadden, want dorst hadden we ook. Op het terras bij het plaatselijke museum vonden we precies hetgeen we zochten.


Verkiezingsdag in Australië
Vandaag stond er een rustdag in ons schema. Bovendien werden de landelijke verkiezingen op deze zaterdag gehouden. Slenterend door Cairns kwamen we langs een polling station. Rond zo'n Australisch stembureau staan mensen van allerlei politieke partijen op de stemgerechtigden te wachten. Toen we aankwamen lopen werden we onmiddellijk aangeklampt met de vraag of we onze stem al bepaald hadden? We werden van verschillende zijden overstroomd met argumenten om vooral op hun partij te stemmen. Voor zover ik weet is dit in Nederland zelfs niet eens toegestaan.
Toen zij in de gaten kregen dat we buitenlanders waren en dat we niet kwamen stemmen namen ze gas terug. We begrepen het wel, wij waren bijna de enige die op dat hete middaguur na lunchtijd langs kwamen lopen. Toen we terugkwamen in het hotel nestelen we ons op het terras in een van de comfortabele zitjes vlakbij onze deur. In de schaduw want het was behoorlijk warm.

Rieky schreef verder nog:
Het is hier half vijf toen we Hanneke (de buurvrouw die op ons huis past) en Marleen belden. Hanneke vertelde dat Guido en Griet (Vlaamse vrienden van ons met veel heimwee naar Amsterdam) vandaag in ons huis zouden trekken voor een verblijf van bijna drie weken. Ook hebben we Mirjam en Coen gebeld, die waren voor een paar dagen aan de Zeeuwse kust en gingen vandaag weer naar huis.

Na ons Balinees diner gingen we snel naar onze kamer om te kijken naar de verkiezingsuitslagen. We wilden graag weten hoe The Greens het gedaan hadden en of ze meer dan de verwachte 4% van de stemmen hadden gehaald. Het bleek dat The Greens landelijk een erg goed resultaat geboekt hadden. Maar de zittende Prime Minister John Howard van de conservatieven had geen enkele moeite om The Labour Party van een overwinning af te houden.
We belden met Janey en Ian, die alle campagnemedewerkers in de tuin hadden uitgenodigd, om te vragen hoe het gegaan was in Ian's kiesdistrict, Wide Bay. Het resultaat leek uit te komen boven de verwachte 4%. Maar dat John Howard zijn conservatieve beleid nu zou kunnen continueren was een grote domper voor onze vrienden in Toogoom.


Een tweedaagse Rainforest Safari
De volgende morgen werden we om 9 uur opgehaald met de Junglebus van Trek North voor een tweedaagse Rainforest Safari naar Cape Tribulation en Daintree National park. Dat was het plan. Vanwege het kleine aantal aanmeldingen waren we omgeboekt op een ander soort tour, werd ons al snel duidelijk.
We bleken met zes personen te zijn, inclusief de gids. Onze medereizigers waren drie jongeren, een Duitser en een half en half verliefd stelletje uit Zweden.

Het eerste programmaonderdeel kwam ons wat vreemd voor. We keken elkaar aan. Hadden wij dat geboekt. Bungy jumping? Want dat gingen we doen. Gelukkig was dit de enige afwijking van het programma. Voor ons was dit onderdeel alleen maar tijdverlies. Geen haar op ons hoofd die er aandacht om mee te doen.
Het Zweedse meisje, hoog op de hoge bungy jump-toren, klaar voor de sprong durfde uiteindelijk niet te springen, de Zweedse jongeman sprong wel, maar zat uren daarna nog te trillen en zag lijkbleek. De enige die het er goed afbracht was de student uit Frankfurt, die genoot met volle teugen van deze adrenalinestoot.


Onduidelijke afspraak met gevolgen
Na dit oponthoud was het tijd voor de lunch. We reden langs de prachtige kustweg naar het stille deel van Four Mile Beach. Onder de bomen vonden we een picknicktafel om aan te eten. Daarna maakten we een wandeling over het palmenstrand en we keken naar de eilandjes in de verte die we onderweg gepasseerd waren.
Na de lunch gingen we verder naar Port Douglas. Wat vroeger een slaperig vissersdorpje was, is nu een stadje voor mensen met te veel geld. We stapten uit bij de zondagsmarkt die gehouden wordt bij de haven. We wandelden over de markt en we kregen de instructie van de gids om via de hoofdstraat terug te lopen naar Four Mile Beach, waar we geluncht hadden. We moesten daar over ongeveer een uur zijn. Later in de middag bleek dat deze instructie van onze gids niet erg accuraat was geweest.

Alles wat in Port Douglas woont leek door de hoofdstraat op en neer te flaneren. Voor de rest was er weinig tot niets te beleven. Als we aan het eind van de straat bij het strand komen is het daar een drukte van belang. We konden ons met moeite door het strandgebeuren wringen en we waren blij dat we weer op het stille deel van Four Mile Beach liepen.
Ons looptempo was hoog als altijd, maar we zagen op onze horloges dat we niet op tijd terug konden zijn bij de picknickplaats. Toen we daar aankwamen zag Rieky nog net dat ons busje wegreed. Er zat dus niets ander op dan te wachten tot ze terug zouden komen. Het wachten duurde echter zolang dat we besloten eerst water te gaan kopen anders hield je het in die warmte niet vol.
Na lange tijd nog steeds geen Junglebus te zien. Al onze spullen lagen er in. Gelukkig bedacht Rieky dat we ons, voorafgaand aan deze tour, hadden moeten aanmelden bij de organisatie. Dat telefoonnummer moest dus nog in mijn GSM staan. En dat klopte, dus ik melde bij de telefoniste van de organisatie dat we onze gids en ons busje uit het oog hadden verloren. Ze wilde mij eerst het telefoonnummer van onze gids geven, maar wat begin je zonder papier en potlood en dus vroeg ik haar of zij onze gids wilde informeren dat we nog steeds bij de picknickplaats stonden. Binnen een kwartier kwam de junglebus er aan. De gids was dolblij om ons te zien. Maar wij hadden behoorlijk de pest in toen bleek dat zij eigenlijk bedoeld had dat ze ons zou oppikken aan het begin van Four Mile Beach en niet op het eind bij de picknickplaats. "Laat ons het er maar op houden dat het een zeer onduidelijke afspraak was.": kon ik niet nalaten te zeggen.


