|

Bay Village Tropical
Retreat

Bayleaf, in Cairns,
is een
perfect restaurant met
een onvervalste Balinese keuken

Wat heerlijk

Het regenseizoen kondigt zich al aan

Eenzame wandelaar

Zondagsmarkt in Port Douglas

Langs Four Mile Beach
terug naar de picknickplaats

Snel, en
echt levensgevaarlijk

Walu
Wugirriga Outlook
met uitzicht op de monding van
Daintree River

Minder dan 10% van
het licht bereikt de bodem

Over het plankier
hangen vuistdikke lianen

De baai bij Cape Tribulation

Late middagzon
boven de Daintree River

Het logo op de trein

Gereserveerde plaatsen
in de oude houten treinwagons

De lange trein op
de spoorbrug over het ravijn

In de SkyRail
hoog boven het rainforest

In de ontvangshal van Tjapukai
hangen tableaus met Aboriginal kunst
Wilt
u meer weten over Tjapukai kijk dan op:
www.tjapukai.com.au

Op traditionele manier
vuur maken

Onderweg naar de
Atherton Tableland, lage
bewolking en motregen

Bosbranden tasten
bomen niet wezenlijk aan

De steiger in Mission Beach
waar vandaan de boten naar
Dunk Island vertrokken

In een zee met golven
van wel twee meter hoog ligt
in de verte Dunk Island

Suikerrietvelden met op
de achtergrond de bergen van
het Lumholtz National Park

Paluma Range National Park
met zijn immens grote rotsblokken

Azuurblauwe
baaien
van
Magnetic Island

Natuurlijke poort tussen
rotblokken
door,
naar een van de baaien

De Mexicaanse keuken van
Man Friday is uitmuntend
Man Friday, Nelly Bay, Magnetic Island

Daydream Island
een van de
Whitsunday
Islands

Een eiland dat lijkt op
een liggende halve apenkop

Het zand van
Whitehaven Beach is als
zijde zo zacht...