In paniek politie en ziekenhuizen gebeld
Terug in het busje gingen we met vertraging naar het Daintree Rainforest Environmental Centre waar we informatie kregen over wildlife and habitat of the rainforest. Het aardige was dat je hier in een speciale hal ook de nachtdieren kon observeren.
De jongenman uit Frankfurt nam ons terzijde en vertelde ons wat lacherig dat de gids behoorlijk in de stress was geschoten toen ze ons niet kon vinden. Ze had in paniek de politie en, uiteindelijk ook, de ziekenhuizen gebeld.


Levensgevaar - Pas op krokodillen
We reden nu verder langs de kustweg via het plaatsje Mossman in de richting van de Daintree River. Langs de weg zagen we veel suikerriet- en bananenplantages. Op de suikerrietplantages waren ze volop aan het oogsten. In lange treinen met speciale wagons werd het suikerriet afgevoerd. Op de meeste bananenplantages had men de trossen bananen met plasticzakken ingepakt. Een kleurrijk geheel, maar het werd ons niet duidelijk of dit nu was bedoeld om insecten te weren of als een soort broeikastje diende om de bananen sneller te laten rijpen.

We moesten de Daintree River oversteken met een pontje. Omdat we moesten wachten, stapten we uit om foto's te maken van deze bijzondere rivier in het namiddaglicht. Onze gids haalde ons onmiddellijk weg bij de oever omdat ze bang was dat we aangevallen zouden worden door krokodillen. Deze beesten zijn levensgevaarlijk. Overal vindt je hier dan ook bij rivieren, kreken, baaien, mangrovebossen en zelfs op het strand de waarschuwingsborden.

Als een krokodil stil ligt in het water is het vaak alsof er een dode boomstam in het water drijft, maar vanuit die positie is hij in een razendsnelle, onverwachte actie zijn prooi te vlug af.

Brakwater krokodillen
Deze krokodillenpopulatie leeft in estuaria, in het brakke water van rivieren en kreken die in zee uitmonden. Door de intensieve jacht was bijna de hele populatie verdwenen. Nu zijn er grote krokodillen farms waar ze opgekweekt worden voor hun huid om luxe schoenen en tassen van te maken. Nadat de jacht verboden was herstelde de krokodillenpopulatie zich in hoog tempo. Dat betekent dat de krokodillen op plekken waar een overpopulatie ontstaat op zoek gaan naar nieuwe leefgebieden. Ze gaan via de zee op zoek naar andere woongebieden. Vandaar dat ze niet alleen in riviermonden, kreken en mangrovebossen gevaarlijk kunnen zijn, maar dat ze ook sommige stranden onveilig maken
.


Niet om mee te spotten
Terwijl wij in dit gebied waren, was er op de radio een bericht van een familie, die op een strandcamping bivakkeerde, die was aangevallen in hun tent door een krokodil. De man was zwaar gewond maar overleefde het door dat zijn vrouw op de rug van de krokodil sprong. Ook zij werd daarbij levensgevaarlijk gewond. De krokodil werd doodgeschoten. Beide overleefden de aanval maar net. De baby in de tent bleef ongedeerd.
Een Ranger van het Nationale Park zei op de TV dat de krokodil waarschijnlijk was afgekomen op vis of visresten in de tent. Dit soort aanvalsgedrag was volgens hem anders niet goed te verklaren.


Overnachten in het regenwoud
Vanaf de pont reden we direct door naar ons nachtverblijf. De campsite lag op Cape Kimberly, tegenover Snapper Island, vlakbij het strand en in het rainforest. Daar aangekomen kregen Rieky en ik een luxe cabin toegewezen en de drie jongeren een slaapzaaltje in een groot houten gebouw.
Alle faciliteiten van het terrein waren gesitueerd rondom een blokhut waar je drank en iets te eten kon kopen. Je mocht je echter niet met een alcoholhoudend drankje buiten het terras van dit gebouw begeven, dit alles vanwege de strenge Australische drankwet.
Na gedoucht te hebben verzamelden we ons op het terras om wat te drinken, en om daarna samen de maaltijd klaar te gaan maken. Er werd een grote salade besteld bij de kok, en er werden vier soorten vis en vlees gebarbecued door onze gids.

Rieky schreef:
's Avonds maakten we een wandeling langs het strand en door het bos. We kregen allemaal grote zaklampen mee. De gids, een biologe, liet ons zien hoeveel leven er nog is in de natuur als het donker is geworden. Overal zag je felle lichtjes, ogen die reflecteren in het licht van onze lampen. In onze lichtbundels fladderden allerlei gevleugelde dieren rond.
Op het strand vonden we naast versteende deeltjes van het rif ook puimsteen. Puimsteen is lichte, poreuze lavasteen, het werd o.a. gebruikt om hout te slijpen en te polijsten.



Zwarte zwanen
Nadat we hadden ontbeten vertrokken we de volgende ochtend om halfacht. Terwijl we onze spullen inladen ontstaat er een gesprek met twee heren die tegen de blokhut aanzitten. Beide werken op deze campsite en ik vertelde aan hen dat we gisteren, onderweg zwarte zwanen hadden gezien, en dat we een meningsverschil hadden over het feit dat er beweerd wordt dat deze dieren oorspronkelijk uit Australië zouden komen. Ik vroeg of een van hen wist hoe dat zat. Ik geloofde het verhaal niet omdat we in Nederland een oud kinderliedje zingen met de tekst: "Witte zwanen, Zwarte zwanen zwommen in de Zuiderzee, etc."
De oudere man, een Aboriginal, vertelde dat de zwarte zwanen in Europa zijn beland toen Australiërs een koppel aan de Engelse koningin cadeau hadden gegeven.