... maar de zon doet je
verlangen naar verkoeling

The Whitsunday Islands,
een creatie van een airbrush artist
Meer info over de FantaSea Cruises:
www.fantasea.com.au
|
From
the land of the Kangaroo, deel 4
Aankomst Cairns
In de late namiddagzon van 8 oktober zagen we Cairns liggen,
ingebed tussen de bergen en de Pacific Oceaan. Het vliegtuig
draaide over de stad en maakte een perfecte landing. Nadat
we onze bagage hadden opgehaald moesten we eerst, in de hal
van de luchthaven, de free phone van het Bay Village
Tropical Retreat bellen voor hun busservice. Zo gezegd zo
gedaan. Beslist binnen 10 minuten zouden we worden opgehaald,
alleen moesten we zelf opletten of het witte busje met het
groene logo van het hotel voorreed.
Intussen werden we aangesproken door twee Franse dametjes
uit Nantes. Een van de twee sprak echt niet meer dan enkele
woordjes Engels. Dat was niet genoeg voor hen om te begrijpen
hoe de free phone werkte, laat staan om te kunnen verstaan
wat er aan de andere kant van de lijn gezegd werd. Ze waren
dan ook erg blij dat ik voldoende Frans sprak om hen te helpen.
Het bleek dat zij naar het zelfde hotel moesten als wij. Dus
kon ik de dames vertellen dat het busje van ons hotel onderweg
was.
Binnen 20 minuten waren we ingecheckt en hadden we ons geïnstalleerd
in kamer 124, met uitzicht op een tropische zwembad omringd
door palmen en veel groen. Dezelfde avond aten we voor het
eerst in het restaurant van het hotel. Bayleaf is een perfect
restaurant met een onvervalste Balinese keuken. Het wordt
gedreven door twee Balinese koks. Het diner dat we voorgeschoteld
kregen was meer dan voortreffelijk. Evenals de ambiance. Om
lekker te eten hoefden we Cairns dus niet in.
Zaterdag 9 oktober schreef Rieky in haar reisdagboek:
Na
lekker uitgeslapen te hebben, liepen we in de ochtend zon
naar het strand. Via de strandboulevard gingen we naar het
centrum. Cairns is een stad met veel winkels en een groot
winkelcentrum, dat ze hier een mall noemen. Ad heeft een nieuwe
hoed gekocht met een brede rand, een CD en een flessendrager.
Ik heb zelf een nieuw rugzakje gekocht, want de oude scheurde
af.
Intussen hadden we behoorlijke trek gekregen en gingen we
op zoek naar een leuk plekje om te eten. Het was zaak om iets
te vinden waar ze ook een dranklicentie hadden, want dorst
hadden we ook. Op het terras bij het plaatselijke museum vonden
we precies hetgeen we zochten.
Verkiezingsdag in Australië
Vandaag stond er een rustdag in ons schema. Bovendien werden
de landelijke verkiezingen op deze zaterdag gehouden. Slenterend
door Cairns kwamen we langs een polling station. Rond zo'n
Australisch stembureau staan mensen van allerlei politieke
partijen op de stemgerechtigden te wachten. Toen we aankwamen
lopen werden we onmiddellijk aangeklampt met de vraag of we
onze stem al bepaald hadden? We werden van verschillende zijden
overstroomd met argumenten om vooral op hun partij te stemmen.
Voor zover ik weet is dit in Nederland zelfs niet eens toegestaan.
Toen zij in de gaten kregen dat we buitenlanders waren en
dat we niet kwamen stemmen namen ze gas terug. We begrepen
het wel, wij waren bijna de enige die op dat hete middaguur
na lunchtijd langs kwamen lopen. Toen we terugkwamen in het
hotel nestelen we ons op het terras in een van de comfortabele
zitjes vlakbij onze deur. In de schaduw want het was behoorlijk
warm.
Rieky schreef verder nog:
Het
is hier half vijf toen we Hanneke (de buurvrouw die op ons
huis past) en Marleen belden. Hanneke vertelde dat Guido en
Griet (Vlaamse vrienden van ons met veel heimwee naar Amsterdam)
vandaag in ons huis zouden trekken voor een verblijf van bijna
drie weken. Ook hebben we Mirjam en Coen gebeld, die waren
voor een paar dagen aan de Zeeuwse kust en gingen vandaag
weer naar huis.
Na ons Balinees diner gingen we snel naar onze kamer om te
kijken naar de verkiezingsuitslagen. We wilden graag weten
hoe The Greens het gedaan hadden en of ze meer dan de verwachte
4% van de stemmen hadden gehaald. Het bleek dat The Greens
landelijk een erg goed resultaat geboekt hadden. Maar de zittende
Prime Minister John Howard van de conservatieven had geen
enkele moeite om The Labour Party van een overwinning af te
houden.
We belden met Janey en Ian, die alle campagnemedewerkers in
de tuin hadden uitgenodigd, om te vragen hoe het gegaan was
in Ian's kiesdistrict, Wide Bay. Het resultaat leek uit te
komen boven de verwachte 4%. Maar dat John Howard zijn conservatieve
beleid nu zou kunnen continueren was een grote domper voor
onze vrienden in Toogoom.
Een tweedaagse Rainforest Safari
De volgende morgen werden we om 9 uur opgehaald met de Junglebus
van Trek North voor een tweedaagse Rainforest Safari naar
Cape Tribulation en Daintree National park. Dat was het plan.
Vanwege het kleine aantal aanmeldingen waren we omgeboekt
op een ander soort tour, werd ons al snel duidelijk.
We bleken met zes personen te zijn, inclusief de gids. Onze
medereizigers waren drie jongeren, een Duitser en een half
en half verliefd stelletje uit Zweden.
Het eerste programmaonderdeel kwam ons wat vreemd voor. We
keken elkaar aan. Hadden wij dat geboekt. Bungy jumping?
Want dat gingen we doen. Gelukkig was dit de enige afwijking
van het programma. Voor ons was dit onderdeel alleen maar
tijdverlies. Geen haar op ons hoofd die er aandacht om mee
te doen.
Het Zweedse meisje, hoog op de hoge bungy jump-toren,
klaar voor de sprong durfde uiteindelijk niet te springen,
de Zweedse jongeman sprong wel, maar zat uren daarna nog te
trillen en zag lijkbleek. De enige die het er goed afbracht
was de student uit Frankfurt, die genoot met volle teugen
van deze adrenalinestoot.
Onduidelijke afspraak met gevolgen
Na dit oponthoud was het tijd voor de lunch. We reden langs
de prachtige kustweg naar het stille deel van Four Mile Beach.
Onder de bomen vonden we een picknicktafel om aan te eten.
Daarna maakten we een wandeling over het palmenstrand en we
keken naar de eilandjes in de verte die we onderweg gepasseerd
waren.
Na de lunch gingen we verder naar Port Douglas. Wat vroeger
een slaperig vissersdorpje was, is nu een stadje voor mensen
met te veel geld. We stapten uit bij de zondagsmarkt die gehouden
wordt bij de haven. We wandelden over de markt en we kregen
de instructie van de gids om via de hoofdstraat terug te lopen
naar Four Mile Beach, waar we geluncht hadden. We moesten
daar over ongeveer een uur zijn. Later in de middag bleek
dat deze instructie van onze gids niet erg accuraat was geweest.
Alles wat in Port Douglas woont leek door de hoofdstraat op
en neer te flaneren. Voor de rest was er weinig tot niets
te beleven. Als we aan het eind van de straat bij het strand
komen is het daar een drukte van belang. We konden ons met
moeite door het strandgebeuren wringen en we waren blij dat
we weer op het stille deel van Four Mile Beach liepen.
Ons looptempo was hoog als altijd, maar we zagen op onze horloges
dat we niet op tijd terug konden zijn bij de picknickplaats.
Toen we daar aankwamen zag Rieky nog net dat ons busje wegreed.
Er zat dus niets ander op dan te wachten tot ze terug zouden
komen. Het wachten duurde echter zolang dat we besloten eerst
water te gaan kopen anders hield je het in die warmte niet
vol.
Na lange tijd nog steeds geen Junglebus te zien. Al onze spullen
lagen er in. Gelukkig bedacht Rieky dat we ons, voorafgaand
aan deze tour, hadden moeten aanmelden bij de organisatie.
Dat telefoonnummer moest dus nog in mijn GSM staan. En dat
klopte, dus ik melde bij de telefoniste van de organisatie
dat we onze gids en ons busje uit het oog hadden verloren.
Ze wilde mij eerst het telefoonnummer van onze gids geven,
maar wat begin je zonder papier en potlood en dus vroeg ik
haar of zij onze gids wilde informeren dat we nog steeds bij
de picknickplaats stonden. Binnen een kwartier kwam de junglebus
er aan. De gids was dolblij om ons te zien. Maar wij hadden
behoorlijk de pest in toen bleek dat zij eigenlijk bedoeld
had dat ze ons zou oppikken aan het begin van Four Mile Beach
en niet op het eind bij de picknickplaats. "Laat ons
het er maar op houden dat het een zeer onduidelijke afspraak
was.": kon ik niet nalaten te zeggen.
In paniek politie en ziekenhuizen gebeld
Terug in het busje gingen we met vertraging naar het Daintree
Rainforest Environmental Centre waar we informatie kregen
over wildlife and habitat of the rainforest. Het aardige
was dat je hier in een speciale hal ook de nachtdieren kon
observeren.
De jongenman uit Frankfurt nam ons terzijde en vertelde ons
wat lacherig dat de gids behoorlijk in de stress was geschoten
toen ze ons niet kon vinden. Ze had in paniek de politie en,
uiteindelijk ook, de ziekenhuizen gebeld.
Levensgevaar - Pas op krokodillen
We reden nu verder langs de kustweg via het plaatsje Mossman
in de richting van de Daintree River. Langs de weg zagen we
veel suikerriet- en bananenplantages. Op de suikerrietplantages
waren ze volop aan het oogsten. In lange treinen met speciale
wagons werd het suikerriet afgevoerd. Op de meeste bananenplantages
had men de trossen bananen met plasticzakken ingepakt. Een
kleurrijk geheel, maar het werd ons niet duidelijk of dit
nu was bedoeld om insecten te weren of als een soort broeikastje
diende om de bananen sneller te laten rijpen.
We moesten de Daintree River oversteken met een pontje. Omdat
we moesten wachten, stapten we uit om foto's te maken van
deze bijzondere rivier in het namiddaglicht. Onze gids haalde
ons onmiddellijk weg bij de oever omdat ze bang was dat we
aangevallen zouden worden door krokodillen. Deze beesten zijn
levensgevaarlijk. Overal vindt je hier dan ook bij rivieren,
kreken, baaien, mangrovebossen en zelfs op het strand de waarschuwingsborden.
Als een krokodil stil ligt in het water is het vaak alsof
er een dode boomstam in het water drijft, maar vanuit die
positie is hij in een razendsnelle, onverwachte actie zijn
prooi te vlug af.
Brakwater
krokodillen
Deze krokodillenpopulatie leeft in estuaria, in het brakke
water van rivieren en kreken die in zee uitmonden. Door de
intensieve jacht was bijna de hele populatie verdwenen. Nu
zijn er grote krokodillen farms waar ze opgekweekt worden
voor hun huid om luxe schoenen en tassen van te maken. Nadat
de jacht verboden was herstelde de krokodillenpopulatie zich
in hoog tempo. Dat betekent dat de krokodillen op plekken
waar een overpopulatie ontstaat op zoek gaan naar nieuwe leefgebieden.
Ze gaan via de zee op zoek naar andere woongebieden. Vandaar
dat ze niet alleen in riviermonden, kreken en mangrovebossen
gevaarlijk kunnen zijn, maar dat ze ook sommige stranden onveilig
maken.
Niet om mee te spotten
Terwijl wij in dit gebied waren, was er op de radio een bericht
van een familie, die op een strandcamping bivakkeerde, die
was aangevallen in hun tent door een krokodil. De man was
zwaar gewond maar overleefde het door dat zijn vrouw op de
rug van de krokodil sprong. Ook zij werd daarbij levensgevaarlijk
gewond. De krokodil werd doodgeschoten. Beide overleefden
de aanval maar net. De baby in de tent bleef ongedeerd.
Een Ranger van het Nationale Park zei op de TV dat de krokodil
waarschijnlijk was afgekomen op vis of visresten in de tent.
Dit soort aanvalsgedrag was volgens hem anders niet goed te
verklaren.
Overnachten in het regenwoud
Vanaf de pont reden we direct door naar ons nachtverblijf.
De campsite lag op Cape Kimberly, tegenover Snapper Island,
vlakbij het strand en in het rainforest. Daar aangekomen
kregen Rieky en ik een luxe cabin toegewezen en de drie jongeren
een slaapzaaltje in een groot houten gebouw.
Alle faciliteiten van het terrein waren gesitueerd rondom
een blokhut waar je drank en iets te eten kon kopen. Je mocht
je echter niet met een alcoholhoudend drankje buiten het terras
van dit gebouw begeven, dit alles vanwege de strenge Australische
drankwet.
Na gedoucht te hebben verzamelden we ons op het terras om
wat te drinken, en om daarna samen de maaltijd klaar te gaan
maken. Er werd een grote salade besteld bij de kok, en er
werden vier soorten vis en vlees gebarbecued door onze gids.
Rieky schreef:
's
Avonds maakten we een wandeling langs het strand en door het
bos. We kregen allemaal grote zaklampen mee. De gids, een
biologe, liet ons zien hoeveel leven er nog is in de natuur
als het donker is geworden. Overal zag je felle lichtjes,
ogen die reflecteren in het licht van onze lampen. In onze
lichtbundels fladderden allerlei gevleugelde dieren rond.
Op het strand vonden we naast versteende deeltjes van het
rif ook puimsteen. Puimsteen is lichte, poreuze lavasteen,
het werd o.a. gebruikt om hout te slijpen en te polijsten.
Zwarte zwanen
Nadat we hadden ontbeten vertrokken we de volgende ochtend
om halfacht. Terwijl we onze spullen inladen ontstaat er een
gesprek met twee heren die tegen de blokhut aanzitten. Beide
werken op deze campsite en ik vertelde aan hen dat we gisteren,
onderweg zwarte zwanen hadden gezien, en dat we een meningsverschil
hadden over het feit dat er beweerd wordt dat deze dieren
oorspronkelijk uit Australië zouden komen. Ik vroeg of