Het bleef mij fascineren hoe het nu werkelijk zat. Thuisgekomen pakte ik de Grote Spectrum Encyclopedie die uitsluitsel gaf. De zwarte zwaan komt o.a. uit Australië, en in ieder geval van het zuidelijk halfrond. In de 17 de eeuw werden ze ontdekt door Hollandse Zeevaarders. De zwarte zwaan liet zich temmen en exporteren naar Europa. Hetzelfde gebeurde in omgekeerde richting met de witte zwanen die je nu ook vindt in Australië.

Overal is water Het rainforest wordt doorsneden
met diepe kreken en
ondiepe, maar hier schuilt het
gevaar van krokodillen


In de vochtigste uithoek van Australië
De weg die we insloegen klom behoorlijk snel omhoog. We stopten bij Walu Wugirriga (of Alexandra Range) Lookout. Vanaf dit uitkijkpunt kijk je over de hoge toppen van het rainforest heen en zie je de mondig van Dantree River op 4 km afstand heel duidelijk liggen. Snapper Island, Port Douglas en Island Point waren door de ochtendnevel en hoge luchtvochtigheid boven het rainforest niet te zien.
Van hieruit maakten we een eerste wandeling door het regenwoud. Er waren zeer veel verschillen met het kleine stukje rainforest dat we op Fraser Island zagen. Door de tropische atmosfeer is dit uitgestrekte woud vochtiger. En ook warmer, alhoewel er bijna geen licht op de bodem komt. Het invallende licht was van een betoverende schoonheid, de tropische begroeiing uitbundig en rijk aan diversiteit. Er komen hier primitieve plantenvariëteiten voor die je nergens anders in de wereld zal vinden. Het rainforest wordt door vele kreken en rivieren doorsneden. Dit maagdelijke woud is de leefwereld van "prehistorische" krokodillen, bijzondere vlinders, een scala aan tropische vogels en spinnen, en nog veel meer. Begrijpelijk dus dat dit stuk onaangetast tropisch regenwoud op de werelderfgoed lijst staat.
We reden een klein stukje verder om de tweede regenwoudwandeling te gaan maken. We liepen hier op een houten plankier die op verschillende niveaus door het rainforest loopt. Soms werd het plankier overwoekerd door meer dan vuistdikke lianen, op andere plaatsen overheersten de reusachtige "regenschermpalmen". Chaos is hier de orde. We hoorden veel vogels, maar te zien kregen we ze bijna niet.
Onderweg stonden overal borden met de waarschuwing: overstekende kasuarissen. Maar we zagen er niet een, en dan opeens liep daar een vrouwtje met een jong in de dichte onderbegroeiing van het woud. Toen ze ons hoorden, stond ze even roerloos stil en nam direct daarna met haar jong de benen.


Cape Tribulation
Na de gebruikelijke lunchpauze reden we in de richting van Cape Tribulation door dicht regenwoud. Er waren momenten dat we de oceaan konden zien, maar dan lag het strand diep beneden ons. Bij de kaap maakten we een korte botanische wandeling in de richting van het uitkijkpunt van waaruit je Cape Tribulation goed kon zien liggen. De kaap zelf was niet zo spectaculair, maar is bekend omdat Captain Cook daar omstreeks 1770 met de Endeavour op het rif kwam vast te zitten. Mount Sorrow en Cape Tribulation danken hun naam aan Captain James Cook.
De baai en het strand met zijn mangrovebossen, waar onze gids een rustpauze inlaste, was van een ongerepte schoonheid. Samen met de Duitse jongeman wandelden we een heel stuk weg van de andere twee die in de zon gingen liggen maar dat niet lang vol hielden.


Varen over Daintree River
Terug bij de junglebus reden we via andere wegen terug door het regenwoud naar de pontoversteek van de Daintree River. Bij het pontje stond een jonge vrouw met een kraampje vol verse bananen. We kochten een kilo. Deze bananen waren echt overheerlijk. Wat wij in Nederland eten, kan je eigenlijk geen banaan noemen.
Nadat we Daintree River waren overgestoken reden we onderlangs de rivier in de richting van het plaatsje Daintree. Een paar kilometer daarvoor parkeerde de gids haar Junglebus. We kwamen binnen in een theehuis. Hier dronken we de zwarte thee die hier wordt verbouwd. Dit was ook het vertrekpunt van de Daintree River Wilderness Cruise.

Rieky noteerde daarover het volgende in haar reisdagboek:
De schipper wist veel te vertellen over de planten, bomen, vogels, vissen en krokodillen. Er lag een krokodil roerloos op een zandbank. Een nog groter exemplaar lag aan de oever van de brede rivier onder water. De schipper vertelde dat het een echte vechtersbaas was, hij had al zijn tanden verloren in gevechten met zijn concurrenten. Je zag af en toe alleen zijn ogen boven het water uitkomen. Toen we bij een eiland in de rivier een smalle kreek invoeren zagen we op de rechteroever een jonge krokodil van ongeveer 40 cm lang en 3 jaar oud. Krokodillen kunnen meer dan 100 jaar oud worden en blijven hun hele leven groeien. Even verder had een slang zijn huid achtergelaten in een boom.