een van hen wist hoe dat zat. Ik geloofde het verhaal niet
omdat we in Nederland een oud kinderliedje zingen met de tekst:
"Witte zwanen, Zwarte zwanen zwommen in de Zuiderzee,
etc."
De oudere man, een Aboriginal, vertelde dat de zwarte zwanen
in Europa zijn beland toen Australiërs een koppel aan
de Engelse koningin cadeau hadden gegeven.
Het bleef mij fascineren hoe het nu werkelijk zat. Thuisgekomen
pakte ik de Grote Spectrum Encyclopedie die uitsluitsel gaf.
De zwarte zwaan komt o.a. uit Australië, en in ieder
geval van het zuidelijk halfrond. In de 17 de eeuw werden
ze ontdekt door Hollandse Zeevaarders. De zwarte zwaan liet
zich temmen en exporteren naar Europa. Hetzelfde gebeurde
in omgekeerde richting met de witte zwanen die je nu ook vindt
in Australië.
In
de vochtigste uithoek van Australië
De weg die we insloegen klom behoorlijk snel omhoog. We stopten
bij Walu Wugirriga (of Alexandra Range) Lookout. Vanaf dit
uitkijkpunt kijk je over de hoge toppen van het rainforest
heen en zie je de mondig van Dantree River op 4 km afstand
heel duidelijk liggen. Snapper Island, Port Douglas en Island
Point waren door de ochtendnevel en hoge luchtvochtigheid
boven het rainforest niet te zien.
Van hieruit maakten we een eerste wandeling door het regenwoud.
Er waren zeer veel verschillen met het kleine stukje rainforest
dat we op Fraser Island zagen. Door de tropische atmosfeer
is dit uitgestrekte woud vochtiger. En ook warmer, alhoewel
er bijna geen licht op de bodem komt. Het invallende licht
was van een betoverende schoonheid, de tropische begroeiing
uitbundig en rijk aan diversiteit. Er komen hier primitieve
plantenvariëteiten voor die je nergens anders in de wereld
zal vinden. Het rainforest wordt door vele kreken en
rivieren doorsneden. Dit maagdelijke woud is de leefwereld
van "prehistorische" krokodillen, bijzondere vlinders,
een scala aan tropische vogels en spinnen, en nog veel meer.
Begrijpelijk dus dat dit stuk onaangetast tropisch regenwoud
op de werelderfgoed lijst staat.
We reden een klein stukje verder om de tweede regenwoudwandeling
te gaan maken. We liepen hier op een houten plankier die op
verschillende niveaus door het rainforest loopt. Soms
werd het plankier overwoekerd door meer dan vuistdikke lianen,
op andere plaatsen overheersten de reusachtige "regenschermpalmen".
Chaos is hier de orde. We hoorden veel vogels, maar te zien
kregen we ze bijna niet.
Onderweg stonden overal borden met de waarschuwing: overstekende
kasuarissen. Maar we zagen er niet een, en dan opeens liep
daar een vrouwtje met een jong in de dichte onderbegroeiing
van het woud. Toen ze ons hoorden, stond ze even roerloos
stil en nam direct daarna met haar jong de benen.
Cape Tribulation
Na de gebruikelijke lunchpauze reden we in de richting van
Cape Tribulation door dicht regenwoud. Er waren momenten dat
we de oceaan konden zien, maar dan lag het strand diep beneden
ons. Bij de kaap maakten we een korte botanische wandeling
in de richting van het uitkijkpunt van waaruit je Cape Tribulation
goed kon zien liggen. De kaap zelf was niet zo spectaculair,
maar is bekend omdat Captain Cook daar omstreeks 1770 met
de Endeavour op het rif kwam vast te zitten. Mount
Sorrow en Cape Tribulation danken hun naam aan Captain James
Cook.
De baai en het strand met zijn mangrovebossen, waar onze gids
een rustpauze inlaste, was van een ongerepte schoonheid. Samen
met de Duitse jongeman wandelden we een heel stuk weg van
de andere twee die in de zon gingen liggen maar dat niet lang
vol hielden.
Varen over Daintree River
Terug bij de junglebus reden we via andere wegen terug door
het regenwoud naar de pontoversteek van de Daintree River.
Bij het pontje stond een jonge vrouw met een kraampje vol
verse bananen. We kochten een kilo. Deze bananen waren echt
overheerlijk. Wat wij in Nederland eten, kan je eigenlijk
geen banaan noemen.
Nadat we Daintree River waren overgestoken reden we onderlangs
de rivier in de richting van het plaatsje Daintree. Een paar
kilometer daarvoor parkeerde de gids haar Junglebus. We kwamen
binnen in een theehuis. Hier dronken we de zwarte thee die
hier wordt verbouwd. Dit was ook het vertrekpunt van de Daintree
River Wilderness Cruise.
Rieky noteerde daarover het volgende in haar reisdagboek:
De
schipper wist veel te vertellen over de planten, bomen, vogels,
vissen en krokodillen. Er lag een krokodil roerloos op een
zandbank. Een nog groter exemplaar lag aan de oever van de
brede rivier onder water. De schipper vertelde dat het een
echte vechtersbaas was, hij had al zijn tanden verloren in
gevechten met zijn concurrenten. Je zag af en toe alleen zijn
ogen boven het water uitkomen. Toen we bij een eiland in de
rivier een smalle kreek invoeren zagen we op de rechteroever
een jonge krokodil van ongeveer 40 cm lang en 3 jaar oud.
Krokodillen kunnen meer dan 100 jaar oud worden en blijven
hun hele leven groeien. Even verder had een slang zijn huid
achtergelaten in een boom.
Mossman Gorge
Petje af voor de manier waarop de schipper behendig zijn boot
afmeerde in de sterke stroming van de rivier. Wij namen afscheid
en stapten in voor een rit naar Mossman Gorge. Het grootste
deel van dit prachtige onderdeel van Daintree National Park
is niet toegankelijk. De mensen van het Juku Yulanji-volk,
een Aboriginal stam, hebben hier hun heilige plaatsen. Ook
hier worden zij betrokken bij het beheer van het park. Zij
verzorgen op verzoek ook rondleidingen.
Wij liepen op eigen houtje het 3 km lange wandelpad naar de
kloof. Het kristalheldere water kwam via kleine stroomversnellingen
veroorzaakt door de tot gigantische proporties uitvergrote
gladgepolijste rivierkeien - waar de kloof mee bezaaid is
- naar beneden. Verder stroomopwaarts ligt een door een Engels
regiment gebouwde hangbrug. Aan beide zijden van deze brug
uit de negentiende eeuw stond de waarschuwing dat er niet
meer dan 20 mensen gelijktijdig op de brug mogen.
Terug in Cairns
Op de terugweg stopten we nog een keer om te genieten van
het uitzicht op Double Island en Haycock Island. Daarna werden
we na een lange rit rond 5 uur 's avonds bij ons hotel afgezet.
Het Bay Village Tropical Retreat verontschuldigde zich dat
alles vol zat, maar in plaats van de kamer die we geboekt
hadden kregen we aan de andere kant van de straat een dubbel
appartement waar geen enkele luxe aan ontbrak en waar we zelfs
konden beschikken over twee slaapkamers, twee badkamers, een
compleet ingerichte keuken, een wasmachine en zelfs een droger.
Ondanks dat brachten we onze vuile spullen naar de receptie
om ze te laten wassen. We genoten intussen van de luxe en
de rust.
The Kuranda Scenic Railway
De receptionist van het hotel had voor ons the Kuranda trein,
the Skyrail en Tjapukai geregeld, in een totaal arrangement.
De volgende morgen om vijf voor negen reed de toerbus voor
die ons naar het station zou brengen van de Kuranda Scenic
Railway. Deze spoorlijn loopt door de Barron Gorge. De eerste
plannen voor deze spoorverbinding werden in 1884 ingediend
bij de Queensland Government. Pas in 1910 was de lijn helemaal
klaar tot Herberton.
Wij gingen aan boord van de oude houten treinwagons in het
plaatsje Freshwater. Iedereen had gereserveerde plaatsen toegewezen
gekregen. We zaten in een wagon met een uitgebreide Australische
familie. Tegenover ons zat een redelijk jong paar uit China.
Beide waren zwaar gehandicapt. De Albinovrouw had een afwijking
aan haar ogen en hij was spastisch. Ze verstonden geen woord
Engels of Frans. Toen ik met gebaren aangaf dat ik wel een
foto van ze wilde maken met hun camera waren ze dolgelukkig.
15 handgegraven tunnels
Intussen waren we de dorpjes als Redlynch, Jungara (waar zich
het grootste veldhospitaal van het zuidelijk halfrond bevond
uit de twee wereldoorlog) gepasseerd. Even later kwamen we
aan bij Horseshoe Bend waar de trein een bocht maakt van 180
graden. De straal van de bocht is vijf landmeterkettingen
(=100m) groot. Hier begon de steile klim naar Kuranda door
de ontoegankelijke schone ruigheid van deze gorge. We draaiden
de eerste van de 15 handgegraven tunnels in. De langste tunnel
is 490 meter en heeft drie bochten. Bij de Stoney Creek Falls
is een ijzeren spoorbrug geconstrueerd die op drie pijlers
rust. Het spoor maakt op de brug een bocht met een straal
van drie landmeterkettingen. Aan de linkerzijde langs de bergwand
stort zich een waterval naar beneden.
Zodra we de grijze verweerde voorzijde van Glacier Rock en
de ongenaakbare steilte van Red Bluff, twee markante landmarks
in het landschap, waren gepasseerd en uit de 14de tunnel kwamen
hadden we een prachtig uitzicht over de kustlijn en op de
Pacific - of Coral sea, zoals ze hier zeggen. We passeerden
even verder een gigantische Waterkrachtcentrale die helemaal
in de rotsen was uitgehakt. De centrale wekt 60 megawatt duurzame
energie op voor het elektriciteitsnet van Queensland.
Op het station bij de Barron Falls hield de trein halt voor
een korte stop. Iedereen stapte uit om naar de waterval te
gaan kijken die hier 265 meter naar beneden stort langs de
granieten wanden van deze kloof.
Kuranda, village in the rainforest
Het laatste stuk naar Kuranda was maar kort. We stopten op
een lieflijk stationnetje. De trein liep leeg en iedereen
ging naar het stadje. Bij de eerste kroeg werd al uit alle
macht geprobeerd om iedereen naar binnen te lokken. Wij wilden
eerst even rondkijken in het stadje en daarna iets gaan zoeken
om te lunchen.
Wat was er nou logischer dan om in Kuranda in het rainforest
te gaan lunchen. En jawel, we vonden een restaurantje
dat aan de achterkant was uitgebouwd tot in het rainforest.
We lunchten met een heerlijke salade en een paar koele biertjes
en gingen daarna naar het Skyrailstation voor de tocht naar
beneden.
Hoog boven het oerwoud
We zaten aan een bepaalde vertrektijd vast omdat we kwart
over twee in Tjapukai moesten zijn. Meteen nadat we onze kaartjes
hadden omgewisseld bij de kassa konden we instappen in een
van de vele gondels die hier aan de lopende band binnen komen
en vertrekken.
We vroegen ons af waarom een stel doodsbange dametjes in hemelsnaam
bij ons in de gondel was gestapt. Ze zeiden niet alleen dat
ze bang waren,maar
je kon het ook zien.
Intussen hingen we hoog boven Barron River, die hier erg breed
is en zich langzaam beweegt in de richting van de Barron Falls
en de waterkrachtcentrale.
We gingen in glijvlucht omlaag, hoog over de toppen van het
dichtbegroeide rainforest. We moesten halverwege overstappen
op een ander deel van de Skyrail. We zaten nu met drie Duitsers
in onze gondel die ons vertelden dat ze van Darwin kwamen
en ook in Kakadu waren geweest, maar dat het daar zo verschrikkelijk
heet en vochtig was, dat het maar net te verdragen was.
Vanuit de gondel kregen we prachtige vergezichten te zien
op bergen in de verte, we keken van boven af neer op de waterval
en in de verte zag je over de groene bomenzee de oceaan. En
zoals altijd aan het eind van dit soort attracties werd je
op de foto gezet. Leuke herinnering hoor, maar niet voor ons.
Tjapukai
Vlakbij het eindstation van de Skyrail ligt het Aboriginal
Culture Park Tjapukai. Hier krijgt men een geautoriseerde
presentatie te zien van de Aboriginal cultuur van de Tjapukai
en de Yirrganydji gemeenschappen. Het doel van dit park is
het laten zien en het behouden van de cultuur van deze stammen.
De stamoudsten hebben alles wat in Tjapukai gepresenteerd
wordt beoordeeld en goedgekeurd om naar buiten te brengen.
In de donkere toegangshal van Tjapukai zijn een aantal traditionele
schilderingen opgehangen, er is ook een presentatie te zien
van traditionele gebruiksvoorwerpen die dateren uit de steentijd.
We werden als eerste verwacht in het Dance Theatre.
Daar kregen we iets te zien van hun dansen en te horen over
hun zang. Spectaculair was de dans waarin op een traditionele
manier vuur werd gemaakt.
Vanuit het theater wandelden we naar de Cultural Village.
We kregen hier van een Aboriginal vrouw een verhandeling over
Bush Food & Medicine. Zij liet zien welke vruchten
en gewassen uit het rainforest eetbaar zijn en welke
een heilzame medicinale werking hebben. Daarna volgden een
geestige demonstratie door een jonge Aboriginal over hoe je
een Didgeridoo maakt en bespeelt. Hij demonstreerde
ook dat je dezelfde tonen kunt voorbrengen, met de juiste
techniek althans, op een ordinaire stuk PVC-pijp. Ook speer-
en boemerang werpen werd gedemonstreerd. Op het terrein kregen
we ook een aantal traditionele hutten te zien.
De multimediashow in het Creation Theatre gaft een
beeld van de traditionele spirituele wereld van de Tjapukai
mensen. In het History Theatre werd een beeld geschetst
van een 40.000 jaar oude cultuur en de confrontatie met de
moderne tijd. Na dit alles keken we nog even rond in de galeriewinkel.
De CD die we wilden kopen was niet voorradig. Maar dat was
geen probleem, want die stuurden zij graag zonder extra kosten
op naar Nederland.
We werden volgens afspraak door de touringcar opgehaald Een
touringcar, helemaal alleen voor ons tweetjes, bracht ons
van Tjapokai naar ons hotel in Cairns.