Mossman Gorge
Petje af voor de manier waarop de schipper behendig zijn boot afmeerde in de sterke stroming van de rivier. Wij namen afscheid en stapten in voor een rit naar Mossman Gorge. Het grootste deel van dit prachtige onderdeel van Daintree National Park is niet toegankelijk. De mensen van het Juku Yulanji-volk, een Aboriginal stam, hebben hier hun heilige plaatsen. Ook hier worden zij betrokken bij het beheer van het park. Zij verzorgen op verzoek ook rondleidingen.
Wij liepen op eigen houtje het 3 km lange wandelpad naar de kloof. Het kristalheldere water kwam via kleine stroomversnellingen veroorzaakt door de tot gigantische proporties uitvergrote gladgepolijste rivierkeien - waar de kloof mee bezaaid is - naar beneden. Verder stroomopwaarts ligt een door een Engels regiment gebouwde hangbrug. Aan beide zijden van deze brug uit de negentiende eeuw stond de waarschuwing dat er niet meer dan 20 mensen gelijktijdig op de brug mogen.


Terug in Cairns
Op de terugweg stopten we nog een keer om te genieten van het uitzicht op Double Island en Haycock Island. Daarna werden we na een lange rit rond 5 uur 's avonds bij ons hotel afgezet.
Het Bay Village Tropical Retreat verontschuldigde zich dat alles vol zat, maar in plaats van de kamer die we geboekt hadden kregen we aan de andere kant van de straat een dubbel appartement waar geen enkele luxe aan ontbrak en waar we zelfs konden beschikken over twee slaapkamers, twee badkamers, een compleet ingerichte keuken, een wasmachine en zelfs een droger. Ondanks dat brachten we onze vuile spullen naar de receptie om ze te laten wassen. We genoten intussen van de luxe en de rust.


The Kuranda Scenic Railway
De receptionist van het hotel had voor ons the Kuranda trein, the Skyrail en Tjapukai geregeld, in een totaal arrangement. De volgende morgen om vijf voor negen reed de toerbus voor die ons naar het station zou brengen van de Kuranda Scenic Railway. Deze spoorlijn loopt door de Barron Gorge. De eerste plannen voor deze spoorverbinding werden in 1884 ingediend bij de Queensland Government. Pas in 1910 was de lijn helemaal klaar tot Herberton.
Wij gingen aan boord van de oude houten treinwagons in het plaatsje Freshwater. Iedereen had gereserveerde plaatsen toegewezen gekregen. We zaten in een wagon met een uitgebreide Australische familie. Tegenover ons zat een redelijk jong paar uit China. Beide waren zwaar gehandicapt. De Albinovrouw had een afwijking aan haar ogen en hij was spastisch. Ze verstonden geen woord Engels of Frans. Toen ik met gebaren aangaf dat ik wel een foto van ze wilde maken met hun camera waren ze dolgelukkig.


15 handgegraven tunnels
Intussen waren we de dorpjes als Redlynch, Jungara (waar zich het grootste veldhospitaal van het zuidelijk halfrond bevond uit de twee wereldoorlog) gepasseerd. Even later kwamen we aan bij Horseshoe Bend waar de trein een bocht maakt van 180 graden. De straal van de bocht is vijf landmeterkettingen (=100m) groot. Hier begon de steile klim naar Kuranda door de ontoegankelijke schone ruigheid van deze gorge. We draaiden de eerste van de 15 handgegraven tunnels in. De langste tunnel is 490 meter en heeft drie bochten. Bij de Stoney Creek Falls is een ijzeren spoorbrug geconstrueerd die op drie pijlers rust. Het spoor maakt op de brug een bocht met een straal van drie landmeterkettingen. Aan de linkerzijde langs de bergwand stort zich een waterval naar beneden.
Zodra we de grijze verweerde voorzijde van Glacier Rock en de ongenaakbare steilte van Red Bluff, twee markante landmarks in het landschap, waren gepasseerd en uit de 14de tunnel kwamen hadden we een prachtig uitzicht over de kustlijn en op de Pacific - of Coral sea, zoals ze hier zeggen. We passeerden even verder een gigantische Waterkrachtcentrale die helemaal in de rotsen was uitgehakt. De centrale wekt 60 megawatt duurzame energie op voor het elektriciteitsnet van Queensland.
Op het station bij de Barron Falls hield de trein halt voor een korte stop. Iedereen stapte uit om naar de waterval te gaan kijken die hier 265 meter naar beneden stort langs de granieten wanden van deze kloof.


Kuranda, village in the rainforest
Het laatste stuk naar Kuranda was maar kort. We stopten op een lieflijk stationnetje. De trein liep leeg en iedereen ging naar het stadje. Bij de eerste kroeg werd al uit alle macht geprobeerd om iedereen naar binnen te lokken. Wij wilden eerst even rondkijken in het stadje en daarna iets gaan zoeken om te lunchen.
Wat was er nou logischer dan om in Kuranda in het rainforest te gaan lunchen. En jawel, we vonden een restaurantje dat aan de achterkant was uitgebouwd tot in het rainforest. We lunchten met een heerlijke salade en een paar koele biertjes en gingen daarna naar het Skyrailstation voor de tocht naar beneden.


Hoog boven het oerwoud
We zaten aan een bepaalde vertrektijd vast omdat we kwart over twee in Tjapukai moesten zijn. Meteen nadat we onze kaartjes hadden omgewisseld bij de kassa konden we instappen in een van de vele gondels die hier aan de lopende band binnen komen en vertrekken.
We vroegen ons af waarom een stel doodsbange dametjes in hemelsnaam bij ons in de gondel was gestapt. Ze zeiden niet alleen dat ze bang waren,
maar je kon het ook zien.
Intussen hingen we hoog boven Barron River, die hier erg breed is en zich langzaam beweegt in de richting van de Barron Falls en de waterkrachtcentrale.
We gingen in glijvlucht omlaag, hoog over de toppen van het dichtbegroeide rainforest. We moesten halverwege overstappen op een ander deel van de Skyrail. We zaten nu met drie Duitsers in onze gondel die ons vertelden dat ze van Darwin kwamen en ook in Kakadu waren geweest, maar dat het daar zo verschrikkelijk heet en vochtig was, dat het maar net te verdragen was.
Vanuit de gondel kregen we prachtige vergezichten te zien op bergen in de verte, we keken van boven af neer op de waterval en in de verte zag je over de groene bomenzee de oceaan. En zoals altijd aan het eind van dit soort attracties werd je op de foto gezet. Leuke herinnering hoor, maar niet voor ons.