Een auto voor tweeëntwintig dagen
Op 13 oktober hadden we niet zoveel haast. Na onze rekening
te hebben betaald namen we afscheid van de mensen van het
Bay Village Tropical Retreat. Het servicebusje van het hotel
bracht ons naar het Hertz-kantoor op de luchthaven waar we
de gehuurde auto moesten ophalen. Na de gebruikelijke formaliteiten
liepen we met de autosleutel naar een goudmetallic Toyota
Camry met het nummerbord 337.HYW, die we later in Sydney zouden
inleveren.
Rieky zou rijden en ik zou kaart lezen want dat is de enige
formule die bij ons goed werkt. Het was even wennen met het
stuur "aan de verkeerde kant", maar het ging voortreffelijk.
Alleen, als Rieky de richting wilde aangeven dan gingen de
ruitenwissers op en neer. En omgekeerd. Na een paar dagen
begon dat zelfs te wennen.
Rieky noteerde:
We
vertokken met miezerig weer. Het eerste stuk dwars door Cairns
tot de Bruce Higway (1) ging prima. De auto zit fijn en hij
rijdt perfect, constateerde ik.
Via the Tablelands naar Mission Beach
Bij Gordonvale verlieten we de Bruce Highway en reden we via
de "52" richting Yungaburra waar we zouden lunchen.
Ons eerste doel was the Atherton Tablelands waar we een bezoek
zouden brengen aan the Crater Lakes National Park. Vanaf Little
Mulgrave begon een steile klim met veel scherpe bochten. De
wolken hingen uitgezakt over de bergtoppen en langs de weg
was de begroeiing zich fanatiek aan het herstellen van een
van de gecontroleerde bosbranden.
Bij Lake Barrine dronken we koffie. Toen we later bij het
tweede kratermeer, Lake Eacham, aankwamen, brak een waterig
zonnetje door.
Na de lunch reden we dwars door het Yungaburra State Forest,
beroemd om zijn Curtain Fig Tree, via Malanda naar de Millaa
Millaa Falls. Later reden we via de Palmerston Highway verder
en stopten we langs de weg bij Palmerston Section van het
Bellenden Ker National Park. De zon brak door en we zagen
diep onder ons de North Johnston River. We kregen daarmee
wel een aardige indruk van dit spectaculaire natuurreservaat.
We besloten om geen grote wandeling te maken en namen alleen
maar even de tijd om onze benen te strekken. We waren namelijk
bang dat we anders erg laat in Mission Beach zouden aankomen.
Na wat gezoek vonden we uiteindelijk de parkeerplaats van
Sanctuary Retreat Mission Beach. We werden, nadat we onze
aankomst hadden gemeld via de telefoon op de parkeerplaats,
opgehaald met een Jeep. Het hoofdgebouw ligt hoog boven de
oceaan en in het rainforest eromheen liggen de huisjes.
In het hoofdgebouw mocht niemand zijn of haar schoenen aanhouden.
We waren verzeild geraakt in het alternatieve circuit met
o.a. yoga en alles wat daar bij hoort. Als je mee wilde eten
moest je vooraf een keuze maken vanaf een menukaart, hetgeen
we dan ook deden. We waren niet eg enthousiast. Daarentegen
is de ligging van Sanctuary Retreat prachtig, het uitzicht
vanuit het hoofdgebouw is werkelijk fantastisch.
Rieky scheef erover:
Het
was allemaal heel alternatief, schoenen uit bij de receptie
en in het restaurant. We kregen midden in de bush huisje 22
toegewezen. Als je onder de douche stond, er was een groot
raam van vloer tot plafond, had je het idee dat je midden
in het tropische oerwoud stond te douchen.
Een walgelijk projectontwikkelaarsparadijs
De wandeling terug naar de parkeerplaats, die we de volgende
ochtend over een heel smal paadje dwars door het rainforest
maakten, was erg avontuurlijk.
In het reisdagboek van Rieky lees ik terug: 14 oktober.
's
Morgens naar beneden gelopen. We zouden naar Dunk Island gaan,
maar dronken eerst koffie in Mission Beach. Daarna haalden
we de kaartjes op voor de boot die we geboekt hadden vanuit
Sanctuary Retreat. De tocht duurde meer dan een uur en het
waaide hard. De boot slingerde lekker op en neer op golven
van wel twee meter hoog.
Op Dunk Island kwamen we aan bij een lawaaiige laad- en losplaatspier
voor goederen die bestemd waren om het de, dure en lawaaiige,
gasten van het Dunk Island Resort naar de zin te maken. Daarnaast
lag een airstrip en een toeristische kermis voor watersporters
met winkeltjes, een café en een te duur restaurantje.
Vlak daar achter lag het
luxe resort.
Wilden we nog iets van de schoonheid van dit eiland zien dan
moesten we ons eerst een weg banen door dit walgelijke projectontwikkelaars
paradijs. Dit soort mensen hebben dit eiland voorgoed verpest.
En het gaat maar door, overal op de wereld laten ze een spoor
van vernieling na, in onvervangbare natuur, in karakteristieke
dorpjes en vaak ook in oude steden.
Het koste ons bijna een uur voordat we eindelijk iets te zien
kregen van de ongerepte natuur van Dunk Island. De Djiru Aboriginal
mensen die hier ooit woonden, hebben duizenden jaren lang
het natuurlijke leefmilieu op dit eiland in stand gehouden,
wat een projectontwikkelaar omwille van het gewin in ettelijke
jaren om zeep helpt.
Rieky's dagboek vervolgde zo:
Voor
de lunch hebben we een kleine wandeling gemaakt. We lunchten
aan boord met gebarbecuede vis, salade fruit en een koel biertje.
We gingen weer van boord voor een tweede wandeling. Het lopen
ging niet zo best. Ik kreeg weer last van mijn hiel die erg
veel pijn ging doen. We gingen om vier uur weer met de boot
terug naar Mission Beach waar we in het dorp gegeten hebben.
Rond 6 uur reden we terug naar de parkeerplaats van het retreat.
En weer was het lastig te vinden, vooral omdat het intussen
donker was geworden. We gingen ieder met een stok en zaklamp
gewapend het pad naar boven op. Het koste ons bijna een half
uur en warm dat ik het had.
Bezweet en warm kwamen we boven. We wilden meteen afrekenen,
de Jeep voor morgen naar beneden bespreken, zodat we de volgende
dag vroeg weg konden, en gingen daarna slapen. Paul, een van
de twee heren van het retreat, stond te stuntelen met
mijn creditcard en haalde die meerdere malen door het betaalapparaat.
Ik was daar een beetje geïrriteerd over en zijn reactie
was: "Ja, zo maken wij hier onze winst."
  |
 |
Het
water van de Wallaman
Falls stort zich
279 meter naar beneden
|
Mist
hangt over de
bergen in
Lumholtz National Park |
De hoogste waterval van Australië
De volgende ochtend werden wij en onze bagage met de Jeep
naar beneden gebracht. Opgelucht, ontbeten we met koffie in
Mission Beach. Het weer was grauw met af een toe een bleek
zonnetje, maar het regende niet. Het regenseizoen begint hier
meestal pas in november.
Na het ontbijt reden we terug naar de Bruce Highway en gingen
via Tully richting Townsville, waar we om kwart voor vier
de ferry naar Magnetic Island moesten zien te halen naar Nelly
Bay.
In de plaats Ingham draaiden we de weg op naar de Wallaman
Falls in het Lumholtz National Park. Ian had ons gewaarschuwd
om deze tocht in geen geval te maken als het regende. De dirt
roads zijn dan gevaarlijk en spiegelglad.
We kwamen door een aantal kleine stadjes die bijna allemaal
een bedrijvige suikerfabriek hadden. We reden dan ook al de
hele dag door een landschap dat werd beheerst door suikerrietplantages
en de karakteristieke suikerriettreinwagons. Na ongeveer 40km
draaiden we van de geasfalteerde weg af en kwamen we op een
dirt road die ons verder het National Park inbracht.
Een grote stofwolk achtervolgde ons steeds, ook al reed Rieky
niet erg hard. Onderweg stonden veel koeien op, en naast de
weg. De dames waren niet erg gewillig om het spaarzame verkeer
vrije doorgang te verschaffen. Vele kilometers verderop begon
in het woud de klim omhoog naar de Wallaman Falls, die 540
meter boven zeeniveau ligt. Het begon een beetje te motregenen,
maar we besloten om nu gewoon door te zetten.
Vanaf de overkant was het uitzicht op deze waterval, ondanks
de nevel die er hing, van een fascinerende schoonheid. Het
water dat zich van 279 meter hoogte naar beneden stort, in
een waterpoel die 20 meter diep is, lijkt het meest op een
aantal zilverdraadjes die aan de onderkant uitwaaieren. Ook
hier eiste de droogte zijn tol.
De enige mensen die we hier tegenkwamen hadden de nacht doorgebracht
in een busje. De monumentale natuur rondom kreeg door de nevels
de allure alsof je door een landschap liep uit geheimzinnige
sprookjes en vervlogen legendes.
Op de verkeerde manier naar Magnetic Island
We reden terug naar de Bruce Highway en gingen vandaar onderweg
naar Jourama Falls in het Paluma Range National Park. Toen
we dit National Park inreden moesten we twee keer door een
ondiepe kreek rijden die over de weg stroomde. De natuur kenmerkte
zich hier vooral door gigantisch grote rotsblokken die hier
chaotisch waren neergesmeten, de prachtige kreek en prehistorische
palmen . Deze waterval hier was drooggevallen, maar dat deed
niets af aan de pracht van deze wildernis. Vanaf hier reden
we de afstand van 90 km naar Townsville in een ruk.
Rieky tekende over het vervolg van onze tocht op:
Het
was even zoeken naar de ferry terminal en we belanden uiteindelijk
toch aan de verkeerde kant van het water. Hier vertrok niet
de snelle catamaran ferry naar Nelly Bay die we moesten hebben,
maar de langzame vrachtferry naar Geoffrey Bay. We hadden
de auto al voor twee nachten op een bewaakt parkeerterrein
neer gezet. Deze car and passengers ferry was lang niet zo
druk als die aan de aan de andere kant van het water. Bij
de kaartverkoop bood de dame achter het loket aan te bellen
naar ons hotel op Magnetic Island en zij vroeg of men ons
bij de andere pont op kon halen. Dat kon, dus dat was ook
weer geregeld.
Een mevrouw van het Triopical Island Resort in Nelly Bay kwam
ons, met haar twee zoontjes, bij de andere ferry ophalen en
bracht ons naar de plaats van bestemming. We zouden hier twee
nachten blijven en kregen een huisje aan de rand van het National
Park. 's Avond aten we heerlijk in het restaurant terwijl
we genoten van de jazzmuziek die daar gespeeld werd.
Met
de bus het eiland rond
Onder het ontbijt werden op een voederplek niet ver van het
restaurant vogels gevoederd. Een bondgekleurde wolk van wel
honderden papegaaiachtige streek in enkel secondes neer. Ongelooflijk
om te zien.
Het hoogste punt van Magnetic Island is Mount Cook met zijn
497 meter hoogte. De basis van het eiland bestaat uit graniet
dat in het geheel niet magnetisch is, noch de omringende baaien
van koraal- en granietzand. Maar toen Captain James Cook in
1770 met de Endeavour voorbij het eiland voer dacht
hij dat zijn magnetische kompas een afwijking vertoonde door
de magnetische werking van de landmassa van het eiland.
We lieten ons informeren over wat we allemaal op het eiland
konden doen en we besefte dan ook meteen, dat als we zouden
gaan wandelen we maar een heel klein stukje van het eiland
konden zien. We kozen dus voor een bus die een site seeing
tour maakte langs de belangrijkste plaatsen van het eiland.
Met het busticket konden we als we dat wilden de hele verdere
dag gebruik maken van het openbaarvervoer op het eiland. We
maakten de bustour met een kleine groep. Ook hier is de natuur
uitbundig, veel groen, de enorme lente bloesems in de bomen,
de prachtige baaien met o.a. zee-egels, de op mangrove lijkende
begroeiing met daartussen de bootjes van de plaatselijke bevolking,
de rock-wallaby's en de ruige rotsblokken die ook hier
overal lijken te zijn neergesmeten.
De bus driver, tevens gids, was een geestige man, die
ook heel cynisch kon zijn. Dat bleek toen we stopte bij een
kaalgeslagen terrein rond een kortgeleden uitgegraven grote
jachthaven, waar één zielig bootje in lag.
Op dit terrein stond een grote tent voor de promotie van het
project. Op een groot bord kon je zien hoe de projectontwikkelaars
ook hier van plan waren om toe te slaan. Deze steenpuist voor
de happy few paste helemaal niet op dit prachtige tropische
eiland met zijn omringende wateren die deel uit maken van
het Great Barrier Riff.
De chauffeur/gids vertelde dat sinds de projectontwikkelaars
het eiland ontdekt hadden de huizen van de bewoners 4 tot
6 maal in prijs gestegen waren. Hij zei als dat zo door ging
dat de meeste eilandbewoners het straks niet meer financieel
konden opbrengen om op hun geboorte eiland te blijven wonen.
De overheid op het eiland probeerde wel de ergste uitwassen
van projectontwikkelaars tegen te houden, maar die kopen veel
eilanders nog snel even uit, zei hij.
Onderweg stopten we voor de morning tea met hapjes
en gebak. We reden verder over de kustweg in de richting van
Horseshoe Bay, waar we stoppen voor een kleine wandeling.
Rieky schreef daarover in haar reisdagboek:
We
wandelden een bos in. Het vlinderbos noemde onze gids het.
Ongelooflijk, als je aan een boom schudde vlogen er wel 20
vlinders van diverse soorten weg.
Heerlijk gegeten bij Man Friday
In Horseshoe Bay dronken we een koud pilsje voor we terug
reden aan het einde van de drie uur durende tour. Voor we
afscheid namen vroeg ik aan de chauffeur of hij wist waar
we die avond relaxed konden eten, want in ons hotel konden
we niet terecht vanwege een bruiloftspartij die daar gehouden
werd.
Dus 's avonds zaten we te eten bij het café-restaurant
Man Friday. De Mexicaanse keuken was uitmuntend, maar waar
we geen rekening mee hadden gehouden was dat Man Friday geen