Tjapukai
Vlakbij het eindstation van de Skyrail ligt het Aboriginal Culture Park Tjapukai. Hier krijgt men een geautoriseerde presentatie te zien van de Aboriginal cultuur van de Tjapukai en de Yirrganydji gemeenschappen. Het doel van dit park is het laten zien en het behouden van de cultuur van deze stammen. De stamoudsten hebben alles wat in Tjapukai gepresenteerd wordt beoordeeld en goedgekeurd om naar buiten te brengen.
In de donkere toegangshal van Tjapukai zijn een aantal traditionele schilderingen opgehangen, er is ook een presentatie te zien van traditionele gebruiksvoorwerpen die dateren uit de steentijd.
We werden als eerste verwacht in het Dance Theatre. Daar kregen we iets te zien van hun dansen en te horen over hun zang. Spectaculair was de dans waarin op een traditionele manier vuur werd gemaakt.
Vanuit het theater wandelden we naar de Cultural Village. We kregen hier van een Aboriginal vrouw een verhandeling over Bush Food & Medicine. Zij liet zien welke vruchten en gewassen uit het rainforest eetbaar zijn en welke een heilzame medicinale werking hebben. Daarna volgden een geestige demonstratie door een jonge Aboriginal over hoe je een Didgeridoo maakt en bespeelt. Hij demonstreerde ook dat je dezelfde tonen kunt voorbrengen, met de juiste techniek althans, op een ordinaire stuk PVC-pijp. Ook speer- en boemerang werpen werd gedemonstreerd. Op het terrein kregen we ook een aantal traditionele hutten te zien.
De multimediashow in het Creation Theatre gaft een beeld van de traditionele spirituele wereld van de Tjapukai mensen. In het History Theatre werd een beeld geschetst van een 40.000 jaar oude cultuur en de confrontatie met de moderne tijd. Na dit alles keken we nog even rond in de galeriewinkel. De CD die we wilden kopen was niet voorradig. Maar dat was geen probleem, want die stuurden zij graag zonder extra kosten op naar Nederland.
We werden volgens afspraak door de touringcar opgehaald Een touringcar, helemaal alleen voor ons tweetjes, bracht ons van Tjapokai naar ons hotel in Cairns.


Een auto voor tweeëntwintig dagen
Op 13 oktober hadden we niet zoveel haast. Na onze rekening te hebben betaald namen we afscheid van de mensen van het Bay Village Tropical Retreat. Het servicebusje van het hotel bracht ons naar het Hertz-kantoor op de luchthaven waar we de gehuurde auto moesten ophalen. Na de gebruikelijke formaliteiten liepen we met de autosleutel naar een goudmetallic Toyota Camry met het nummerbord 337.HYW, die we later in Sydney zouden inleveren.
Rieky zou rijden en ik zou kaart lezen want dat is de enige formule die bij ons goed werkt. Het was even wennen met het stuur "aan de verkeerde kant", maar het ging voortreffelijk. Alleen, als Rieky de richting wilde aangeven dan gingen de ruitenwissers op en neer. En omgekeerd. Na een paar dagen begon dat zelfs te wennen.

Rieky noteerde:
We vertokken met miezerig weer. Het eerste stuk dwars door Cairns tot de Bruce Higway (1) ging prima. De auto zit fijn en hij rijdt perfect, constateerde ik.


Via the Tablelands naar Mission Beach
Bij Gordonvale verlieten we de Bruce Highway en reden we via de "52" richting Yungaburra waar we zouden lunchen. Ons eerste doel was the Atherton Tablelands waar we een bezoek zouden brengen aan the Crater Lakes National Park. Vanaf Little Mulgrave begon een steile klim met veel scherpe bochten. De wolken hingen uitgezakt over de bergtoppen en langs de weg was de begroeiing zich fanatiek aan het herstellen van een van de gecontroleerde bosbranden.
Bij Lake Barrine dronken we koffie. Toen we later bij het tweede kratermeer, Lake Eacham, aankwamen, brak een waterig zonnetje door.
Na de lunch reden we dwars door het Yungaburra State Forest, beroemd om zijn Curtain Fig Tree, via Malanda naar de Millaa Millaa Falls. Later reden we via de Palmerston Highway verder en stopten we langs de weg bij Palmerston Section van het Bellenden Ker National Park. De zon brak door en we zagen diep onder ons de North Johnston River. We kregen daarmee wel een aardige indruk van dit spectaculaire natuurreservaat. We besloten om geen grote wandeling te maken en namen alleen maar even de tijd om onze benen te strekken. We waren namelijk bang dat we anders erg laat in Mission Beach zouden aankomen.
Na wat gezoek vonden we uiteindelijk de parkeerplaats van Sanctuary Retreat Mission Beach. We werden, nadat we onze aankomst hadden gemeld via de telefoon op de parkeerplaats, opgehaald met een Jeep. Het hoofdgebouw ligt hoog boven de oceaan en in het rainforest eromheen liggen de huisjes.
In het hoofdgebouw mocht niemand zijn of haar schoenen aanhouden. We waren verzeild geraakt in het alternatieve circuit met o.a. yoga en alles wat daar bij hoort. Als je mee wilde eten moest je vooraf een keuze maken vanaf een menukaart, hetgeen we dan ook deden. We waren niet eg enthousiast. Daarentegen is de ligging van Sanctuary Retreat prachtig, het uitzicht vanuit het hoofdgebouw is werkelijk fantastisch.