dranklicentie had. Om ons heen kwamen de mensen met een fles,
en soms met tassen vol wijn, aanzetten. De vrouw van de eigenaar
zette de wijn koel, indien nodig, zorgde voor mooie glazen,
ontkurkte de flessen en schonk op verzoek de wijn uit. Wij
zaten dus de hele avond op een lekker vruchtensapje.
Iedereen zat buiten op het terras, de temperatuur was 35 graden,
binnen was een kleine keuken en een piepkleine ruimte waar
hooguit 6 mensen zouden kunnen eten. Na de heerlijke maaltijd
wandelden we door de zwoele nacht terug naar ons huisje in
het resort om te gaan slapen.
Arlie Beach
Op 17 oktober werden we door iemand van het Triopical Island
Resort om 10 uur naar de ferry gebracht voor de oversteek
terug naar Townsville. Op de ferry dronken we koffie zodat
we zodra we onze auto hadden opgehaald meteen konden gaan
rijden.
Op 28 km van Townville verlieten we de Bruce Highway. We reden
in de richting van Alligator Creek 6 km verderop, over een
gedeeltelijk onverharde weg in het Bowling Green National
Park. De rotsbodem van Aligator Creek was vrijwel droog. Er
waren maar kleine plasjes met water over. De korte wandeling
die we hier maakten was toch weer anders door de fascinerende
oranje-grijs-roze kleurschakeringen die met toefjes groen
dit rotslandschap kleurden. Ook hier werden we uitdrukkelijk
gewaarschuwd voor het gevaar aangevallen te worden door kaaimannen.
Vanuit hier gingen we snel verder want we hadden nog ruim
240 km te gaan naar onze eindbestemming van vandaag, Arlie
Beach.
Onderweg kwamen we door stadjes als Ayr en Bowen die allemaal
een suikerfabriek in bedrijf hebben. Bijna al deze plaatsjes
zijn gelegen aan de monding van een drooggevallen rivier.
Verder liggen er in heel Queensland overal smalle railways
tracks, speciaal aangelegd om het geoogste suikerriet naar
de fabrieken in de directe omgeving te vervoeren.
In Arlie Beach huurden we voor twee dagen een studio-appartement
in het Shingley Beach Resort. We kregen de sleutel van een
ruim appartement en konden onze auto parkeren in de galerij
daarachter. Toen we later op de avond werden gebeld door Janey
and Ian bleek dat zij in juni in het appartement naast het
onze hadden gelogeerd.
We maakten bij binnenkomst bij de receptie maar meteen een
reservering voor de Whitehaven Beach - 3 Island Cruise met
FantaSea. We zouden de volgende ochtend om vijf voor halfacht
met de bus worden opgehaald om naar Shute Harbour te gaan
waar de boten van FantaSea vertrekken voor de Whitsunday Islands
Tour.
Een creatie van een airbrush artist
Ongeveer honderd grote, kleine en piepkleine tropische eilanden
vormen samen het Withsunday Islands National Park. De kleurnuances
van de ondieptes en de diepere delen van het azuurblauwe water,
van de witte stranden en de helblauwe lucht lopen in elkaar
over alsof er hier een airbrush artist aan het werk is geweest.
De bus haalde ons op bij het hotel en we werden afgezet in
Shute Harbour, waar we aan boord gingen voor de 3 Island Cruise.
Toen we uit de haven vertrokken met de luxe, snelle dubbeldeks
catamaran FantaSea 2 hadden we snel een goed plaatsje gevonden
op het bovendek. In de baai lagen prachtige zeiljachten voor
anker.
Ondanks wat wolkjes was de zon onbarmhartig. De matige bries
gaf ons enige verkoeling en deed aanvallen op hoeden en petjes
van alle opvarenden. Het eerste wat opviel was dat er zoveel
eilanden waren dat je geen enkel doorzicht had op de oceaan.
De eilanden vormden bij vertrek uit de haven - een scala zachte
bauwen en lichte grijzen - een décor wat lokte naar
ongeziene vertes.
Onderweg werden passagiers afgezet of opgehaald bij resorts
of campsites. Wij werden op het kleine Daydream Island
afgezet. We hadden daar een uur om rond te kijken. Ook hier
was een luxe resort bij de aanlegsteiger. Toen we een
klein stukje daarvandaan wandelden werden we beloond met de
tropische schoonheid en vergezichten in tere kleuren.
We voeren vandaar verder naar het Hamilton Island. Direct
was duidelijk dat hier de projectontwikkelaars het hadden
gewonnen van de natuur. Hoge appartementsgebouwen en een aaneengesloten
winkelpromenade langs de kust ontsierden dit eiland.
Het verhaal gaat dat een aantal medisch specialisten het eiland
gekocht hadden omdat ze in het oerwoud planten en vruchten
dachten te vinden waaruit een medicijn tegen kanker kon worden
gewonnen. Dat bleek uiteindelijk niet te kloppen waarna zij
dit eiland aan particuliere beleggers verpatsten. Of het waar
was konden we niet achterhalen.
Whitsunday, het grootste eiland van de groep, is onbewoond
Een rijke, warme barbecuelunch stond klaar toen we weer aan
boord kwamen. De wind was behoorlijk aangetrokken zodat de
kapitein twijfelde of hij ons af kon zetten op het strand
van Whitehaven Beach. We voeren tussen eilanden door, langs
modern- en ouderwets getuigende zeilschepen, passeerden een
rotseiland dat leek op een gigantische liggende apenkop die
er voor de helft boven uitstak. In de verte zagen we de witte
streep van het verblindende witte strand van Whitehaven Beach.
Onze boot ging voor anker en we werden, ondanks de harde wind,
met een klein landingsponton afgezet op slechts enkele passen
van dit prachtige strand. We maakten een wandeling in noordelijke
richting en we zochten verkoeling onder de palmbomen, omdat
zwemmen vanwege stingers - steken van gigantische kwallen
die je dodelijk kunnen verlammen - ernstig werd afgeraden.
Het zand van dit strand was in je handen als zijde zo zacht.
Nadat we volop hadden genoten van dit strand en de paradijselijke
vergezichten werden we groepsgewijs weer aan boord gebracht
met het landingsvaartuigje. De kapitein en een bemanningslid
spoten het zand van onze benen voor we naar binnen mochten.
We voeren via Hamilton terug waar we konden overstappen op
een boot die rechtstreeks terug voer naar Shute Harbour. Toen
we daar aankwamen stonden er tientallen bussen die mensen
kwamen ophalen. Het was al laat dus we wilden snel terug naar
het Shingley Beach Resort. We gingen in bad, trokken iets
anders aan en zochten een restaurant om te eten. Voor de volgende
dag stond een rit van minder dan 200 km naar Eugnella National
Park op het programma.
Met
dank aan Johan Hermsen en Coen Barthels voor het kritisch
lezen van de teksten, het aandragen van tekstsuggesties en
het aanbrengen van tekstcorrecties
Ad van
Tiel, Landsmeer, maart 2005
Niets uit bovenstaande
tekst mag worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming
van de auteurs.
Het zelfde geldt voor alle afbeeldingen en foto's.
Rieky & Ad van
Tiel © 2004
|