Rieky scheef erover:
Het was allemaal heel alternatief, schoenen uit bij de receptie en in het restaurant. We kregen midden in de bush huisje 22 toegewezen. Als je onder de douche stond, er was een groot raam van vloer tot plafond, had je het idee dat je midden in het tropische oerwoud stond te douchen.


Een walgelijk projectontwikkelaarsparadijs
De wandeling terug naar de parkeerplaats, die we de volgende ochtend over een heel smal paadje dwars door het rainforest maakten, was erg avontuurlijk.

In het reisdagboek van Rieky lees ik terug: 14 oktober.
's Morgens naar beneden gelopen. We zouden naar Dunk Island gaan, maar dronken eerst koffie in Mission Beach. Daarna haalden we de kaartjes op voor de boot die we geboekt hadden vanuit Sanctuary Retreat. De tocht duurde meer dan een uur en het waaide hard. De boot slingerde lekker op en neer op golven van wel twee meter hoog.

Op Dunk Island kwamen we aan bij een lawaaiige laad- en losplaatspier voor goederen die bestemd waren om het de, dure en lawaaiige, gasten van het Dunk Island Resort naar de zin te maken. Daarnaast lag een airstrip en een toeristische kermis voor watersporters met winkeltjes, een café en een te duur restaurantje. Vlak daar achter lag
het luxe resort.
Wilden we nog iets van de schoonheid van dit eiland zien dan moesten we ons eerst een weg banen door dit walgelijke projectontwikkelaars paradijs. Dit soort mensen hebben dit eiland voorgoed verpest. En het gaat maar door, overal op de wereld laten ze een spoor van vernieling na, in onvervangbare natuur, in karakteristieke dorpjes en vaak ook in oude steden.
Het koste ons bijna een uur voordat we eindelijk iets te zien kregen van de ongerepte natuur van Dunk Island. De Djiru Aboriginal mensen die hier ooit woonden, hebben duizenden jaren lang het natuurlijke leefmilieu op dit eiland in stand gehouden, wat een projectontwikkelaar omwille van het gewin in ettelijke jaren om zeep helpt.

Rieky's dagboek vervolgde zo:
Voor de lunch hebben we een kleine wandeling gemaakt. We lunchten aan boord met gebarbecuede vis, salade fruit en een koel biertje. We gingen weer van boord voor een tweede wandeling. Het lopen ging niet zo best. Ik kreeg weer last van mijn hiel die erg veel pijn ging doen. We gingen om vier uur weer met de boot terug naar Mission Beach waar we in het dorp gegeten hebben. Rond 6 uur reden we terug naar de parkeerplaats van het retreat. En weer was het lastig te vinden, vooral omdat het intussen donker was geworden. We gingen ieder met een stok en zaklamp gewapend het pad naar boven op. Het koste ons bijna een half uur en warm dat ik het had.

Bezweet en warm kwamen we boven. We wilden meteen afrekenen, de Jeep voor morgen naar beneden bespreken, zodat we de volgende dag vroeg weg konden, en gingen daarna slapen. Paul, een van de twee heren van het retreat, stond te stuntelen met mijn creditcard en haalde die meerdere malen door het betaalapparaat. Ik was daar een beetje geïrriteerd over en zijn reactie was: "Ja, zo maken wij hier onze winst."

Het water van de Wallaman
Falls stort zich
279 meter naar beneden

Mist hangt over de
bergen in
Lumholtz National Park


De hoogste waterval van Australië

De volgende ochtend werden wij en onze bagage met de Jeep naar beneden gebracht. Opgelucht, ontbeten we met koffie in Mission Beach. Het weer was grauw met af een toe een bleek zonnetje, maar het regende niet. Het regenseizoen begint hier meestal pas in november.
Na het ontbijt reden we terug naar de Bruce Highway en gingen via Tully richting Townsville, waar we om kwart voor vier de ferry naar Magnetic Island moesten zien te halen naar Nelly Bay.
In de plaats Ingham draaiden we de weg op naar de Wallaman Falls in het Lumholtz National Park. Ian had ons gewaarschuwd om deze tocht in geen geval te maken als het regende. De dirt roads zijn dan gevaarlijk en spiegelglad.
We kwamen door een aantal kleine stadjes die bijna allemaal een bedrijvige suikerfabriek hadden. We reden dan ook al de hele dag door een landschap dat werd beheerst door suikerrietplantages en de karakteristieke suikerriettreinwagons. Na ongeveer 40km draaiden we van de geasfalteerde weg af en kwamen we op een dirt road die ons verder het National Park inbracht. Een grote stofwolk achtervolgde ons steeds, ook al reed Rieky niet erg hard. Onderweg stonden veel koeien op, en naast de weg. De dames waren niet erg gewillig om het spaarzame verkeer vrije doorgang te verschaffen. Vele kilometers verderop begon in het woud de klim omhoog naar de Wallaman Falls, die 540 meter boven zeeniveau ligt. Het begon een beetje te motregenen, maar we besloten om nu gewoon door te zetten.
Vanaf de overkant was het uitzicht op deze waterval, ondanks de nevel die er hing, van een fascinerende schoonheid. Het water dat zich van 279 meter hoogte naar beneden stort, in een waterpoel die 20 meter diep is, lijkt het meest op een aantal zilverdraadjes die aan de onderkant uitwaaieren. Ook hier eiste de droogte zijn tol.
De enige mensen die we hier tegenkwamen hadden de nacht doorgebracht in een busje. De monumentale natuur rondom kreeg door de nevels de allure alsof je door een landschap liep uit geheimzinnige sprookjes en vervlogen legendes.


Op de verkeerde manier naar Magnetic Island
We reden terug naar de Bruce Highway en gingen vandaar onderweg naar Jourama Falls in het Paluma Range National Park. Toen we dit National Park inreden moesten we twee keer door een ondiepe kreek rijden die over de weg stroomde. De natuur kenmerkte zich hier vooral door gigantisch grote rotsblokken die hier chaotisch waren neergesmeten, de prachtige kreek en prehistorische palmen . Deze waterval hier was drooggevallen, maar dat deed niets af aan de pracht van deze wildernis. Vanaf hier reden we de afstand van 90 km naar Townsville in een ruk.

Rieky tekende over het vervolg van onze tocht op:
Het was even zoeken naar de ferry terminal en we belanden uiteindelijk toch aan de verkeerde kant van het water. Hier vertrok niet de snelle catamaran ferry naar Nelly Bay die we moesten hebben, maar de langzame vrachtferry naar Geoffrey Bay. We hadden de auto al voor twee nachten op een bewaakt parkeerterrein neer gezet. Deze car and passengers ferry was lang niet zo druk als die aan de aan de andere kant van het water. Bij de kaartverkoop bood de dame achter het loket aan te bellen naar ons hotel op Magnetic Island en zij vroeg of men ons bij de andere pont op kon halen. Dat kon, dus dat was ook weer geregeld.

Een mevrouw van het Triopical Island Resort in Nelly Bay kwam ons, met haar twee zoontjes, bij de andere ferry ophalen en bracht ons naar de plaats van bestemming. We zouden hier twee nachten blijven en kregen een huisje aan de rand van het National Park. 's Avond aten we heerlijk in het restaurant terwijl we genoten van de jazzmuziek die daar gespeeld werd.

Met de bus het eiland rond
Onder het ontbijt werden op een voederplek niet ver van het restaurant vogels gevoederd. Een bondgekleurde wolk van wel honderden papegaaiachtige streek in enkel secondes neer. Ongelooflijk om te zien.

Het hoogste punt van Magnetic Island is Mount Cook met zijn 497 meter hoogte. De basis van het eiland bestaat uit graniet dat in het geheel niet magnetisch is, noch de omringende baaien van koraal- en granietzand. Maar toen Captain James Cook in 1770 met de Endeavour voorbij het eiland voer dacht hij dat zijn magnetische kompas een afwijking vertoonde door de magnetische werking van de landmassa van het eiland.

We lieten ons informeren over wat we allemaal op het eiland konden doen en we besefte dan ook meteen, dat als we zouden gaan wandelen we maar een heel klein stukje van het eiland konden zien. We kozen dus voor een bus die een site seeing tour maakte langs de belangrijkste plaatsen van het eiland. Met het busticket konden we als we dat wilden de hele verdere dag gebruik maken van het openbaarvervoer op het eiland. We maakten de bustour met een kleine groep. Ook hier is de natuur uitbundig, veel groen, de enorme lente bloesems in de bomen, de prachtige baaien met o.a. zee-egels, de op mangrove lijkende begroeiing met daartussen de bootjes van de plaatselijke bevolking, de rock-wallaby's en de ruige rotsblokken die ook hier overal lijken te zijn neergesmeten.
De bus driver, tevens gids, was een geestige man, die ook heel cynisch kon zijn. Dat bleek toen we stopte bij een kaalgeslagen terrein rond een kortgeleden uitgegraven grote jachthaven, waar één zielig bootje in lag.
Op dit terrein stond een grote tent voor de promotie van het project. Op een groot bord kon je zien hoe de projectontwikkelaars ook hier van plan waren om toe te slaan. Deze steenpuist voor de happy few paste helemaal niet op dit prachtige tropische eiland met zijn omringende wateren die deel uit maken van het Great Barrier Riff.
De chauffeur/gids vertelde dat sinds de projectontwikkelaars het eiland ontdekt hadden de huizen van de bewoners 4 tot 6 maal in prijs gestegen waren. Hij zei als dat zo door ging dat de meeste eilandbewoners het straks niet meer financieel konden opbrengen om op hun geboorte eiland te blijven wonen. De overheid op het eiland probeerde wel de ergste uitwassen van projectontwikkelaars tegen te houden, maar die kopen veel eilanders nog snel even uit, zei hij.
Onderweg stopten we voor de morning tea met hapjes en gebak. We reden verder over de kustweg in de richting van Horseshoe Bay, waar we stoppen voor een kleine wandeling.

Rieky schreef daarover in haar reisdagboek:
We wandelden een bos in. Het vlinderbos noemde onze gids het. Ongelooflijk, als je aan een boom schudde vlogen er wel 20 vlinders van diverse soorten weg.


Heerlijk gegeten bij Man Friday
In Horseshoe Bay dronken we een koud pilsje voor we terug reden aan het einde van de drie uur durende tour. Voor we afscheid namen vroeg ik aan de chauffeur of hij wist waar we die avond relaxed konden eten, want in ons hotel konden we niet terecht vanwege een bruiloftspartij die daar gehouden werd.
Dus 's avonds zaten we te eten bij het café-restaurant Man Friday. De Mexicaanse keuken was uitmuntend, maar waar we geen rekening mee hadden gehouden was dat Man Friday geen dranklicentie had. Om ons heen kwamen de mensen met een fles, en soms met tassen vol wijn, aanzetten. De vrouw van de eigenaar zette de wijn koel, indien nodig, zorgde voor mooie glazen, ontkurkte de flessen en schonk op verzoek de wijn uit. Wij zaten dus de hele avond op een lekker vruchtensapje.
Iedereen zat buiten op het terras, de temperatuur was 35 graden, binnen was een kleine keuken en een piepkleine ruimte waar hooguit 6 mensen zouden kunnen eten. Na de heerlijke maaltijd wandelden we door de zwoele nacht terug naar ons huisje in het resort om te gaan slapen.


Arlie Beach
Op 17 oktober werden we door iemand van het Triopical Island Resort om 10 uur naar de ferry gebracht voor de oversteek terug naar Townsville. Op de ferry dronken we koffie zodat we zodra we onze auto hadden opgehaald meteen konden gaan rijden.
Op 28 km van Townville verlieten we de Bruce Highway. We reden in de richting van Alligator Creek 6 km verderop, over een gedeeltelijk onverharde weg in het Bowling Green National Park. De rotsbodem van Aligator Creek was vrijwel droog. Er waren maar kleine plasjes met water over. De korte wandeling die we hier maakten was toch weer anders door de fascinerende oranje-grijs-roze kleurschakeringen die met toefjes groen dit rotslandschap kleurden. Ook hier werden we uitdrukkelijk gewaarschuwd voor het gevaar aangevallen te worden door kaaimannen. Vanuit hier gingen we snel verder want we hadden nog ruim 240 km te gaan naar onze eindbestemming van vandaag, Arlie Beach.
Onderweg kwamen we door stadjes als Ayr en Bowen die allemaal een suikerfabriek in bedrijf hebben. Bijna al deze plaatsjes zijn gelegen aan de monding van een drooggevallen rivier. Verder liggen er in heel Queensland overal smalle railways tracks, speciaal aangelegd om het geoogste suikerriet naar de fabrieken in de directe omgeving te vervoeren.
In Arlie Beach huurden we voor twee dagen een studio-appartement in het Shingley Beach Resort. We kregen de sleutel van een ruim appartement en konden onze auto parkeren in de galerij daarachter. Toen we later op de avond werden gebeld door Janey and Ian bleek dat zij in juni in het appartement naast het onze hadden gelogeerd.
We maakten bij binnenkomst bij de receptie maar meteen een reservering voor de Whitehaven Beach - 3 Island Cruise met FantaSea. We zouden de volgende ochtend om vijf voor halfacht met de bus worden opgehaald om naar Shute Harbour te gaan waar de boten van FantaSea vertrekken voor de Whitsunday Islands Tour.


Een creatie van een airbrush artist
Ongeveer honderd grote, kleine en piepkleine tropische eilanden vormen samen het Withsunday Islands National Park. De kleurnuances van de ondieptes en de diepere delen van het azuurblauwe water, van de witte stranden en de helblauwe lucht lopen in elkaar over alsof er hier een airbrush artist aan het werk is geweest.

De bus haalde ons op bij het hotel en we werden afgezet in Shute Harbour, waar we aan boord gingen voor de 3 Island Cruise. Toen we uit de haven vertrokken met de luxe, snelle dubbeldeks catamaran FantaSea 2 hadden we snel een goed plaatsje gevonden op het bovendek. In de baai lagen prachtige zeiljachten voor anker.
Ondanks wat wolkjes was de zon onbarmhartig. De matige bries gaf ons enige verkoeling en deed aanvallen op hoeden en petjes van alle opvarenden. Het eerste wat opviel was dat er zoveel eilanden waren dat je geen enkel doorzicht had op de oceaan. De eilanden vormden bij vertrek uit de haven - een scala zachte bauwen en lichte grijzen - een décor wat lokte naar ongeziene vertes.
Onderweg werden passagiers afgezet of opgehaald bij resorts of campsites. Wij werden op het kleine Daydream Island afgezet. We hadden daar een uur om rond te kijken. Ook hier was een luxe resort bij de aanlegsteiger. Toen we een klein stukje daarvandaan wandelden werden we beloond met de tropische schoonheid en vergezichten in tere kleuren.
We voeren vandaar verder naar het Hamilton Island. Direct was duidelijk dat hier de projectontwikkelaars het hadden gewonnen van de natuur. Hoge appartementsgebouwen en een aaneengesloten winkelpromenade langs de kust ontsierden dit eiland.
Het verhaal gaat dat een aantal medisch specialisten het eiland gekocht hadden omdat ze in het oerwoud planten en vruchten dachten te vinden waaruit een medicijn tegen kanker kon worden gewonnen. Dat bleek uiteindelijk niet te kloppen waarna zij dit eiland aan particuliere beleggers verpatsten. Of het waar was konden we niet achterhalen.


Whitsunday, het grootste eiland van de groep, is onbewoond
Een rijke, warme barbecuelunch stond klaar toen we weer aan boord kwamen. De wind was behoorlijk aangetrokken zodat de kapitein twijfelde of hij ons af kon zetten op het strand van Whitehaven Beach. We voeren tussen eilanden door, langs modern- en ouderwets getuigende zeilschepen, passeerden een rotseiland dat leek op een gigantische liggende apenkop die er voor de helft boven uitstak. In de verte zagen we de witte streep van het verblindende witte strand van Whitehaven Beach.
Onze boot ging voor anker en we werden, ondanks de harde wind, met een klein landingsponton afgezet op slechts enkele passen van dit prachtige strand. We maakten een wandeling in noordelijke richting en we zochten verkoeling onder de palmbomen, omdat zwemmen vanwege stingers - steken van gigantische kwallen die je dodelijk kunnen verlammen - ernstig werd afgeraden. Het zand van dit strand was in je handen als zijde zo zacht.
Nadat we volop hadden genoten van dit strand en de paradijselijke vergezichten werden we groepsgewijs weer aan boord gebracht met het landingsvaartuigje. De kapitein en een bemanningslid spoten het zand van onze benen voor we naar binnen mochten.
We voeren via Hamilton terug waar we konden overstappen op een boot die rechtstreeks terug voer naar Shute Harbour. Toen we daar aankwamen stonden er tientallen bussen die mensen kwamen ophalen. Het was al laat dus we wilden snel terug naar het Shingley Beach Resort. We gingen in bad, trokken iets anders aan en zochten een restaurant om te eten. Voor de volgende dag stond een rit van minder dan 200 km naar Eugnella National Park op het programma.

Met dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en het aanbrengen van tekstcorrecties

Ad van Tiel, Landsmeer, maart 2005

Niets uit bovenstaande tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.

Rieky & Ad van Tiel © 2004